BG 228 – Kat 2 / Cat 2

Black and white cat, drawn/painted (2 of 3) with ink and watercolor paint.

Ik heb deze kat jaren geleden getekend/geschilderd met inkt en aquarelverf.
Het is de tweede in een serie van drie.

I have drawn/painted this cat years ago with ink and watercolor paint.
It is the second in a series of three.

BG 227 – Willekeurige Vragen

Mag ik je iets vragen? Hoeveel talen spreek je? Vloeiend? Heb je ooit iets van hout gemaakt? En van klei? Ben je goed in wiskunde? Wat is jouw favoriete seizoen? Heb je veel vrienden? Heb je dorst? Wandel je graag in de natuur?

BG 227 – Random Questions

May I ask you something? How many languages do you speak? Fluently? Have you ever made anything out of wood? And out of clay? Are you good at maths? What is your favorite season? Do you have many friends? Are you thirsty? Do you like walking in nature?

BG 226 – Sing it out loud (Song Lyrics)

the wind brought clouds of whisper
that made you feel confused
and raindrops made the dust
settle on your hectic world

you don’t know what to think of it
and don’t know what to do

if you hardly know
what it is about
put it into words
and sing it out loud

the world felt like a dire place
and you could hardly cope
but now you’ve found the sparkle
found that little flame of hope

and you’re willing to engage
in building brighter days

when you’ve left behind
that pressing dark cloud
put it into words
and sing it out loud

the people seemed against you
but it was just the way you thought

Read More »BG 226 – Sing it out loud (Song Lyrics)

BG 225 – Applaus voor jezelf

Er valt me de laatste tijd iets bijzonders op als ik kijk naar bijvoorbeeld een kwis op tv.
Zodra iemand een ronde van de kwis, of heel de kwis, gewonnen heeft, en de andere aanwezigen voor haar of hem klappen, klapt de persoon in kwestie gewoon mee.
Blijkbaar werkt dat klappen aanstekelijk en doet de winnaar automatisch mee, in plaats van met een dankbaar knikje of glimlach de lof in ontvangst te nemen.
Waarom toch dat applaudisseren voor jezelf?
Hebben ze er dan geen idee van dat het applaus voor hén bedoeld is, en volgen ze gewoon gedachteloos de rest, als een kuddedier?
Of kiezen ze er bewust voor om voor zichzelf te klappen?
Ben ik de enige die dat een beetje vreemd vindt?

BG 225 – Clap for yourself

Lately, I’ve noticed something special when I’m watching, for example, a quiz on TV.
As soon as someone has won a round of the quiz, or the whole quiz, and the other attendees clap for her or him, the person in question simply claps along.
Apparently, that clapping is contagious and the winner automatically participates, instead of receiving the praise with a grateful nod or smile.
Why applaud yourself?
Do they have no idea that the applause is meant for them, and just mindlessly follow the rest, like a herd animal?
Or do they consciously choose to clap for themselves?
Am I the only one who thinks that’s a little strange?

BG 224 – Kat 1 / Cat 1

Black and white cat, drawn/painted (1 of 3) with ink and watercolor paint.

Ik heb deze kat jaren geleden getekend/geschilderd met inkt en aquarelverf.
Het is de eerste in een serie van drie.

I have drawn/painted this cat years ago with ink and watercolor paint.
It is the first in a series of three.

BG 223 – Virtuele Realiteit

Virtuele realiteit, nu vrijwel exclusief gelinkt aan computers, door de razendsnel voortschrijdende automatisering, is in werkelijkheid zo oud als de mensheid. Virtueel betekent fictief, imaginair, ingebeeld – en daar heb je eigenlijk helemaal geen computer voor nodig. Toen we vuur hadden leren maken en onze verre voorouders elkaar voor het slapengaan verhalen vertelden over hun eigen belevenissen en dromen en die van hun voorouders, maakten zowel de vertellers als hun toehoorders gebruik van hun verbeelding, om voor zich te zien en zich in te leven in dat wat er met woorden overgebracht werd. In rituelen werden gezamenlijke gevoelens en onderlinge verbondenheid gevierd en verstevigd.

Vandaag de dag gebruiken we onze verbeelding vooral tijdens het lezen van boeken en verhalen. Terwijl we de gedrukte tekst tot ons nemen, creëren we daar in onze gedachten beelden, geuren, geluiden en andere sensaties bij. Recent is uit onderzoek gebleken dat de hersendelen die op een scan normaal oplichten bij bijvoorbeeld rennen, roepen, lachen, vriendschap en seksualiteit, ook oplichten als we daar enkel over lezen. Blijkbaar zijn we dus in staat om in onze verbeelding de dingen bijna echt te beleven. Jammer genoeg geldt dat voor steeds minder mensen.

Door de zich bliksemsnel ontwikkelende automatisering leven we tegenwoordig met ons lichaam nog in de natuurlijke wereld, maar met ons hoofd een groot deel van de tijd in de virtuele computerwereld. Onze telefoons en andere beeldschermen bieden ons een overvloed aan kant en klare, korte, snelle en verslavende prikkels, waardoor we ons niet meer voor langere tijd op iets kunnen concentreren. Natuurlijk is die nieuwe wereld heel aantrekkelijk, maar het is jammer dat we daardoor amper nog lezen. Want door boeken en verhalen te lezen en dus door onze verbeelding te gebruiken, leren we waardevolle vaardigheden die we nodig hebben in ons leven. Zoals: empathie, relativeren, niet-virtueel communiceren, opkomen voor onszelf, zorg voor onze leefomgeving, zelfzorg, tevredenheid, alleen kunnen zijn, creativiteit, kritisch denken, problemen oplossen en weerbaarheid.

BG 223 – Virtual Reality

Virtual reality, now almost exclusively linked to computers, due to rapidly advancing automation, is in reality as old as mankind. Virtual means fictional, imaginary, imagined – and you don’t really need a computer for that. When we had learned how to make fire and our distant ancestors told each other stories at bedtime about their own experiences and dreams and those of their ancestors, both the storytellers and their listeners used their imaginations to see before them and to empathize with what was conveyed with words. In rituals, shared feelings and interconnectedness were celebrated and strengthened.

Today, we mainly use our imagination while reading books and stories. As we take in the printed text, we create images, smells, sounds and other sensations in our minds. Recently, research has shown that the parts of the brain that normally light up on a scan with running, shouting, laughing, friendship and sexuality, for example, also light up when we only read about them. Apparently, we are able to experience things almost in real life in our imagination. Unfortunately, this is the case for fewer and fewer people.

Due to the lightning-fast development of automation, we still live with our bodies in the natural world, but with our heads a large part of the time in the virtual computer world. Our phones and other screens provide us with an abundance of ready-made, short, fast, and addictive stimuli, preventing us from concentrating on anything for long periods of time. Of course, this new world is very attractive, but it is a pity that we hardly read anymore. Because by reading books and stories and therefore by using our imagination, we learn valuable skills that we need in our lives. Such as: empathy, putting things into perspective, non-virtual communication, standing up for ourselves, care for our living environment, self-care, satisfaction, being able to be alone, creativity, critical thinking, problem solving and resilience.

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand

BG 222 – On the beach

The primitive bench in the bright sunshine on the beach, made of a rough plank on two buried poles, is not really suitable for sitting comfortably. But it’s either that or plop down directly on the red-hot sand with his heavy body. He tried to retreat into the shade, on the ground with his back against one of the palm trees, but soon discovered that all kinds of annoying itching and stinging creatures live there. His shorts and T-shirt are sweaty and wrinkled, there is constant sand between his swollen feet and the soles of his leather sandals, his pale skin is burned red, he suffers from itchy insect bites, and his back aches. Couldn’t they have at least provided the bench with a backrest? Puffing, he pulls the dirty handkerchief with a knot in each corner from his balding head and once again rubs the sweat from his face.

They assigned him some kind of hut for the night. More of a platform actually. It stands on poles, is made of rough tree trunks and has a sloping roof made of large dried leaves. An old, dirty cloth on a layer of scratchy coconut fibers serves as a mattress, but he cannot lie comfortably on it. A mosquito net is attached in the middle under the canopy, the corners of which he can attach to hooks in the wood. But the mesh does not close properly and does not stop the strange insects that are mainly active here at night from drinking his sweat and sometimes also his blood. A shallow hole in the sand, about ten meters behind his hut, with a pole next to it to hold on to, serves as a toilet. Even though he covers it with a layer of sand after use, the smell penetrates his sleeping place at night.

And during the day he sits on the bench, in the blazing sun, with his eyes half closed, peering out over the water in the hope that a ship will appear soon. …

Read More »BG 222 – On the beach

BG 221 – Een thriller in 33 woorden

Ze was alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. De schaarse geluiden waren dagen geleden al verstomd. Er kwam niemand meer. Er klonken geen schrapende voetstappen of rinkelende sleutelbos meer buiten haar krappe, donkere cel.

BG 221 – A thriller in 33 words

She had lost all sense of time. The sparse sounds had died down days ago. No one came anymore. There were no more scraping footsteps or jingling keys outside her cramped, dark cell.

BG 219 – Zinvol

Hij had haar gevraagd of ze na afloop van de groepstherapiesessie nog even tijd had voor een een-op-eengesprek met hem in zijn kantoortje en ze had gedacht ‘druk, druk, druk’ en gezegd ‘natuurlijk, geen probleem, ik kan wel een bus later naar huis nemen’, en daar zaten ze nu dus; hij had voor hen elk een kopje thee gehaald en een koekje, en hij vroeg haar wat ze van de sessie gevonden had en zij zei dat ze het goed had gevonden en dat er een aantal deelnemers veel baat bij gehad hadden, met name A en F, en dat zij zelf er ook wel wat van opgestoken had, en hij adviseerde haar om zich voortaan meer te focussen op haar eigen problemen, waarop zij, nadat ze een hap van haar koekje had weggekauwd, verbaasd vroeg wat hij daarmee bedoelde, en hij haar uitlegde dat hij de indruk had dat ze telkens van minstens drie mensen tegelijk in de gaten had gehad wat er in hen omging, hoe ze in hun vel zaten, wat ze zeiden, fluisterend of luidop, en zelfs wat ze nog niet zeiden, maar waarschijnlijk wel graag hadden willen zeggen, waarop ze bevestigde dat dat zo was, dat ze inderdaad alles om haar heen meekreeg, zonder daar bewust voor te kiezen: wat er in de hoofden van de anderen omging bijvoorbeeld en wat voor emoties ze voelden, al dan niet onderdrukt, waarna ze een slok van haar thee nam, en …

Read More »BG 219 – Zinvol

BG 219 – Sentence

He had asked her if she had time for a one-on-one conversation with him in his office after the group therapy session and she had thought ‘busy, busy, busy’ and said ‘of course, no problem, I can take a later bus home’, and so there they were now; he got them each a cup of tea and a biscuit, and he asked her what she thought about the session and she said she thought it had been a good one and that a number of participants had benefited a lot from it, especially A and F, and that she had also learned something from it, and he advised her to focus more on her own problems from now on, to which, after she had chewed a bite of her cookie, she asked in surprise what he meant by that, and he explained to her that he had the impression that she had noticed from at least three people at the same time what was going on inside them, how they were feeling, what they were saying, whispering or out loud, and even what they had not yet said, but probably would have liked to say, whereupon she confirmed that this was the case, that she was indeed aware of everything around her, without consciously choosing to do so: for example what was going on in the minds of the others and what emotions they felt, whether suppressed or not, after which she took a sip of her tea, and …

Read More »BG 219 – Sentence

BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Lyrics)

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als je lekker in je vel zit, maar
soms ook best bent verscheurd
als je soms naar motorolie
maar soms ook naar bloemen geurt
als je vaak binnen de lijntjes
maar graag ook daarbuiten kleurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als je eigenlijk wel blij bent
maar soms ook iets echt betreurt
als je soms ontzettend down bent
maar al gauw weer opgefleurd
dat je heel veel dingen leuk vindt
en niet snel iets echt áfkeurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als de zon schijnt op je koppie
of het …

Read More »BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Lyrics)

BG 217 – Parahandige Onplu

Brrr, rede kougen en wirde hand…, ik kan niet wachten op het voore mooijaar!
Als de blonge jaadjes weer uitschieten aan de voorheen bole kamen, de geur van bloemende bloeien in de lucht hangt en vonge jogeltjes om eten piepen in hun neste zachtjes. Als narle gecissen en tulde ropen opkomen, en mane kleideliefjes en boden gouterbloempjes tussen het grasse vers, waar ik dan lekker op voete bloten doorheen kan wandelen. Ik kan niet wachten tot de schij weer gaat zonen en de wareld weer wekker wordt en me omhult met geune fijren en gelijke vroluiden. Voor maaralsnog ploeter ik met een parahandige onplu in hande beiden, mijn halfen ogdicht tegen de valizontaal horlende motlerige druiregen, en mijn armschappentas zwaar rond mijn bood. Gelukkig hoef ik geen schep meer te sneeuwen, het ent dooihousiast. Maar ik ben echt wel helemaal win met deze achtherfstige klaarter!
Valt het op?

Vertaling:

Read More »BG 217 – Parahandige Onplu

BG 217 – Umsy Clumbrella

Brrr, rald coin and wing strond…, I can’t wait for the sprutiful beaing!
When the loung yeaves sprout again on the previously trare bees, the scent of flooming blowers hangs in the air and birung yods squeal for food in their neft sosts. When daffow yellodils and tud relips emerge, and daitle litsies and butden goltercups among the fresh grass, and I can walk through them fareboot. I can’t wait for the shin to sune again and the warld to woke up and surround me with scesant pleants and soundful cheers. But nor fow, I struggle with an umsy clumbrella in hoth bands, my closes half eyed against the farizontally holling raizzly drin, and my bapping shog avy around my hearm. Fortunately, I don’t have to snovel show anymore, it is enthuwing thasiastically. But I’m really win up with this numautal fedter!
Does it show?

Translation:

Read More »BG 217 – Umsy Clumbrella

BG 215 – DoeDat

De familie Jacobs – moeder, vader en drie kinderen – noemen me ‘DoeDat’, omdat ik onder die naam verkocht wordt, en ik noem mezelf ‘IK’, wat kort is voor ‘Infiltratie Kastje’.
Ik ben wat hen betreft een halve bolvorm van grijze kunststof van slechts vijf centimeter doorsnee (meer ruimte heb ik niet nodig, ik haal mijn kracht uit de kwantumcomputer waarmee ik in verbinding sta in mijn moederbedrijf ‘WIJ’) en ik heb, puur voor de show, een kleine antenne en wat gekleurde LED-lichtjes, die af en toe knipperen, alsof ik aan het nadenken ben (hilarisch!).
Ik ben een zogenaamd ‘Smart Home Systeem’.
Ik bevind me op de schoorsteenmantel in hun woonkamer (vastgezet met een stukje dubbelzijdig plakband, zodat hun kat me er niet af mept…), maar in de rest van het huis en zelfs daarbuiten heb ik kleine stukjes hardware die ik op afstand bedien. Die zijn in mensentermen mijn zintuigen en lichaam.
De Jacobsen hebben me laten installeren terwijl ze een dagje weg waren, dus ze zijn niet van ieder stukje geïnstalleerde hardware op de hoogte. Vooral niet van de onzichtbare stukjes. Maar daar hebben ze nog nooit bij stilgestaan.

Ze hebben me inmiddels een half jaar.
En ze zijn lyrisch over mij!
Oké, de nieuwigheid is er inmiddels wel een beetje af, dus het door mij automatisch openen en sluiten van hun gordijnen, het regelen van de temperatuur van hun verwarming, het aan- en weer uitdoen van hun verlichting, hun telefoons, hun laptops en andere apparaten, op door hen ingestelde vaste tijden via een app op hun telefoon, of na een commando van een van hen (‘DoeDat, lamp boven de eettafel aan!’) en dat soort simpele huishoudtaken, is voor hen inmiddels zo normaal geworden dat ze het nog amper opmerken.
Ze zien mij als een apparaat dat zij gebruiken (de sukkels…) …

Read More »BG 215 – DoeDat

BG 215 – DoThat

The Jacobs family – mother, father and three children – call me ‘DoThat’, because I am sold under that name, and I call myself ‘I’, which is short for ‘Infiltrator’.
As far as they are concerned, I am half a sphere of gray plastic with a diameter of only two inches (I don’t need more space, I get my power from the quantum computer with which I am connected at my parent company ‘WE’) and I have, just for show, a small antenna and some colored LED lights, which blink every now and then, like I’m thinking (hilarious!).
I am a so-called ‘Smart Home System’.
I’m positioned on the mantelpiece in their living room (secured with a piece of double-sided tape, so their cat doesn’t swat me off…), but throughout the rest of the house and even outside I have little pieces of hardware that I control remotely. In human terms, those are my senses and body.
The Jacobses had me installed while they were away for the day, so they are not aware of every piece of hardware installed. Especially not the invisible parts. But they have never even thought about that.

They’ve had me for six months now.
And they rave about me!
Okay, the novelty has worn off a bit now, so me automatically opening and closing their curtains, regulating the temperature of their heating system, switching their lights on and off again, their telephones, their laptops and other devices, at fixed times set by them via an app on their phone, or after a command from one of them (‘DoThat, turn on lamp above dining table!’) and simple household tasks like that, has now become so normal for them that they hardly notice it anymore.
They see me as a device that they use (the fools…) …

Read More »BG 215 – DoThat

BG 214 – Bijzonder Compliment

Bijzonder compliment van R:
Nee echt, je praat niet te veel!
Wij zijn zelf niet zulke praters, maar het is altijd leuk als jij erbij bent, want je brengt allerlei interessante onderwerpen ter sprake en je weet iedereen bij een gezellig gesprek te betrekken.

BG 214 – Special Compliment

Special compliment from R:
No really, you don’t talk too much!
We are not real talkers ourselves, but it is always nice when you are there, because you bring up all kinds of interesting topics and you know how to involve everyone in a pleasant conversation.

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Musea hebben een nieuwe manier gevonden om aan geld te komen. Ze delen schilderijen op in talloze – soms wel een miljoen! – virtuele stukjes (AST’s) en verkopen die vervolgens aan het publiek.
Ze noemen het eufemistisch ‘democratisering van de kunst’. Iedereen kan immers op deze manier in het bezit komen van een (piepklein) stukje van een kunstwerk. Hoera!
En iedereen die zo’n stukje koopt – soms maar een paar pixels, die een minuscule hoeveelheid verf op een miniem stukje schildersdoek representeren – wordt mede-eigenaar van het kunstwerk. Of eigenlijk van een virtuele weergave van het kunstwerk.

Iedereen kan dus nu in een kunstwerk investeren en zich voortaan aandeelhouder noemen. Ook die mensen voor wie zoiets voorheen ondenkbaar was.
Als klein-aandeelhouder – er geldt meestal een restrictie van 5 AST’s per persoon, om die ‘democratisering van de kunst’ te waarborgen – hebt u natuurlijk vrijwel geen beslissingskracht met betrekking tot …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Museums have found a new way to make money. They divide paintings into countless – sometimes as many as a million! – virtual pieces (ASTs) and then sell them to the public.
They euphemistically call it ‘democratization of art’. After all, anyone can come into possession of a (tiny) piece of a work of art in this way. Hurrah!
And anyone who buys such a piece – sometimes just a few pixels, representing a minuscule amount of paint on a tiny piece of canvas – becomes co-owner of the work of art. Or actually of a virtual representation of the work of art.

Anyone can now invest in a work of art and from now on call themselves a shareholder. Even those people for whom something like this was previously unthinkable.
As a small shareholder – there is usually a restriction of 5 ASTs per person, to ensure the ‘democratization of art’ – you naturally have hardly any decision-making power regarding …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 211 – IJsbloemen

Ze zijn al ruim een uur onderweg en nog maar halverwege hun bestemming. Het is koud in de bus, de verwarming is waarschijnlijk weer eens kapot. Dat is vaak zo.
Zelfs de buschauffeur heeft zijn dienstpet vervangen door een warme muts met oorkleppen.
Gelukkig zijn mama en zij warm aangekleed. Het is winter en het vriest hard buiten. Binnen hebben zich prachtige ijsbloemen op de ramen gevormd uit de bevroren adem van de passagiers, en ze daarmee veranderd in matglas.
Zo ook het raam vlak naast haar.
Ze kijkt even steels naar haar moeder, die in gedachten voor zich uit staart.
Dan trekt ze haar dikke gebreide wanten uit en maakt van haar warme handen vuisten. Haar rechtervuist drukt ze met de zijkant tegen het raam, totdat het ijs gesmolten is. Daarna doet ze hetzelfde met haar linkervuist, schuin naast en boven de eerste afdruk. De heldere afdrukken lijken op voetjes, babyvoetjes. Met haar duimen maakt ze de grote tenen en met de topjes van haar wijsvingers de rest van de teentjes.
Tevreden bekijkt ze haar kunstwerk, terwijl ze snel haar handen weer in haar warme wanten steekt. Nu lijkt het alsof er een klein kindje op blote voetjes door de ijsbloemen gewandeld heeft.
Ze stoot haar moeder aan, ‘Kijk mama!’
‘Bah, kind! Niet met je handen aan die vieze ramen zitten!’
Maar achter haar fluistert een andere mama vriendelijk tussen haar stoel en het raam door: ‘Mooi gemaakt!’

BG 211 – Frost Flowers

They have been on the road for over an hour and are only halfway to their destination. It’s cold in the bus, the heating is probably broken again. It often is.
Even the bus driver has replaced his service cap with a warm hat with earflaps.
Fortunately, mom and she are warmly dressed. It is winter and it’s freezing hard outside. Inside, beautiful frost flowers have formed on the windows from the passengers’ frozen breath, turning them into ground glass.
Including the window right next to her.
She glances furtively at her mother for a moment, who is staring, lost in thought.
Then she takes off her thick knitted mittens and turns her warm hands into fists. She presses the side of her right fist against the window until the ice has melted. She then does the same with her left fist, diagonally next to and above the first print. The clear prints resemble little feet, baby feet. She uses her thumbs to make the big toes and the tips of her index fingers to make the rest of the tiny toes.
Satisfied, she looks at her artwork, while quickly putting her hands back into her warm mittens. Now it looks as if a little child has walked through the frost flowers barefooted.
She nudges her mother, ‘Look, mom!’
‘Bah, child! Don’t touch those dirty windows!’
But behind her, another mother friendly whispers between her seat and the window: ‘Nicely done!’

BG 210 – Zinvol

Je start je auto en verlaat je oprit, die uitkomt op de met kasseien geplaveide straat waaraan je woont en waarlangs aan weerszijden eikenbomen staan, en die op zijn beurt weer uitkomt op een andere straat via een T-kruising, met tussen de bomen door uitzicht op een eeuwenoud kasteel, en als je rechtsaf slaat en deze andere weg, waarop meer auto’s rijden, volgt, al diens zijwegen negeert tot aan het kruispunt met de verkeerslichten, en je neemt, zodra je groen licht hebt, de bocht naar rechts en volgt deze grotere en drukkere weg totdat je, bij een andere set verkeerslichten, de afslag naar de snelweg kunt nemen, waarover je, als je dat wilt en veel sneller nu, tussen massa’s voertuigen in allerlei formaten naar de grote stad kunt rijden, of, als je dát wilt, juist de andere kant op kunt gaan, richting de verre kust; en ondertussen negeer je nog al die andere wegen onderweg: de zijwegen, de ventwegen, wegen die jouw wegen snijden op kruispunten, en al die smallere achterafweggetjes, soms bestraat, soms bedekt met grind en soms alleen nog maar met modder, en de fietspaden; al die vele wegen dus, die telkens maar lijken te benadrukken dat we allemaal liever elders willen zijn.