BG 142 – Zinvol

Ze had haar zinnen erop gezet en was niet van het idee af te brengen, ze zou en moest ze kopen, ook al moest ze er eerst nog maanden voor sparen, en ik begreep het maar niet, en zij begreep mij dan weer niet, bozig, en ik begreep niet waarom ze zichzelf bewust gehandicapt wou maken, zich kwetsbaar wou maken, waarom ze zich zo wou beperken dat ze niet meer snel weg kon komen als dat nodig mocht zijn, waarom ze ervoor zou kiezen om niet meer te kunnen lopen of staan zonder te wankelen en zonder pijn, en zij vond dat grote onzin, waarom ze voortaan alleen nog aan de arm van iemand anders, waarschijnlijk van een knappe man, over oneffen straatstenen zou willen lopen, wat haar een goed idee leek, en waarom ze vond dat ze veel aantrekkelijker zou zijn als ze haar lichaam in een onnatuurlijke houding dwong, maar ze vond dat dat wel meeviel; en waarom ze toch zo nodig tien centimeter groter wou lijken, want wat was er nou eigenlijk mis met haar eigen lengte en houding, ze vond zichzelf te klein en te onopgemerkt; en ik begreep maar niet waar ze dat ongemak en die pijn voor over had, waarom ze voortaan na het uitgaan vloekend die dingen in een hoek zou smijten en keer op keer haar nieuwste blaren en wonden zou verzorgen, maar zij vond dat belachelijk want sterk overdreven; en ik begreep maar niet waarom ze zoveel geld wilde uitgeven aan dingen die slecht waren voor haar lichaam: voor haar voeten, haar gewrichten, haar ruggenwervels en nekwervels; omdat ze zo mooi waren, beweerde ze; en ik begreep maar niet waarom ze dacht dat ze alle aandacht waar ze naar smachtte zou krijgen, en dat vond ze een gemene steek onder water, als ze voortaan haar voeten zou persen in veel te dure schoenen met torenhoge naaldhakken; en wat daar dan toch mis mee was, vroeg ze, en waar ik me toch mee bemoeide, vroeg ze bozer, en ik vroeg haar wat er dan toch mis was met gewoon zonder fratsen en zonder pijn te kunnen lopen, en wat er mis was met comfortabel in je eigen lijf zitten en met mensen, mannen, zonder onnodige kwetsbaarheid en onderdanigheid, maar juist sterk en trots tegemoet te treden; maar ik denk dat ze me al niet meer hoorde.

BG 142 – Sentence

She had her mind set on it and she couldn’t help but think she would and had to buy them, even if she had to first save up for it for months, and I just didn’t understand, and then she didn’t understand me in return, in an angry way, and I couldn’t understand why she wanted to make herself disabled deliberately, wanted to make herself vulnerable, why she wanted to limit herself so that she couldn’t get away quickly if she had to, why she would choose to not be able to walk or stand without staggering and without pain, and she thought that was utter nonsense, why from now on she would only want to walk on uneven paving stones holding onto the arm of someone else, probably a handsome man, which seemed like a good idea to her, and why she felt that she would be much more attractive if she forced her body into an unnatural position, but she thought it was not that bad; and why on earth she wanted to appear four inches taller, because what was wrong with her own height and posture, she thought herself too small and too unnoticed; and I simply couldn’t understand why she was willing to deal with that discomfort and pain, why she would from now on after going out throw those things into a corner, cursing and tending to her latest blisters and wounds over and over again, but she thought that was ridiculous because greatly exaggerated; and I just couldn’t understand why she was willing to spend so much money on things that were bad for her body: for her feet, her joints, her back vertebrae and neck vertebrae; because they were so beautiful, she claimed; and I just couldn’t understand why she thought she would get all the attention she craved, and she thought that was a stab in the back, if from now on she were to squeeze her feet into overpriced shoes with sky-high stiletto heels; and what on earth was wrong with that, she asked, and why I was bothering with it, she asked angrier, and I asked her what on earth was wrong with just being able to walk without pose and pain, and what was wrong with feeling comfortable in your own body and with facing people, men, without unnecessary vulnerability and submission, to face them strongly and proudly instead; but I guess she didn’t hear me anymore.

BG 141 – Het Schommelrijk

‘Niet te hoog op die schommel!’ riep een onbekende mannenstem achter haar. Maar ze trok zich er niets van aan. De constructie kraakte af en toe, maar kon haar bijna volwassen lichaam prima dragen. Met haar handen stevig om de ruwe touwen, zittend op het gladgesleten eiken plankje, zwaaide ze haar benen recht naar voren en hangend in de touwen met de wind door haar haren ging ze alsmaar hoger en hoger.
Op het hoogste punt had ze even het gevoel dat haar ingewanden een sprongetje maakten, daarna zwaaide ze achteruit weer naar beneden. Voorbij het laagste punt trok ze haar voeten omhoog richting het plankje. Hoog achteraan hing ze een fractie van een seconde stil voordat ze met nog meer vaart en gestrekte benen trekkend aan de touwen weer naar voren zoefde.

Alsmaar hoger en hoger ging ze. Ze had het gevoel dat ze vloog, dat ze vrijkwam van de grond, van dit speelplein, van haar oude buurt, van haar bekrompen thuis.
Woehoe! Hoger en hoger! Naar voren – strekken, naar achteren – vouwen.
Strekken – vouwen, strekken – vouwen, strekken – vouwen.
Ze kon al over de bomen in de verte kijken en er miniatuurhuisjes zien staan en kleine autootjes en mensjes zien bewegen.
Een gevoel van ultieme vrijheid overspoelde haar.

‘Niet zo hoog op die schommel!’, riep diezelfde mannenstem achter haar. Oh nee? Dat zullen we nog wel eens zien! En ze ging nóg hoger, alsmaar hoger.
Misschien, heel misschien, kon ze een salto maken. Als ze maar genoeg vaart wist te maken. Genoeg vaart om niet recht boven de schommel naar beneden te vallen en haar botten te breken op de houten constructie.
Beter nog: ze zou eruit springen. Eruit springen op het voorste hoogste punt. Dat had ze al vaker gedaan. Hoger, hoger, alsmaar hoger, en dan op het stilvalpunt loslaten en de schommel zonder haar terug laten vallen. Door de vaart die ze maakte zou ze nog een heel eind naar voren vliegen. Echt vliegen!

Toen ze klein was en met blote voeten schommelde, had dat een keer verkeerd uitgepakt: ze had een oude rol prikkeldraad in het hoge gras niet opgemerkt en was er met haar voet op geland. Het wondje had flink gebloed en ze was hinkend naar huis gegaan om het te laten uitwassen, met jodium te laten ontsmetten, en er een pleister op te laten plakken. Daarna was ze direct weer buiten gaan spelen, maar ze mocht van thuis nooit meer van een schommel afspringen.
Dat was jaren geleden. Ze was inmiddels oud en wijs genoeg om daar zelf over te beslissen.

Af en toe zette ze halverwege de achterwaartse zwaai met haar voeten af op de grond om nog meer snelheid en hoogte te krijgen. Dat moest ze precies op het juist moment doen, want anders zou ze gaan slingeren en juist hoogte verliezen.
Swoesj omhoog, en swoesj weer naar beneden, stamp, snel haar benen weer optrekken en swoesj achteruit omhoog!

Ze genoot met volle teugen. Naar voren weer, haar benen zo ver mogelijk uitstekend. Maar…, wat was dat? Op het hoogste punt waren de tenen van haar schoenen heel even verdwenen…
Nog sneller, nog hoger! En deze keer zag ze heel haar voeten niet meer!
Woehoe! Hoe was dat mogelijk?
Nog harder, nog verder! Nu waren zelfs haar enkels even onzichtbaar!
‘Hé dametje, niet zo hoog!’ riep de man achter haar nu. Maar die moest zich er niet mee bemoeien. En ja hoor, telkens als ze een stukje verder vooruit en omhoog ging, werd er een groter stuk van haar benen onzichtbaar.
Zouden de anderen dat ook zien? Links van haar was een kleine jongen aan het schommelen, maar die ging lang niet zo hoog als zij.

Zou ze springen? ‘Niet van de schommel springen!’ weerklonk een stem uit het verleden in haar gedachten, maar hier was het gras pas gemaaid en lag er geen oude rol prikkeldraad in verborgen. Nog een paar keer naar achteren en naar voren en dan, als ze echt niet hoger kon, zou ze springen.
Daar ging ze! Joehoe!

De schommel viel zonder haar terug en bleef nog een tijdje uit zichzelf bewegen.
Nu was het alleen nog een leeg houten plankje aan twee touwen.
Er klonken verbaasde kreten. Het was de omstanders opgevallen dat ze niet meer op de schommel zat. Ze keken om zich heen, zochten haar. Waar kon ze toch gebleven zijn? Voor hen strekte zich alleen maar een kaal grasveld uit, waar je je niet kon verbergen. Waar was ze in vredesnaam gebleven?
‘Hé hallooo?’ ‘Hé, waar ben je?’

Ze hoorde in de verte hun stemmen terwijl ze zacht landde op weelderig mos dat groeide op een open plek in een haar onbekend mysterieus bos. Het was er prachtig!
Voor het eerst in haar leven was ze vrij, helemaal vrij!

BG 141 – The Swing Realm

“Not too high on that swing!” shouted an unfamiliar male voice behind her. But she didn’t care. The construction creaked every now and then, but it was able to support her almost mature body just fine. With her hands tightly wrapped around the rough ropes, sitting on the smooth-worn oak plank, she swung her legs straight forward and hanging in the ropes with the wind through her hair she went higher and higher.

At the highest point she felt for a moment like her intestines made a little jump, then she swung back down again. Past the lowest point she pulled her feet up toward the plank. High up at the back she hang motionless for a split second before whizzing forward again with even more speed and stretched legs, pulling on the ropes.

She went higher and higher. She felt like she was flying, like she was being released from the ground, from this playground, from her old neighborhood, from her narrow minded home.
Woohoo! Higher and higher! Forward – stretch, backward – fold.
Stretch – fold, stretch – fold, stretch – fold.
She could already look over the trees in the distance and see miniature houses and tiny cars and tiny people moving.
A sense of ultimate freedom washed over her.

“Not so high on that swing!” the same male voice called from behind her. Oh no? We’ll see about that! And she went even higher, ever higher.
Maybe, just maybe, she could do a somersault. If only she could speed up enough. Speed up enough to not fall straight down on the swing and break her bones on the wooden construction.
Better yet, she’d jump out. Jump out on the front highest point. She had done that before. Higher, higher, ever higher, and then let go at the halt point and let the swing fall back without her. The speed she was making would make her fly a long way forward. Really fly!

When she was little and swinging barefoot, things had gone wrong once: she had missed an old roll of barbed wire in the tall grass and landed on it with her foot. The little wound had bled, and she’d gone home limping to have it washed out, disinfected with iodine, and put on a band-aid. She had immediately gone back to play outside, but she was never allowed to jump off a swing again.
That was years ago. Now she was old and wise enough to decide for herself.

Occasionally, halfway through the back swing, she would push her feet off the ground to gain even more speed and height. She had to time that right, otherwise she would wobble and lose height.
Swoosh up, and swoosh down again, stomp, quickly raise her legs again and swoosh back up!

She thoroughly enjoyed it. Forward again, sticking her legs out as far as possible. But…, what was that? At the highest point, the toes of her shoes had disappeared for a moment…
Even faster, even higher! And this time she couldn’t see all of her feet anymore!
Woohoo! How was that possible?
Even harder, even further! Now even her ankles were invisible for a short while!
“Hey little lady, not so high!” the man behind her called out now. But he shouldn’t interfere. Sure enough, every time she went a little further forward and up, a larger part of her legs became invisible.
Would the others see that too? To her left a little boy was swinging, but he didn’t go nearly as high as she did.

Would she jump? “Don’t jump off the swing!” a voice from the past echoed in her mind, but here the grass had just been cut and there was no old roll of barbed wire hidden in it. Back and forth a few more times and then, when she really couldn’t go any higher, she would jump.
There she went! Woohoo!

The swing fell back without her and continued to move on its own for a while.
Now it was only an empty wooden plank hanging from two ropes.
Astonished screams sounded. The bystanders had noticed that she no longer sat on the swing. They looked around, trying to find her. Where could she have gone? Before them stretched only a bare lawn, where you could not hide. Where on earth had she gone?
“Hey hellooo?” “Hey, where are you?”

She heard their voices in the distance as she landed softly on lush moss growing in a clearing in a mysterious forest unknown to her. It was beautiful!
For the first time in her life she was free, completely free!

BG 140 – Haiku (NL)

hoofd in telefoon
nog net op tijd ontweken:
homo appicus

BG 140 – Haiku (EN)

head absorbed in phone
luckily just avoided:
homo appicus

BG 139 – Boekenlegger / Bookmark 02

Bookmark, black ink drawing of pile of old books.
Bookmark, black ink drawing of stack of books, lying on bright red book.


5×15 cm (met witte rand)
getekend met een 0.5 mm fineliner

2×6 inch (with white border)
drawn with a 0.5 mm fineliner

BG 138 – Jouw weg

Vergelijk jezelf met wie je gisteren was, niet met wie iemand anders vandaag is. Jij bent die ander niet. Die ander volgt niet hetzelfde pad als jij en neemt niet dezelfde afslagen. Maak je eigen keuzes. Keuzes die jou brengen naar waar jij heen wilt, of wegbrengen van waar jij niet langer wilt zijn. Vergelijk jezelf met wie je gisteren was en kijk of je vandaag op de goede weg bent. Jouw goede weg.

BG 138 – Your path

Compare yourself to who you were yesterday, not to who someone else is today. You are not that other person. That other person does not follow the same path as you and does not take the same turns. Make your own choices. Choices that will take you where you want to go, or take you away from where you no longer want to be. Compare yourself to who you were yesterday and see if you are on the right path today. Your right path.

BG 137 – Doorsnee stadsmensen

zie ze gaan
tussen de huizen
kantoren, flatgebouwen, hoogbouw
over asfalt, langs beton
gejaagd, gehaast, gestrest
constant omgeven door
lawaai, licht, drukte
verkeer, commercie
files, luchtvervuiling
hun blik en aandacht op
hun elektronica

zich amper nog bewust van
hun eigen innerlijk, laat staan
van de natuur, van het
wonder van het universum
dat hen omringt
van het leven zelf …

Read More »BG 137 – Doorsnee stadsmensen

BG 137 – Average city folks

look at them go
between the houses
offices, apartment buildings, high-rises
over asphalt, along concrete
hurried, rushed, stressed
constantly surrounded by
noise, light, bustle
traffic, commerce
traffic jams, air pollution
their gaze and attention on
their electronics

barely aware of
their own inner self, let alone
of nature, of the
wonder of the universe
that surrounds them
of life itself …

Read More »BG 137 – Average city folks

BG 136 – Muziek en Tijd

Eén van de redenen waarom wij mensen zo van muziek houden, is dat we daarmee grip krijgen op de tijd. De tijd die ons vaak een machteloos gevoel geeft, door meedogenloos voorbij te vliegen. Met muziek grijpen we hem vast, verbinden we hem aan tonen, aan ritmes en aan melodieën. We geven structuur aan de tijd en arrangeren die zo dat we ervan kunnen genieten. De basis van muziek is meestal een fundamenteel ritme, net als onze hartslag, of, op een grotere schaal, het komen en gaan van uren, dagen en seizoenen. Dat ritme, die variabele beat, dicteert het tempo en houdt de tijd voor ons bij. Juist omdat het leven zo vluchtig is, houden we van nature van patronen en herhalingen, van herkenbare ritmes en arrangementen en van onverwachte afwijkingen daarvan. Muziek heeft invloed op onze hartslag en maakt emoties bij ons los. We kunnen met behulp van muziek onze perceptie van de tijd beïnvloeden en die naar ons eigen genoegen vormgeven. En we kunnen, in tegenstelling tot de kloktijd, die alweer achter ons ligt voordat we ons van hem bewust zijn, muziek telkens opnieuw beleven wanneer we maar willen.

BG 136 – Music and Time

One of the reasons we humans love music so much is that it gives us a grip on time. The time that often makes us feel powerless, by flying by relentlessly. We grasp it with music, connect it to tones, to rhythms and to melodies. We give structure to time and arrange it so that we can enjoy it. The basis of music is usually a fundamental rhythm, much like our heartbeat, or, on a grander scale, the coming and going of hours, days and seasons. That rhythm, that variable beat, dictates the tempo and keeps track of time for us. Precisely because life is so fleeting, we naturally like patterns and repetitions, recognizable rhythms and arrangements and unexpected deviations from them. Music influences our heartbeat and triggers emotions in us. We can influence our perception of time with the help of music and shape it to our own pleasure. And, unlike clock time, which is already behind us before we are aware of it, we can experience music over and over again whenever we want.

BG 135 – Boekenlegger / Bookmark 01

Bookmark, black ink drawing of book case with books.
Bookmark, black ink drawing of book case with books, lying on bright red book.


5×15 cm (met witte rand)
getekend met een 0.5 mm fineliner

2×6 inch (with white border)
drawn with a 0.5 mm fineliner

BG 134 – De Klapkoe

Vanmorgen kwam De Maakster op haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp langs de Noensewegel, een idyllisch fiets/voetpad met aan de rechterkant, achter een hek van gaas en daarna een slootje, koeien in weilanden. Het was gebruikelijk bij mooi weer dat er zich in één van de weilanden een groep koeien bevond, maar deze keer had de boer ze verspreid over meerdere, waarschijnlijk omdat er kortgeleden gehooid was en er per veld niet veel te eten was overgebleven.

De Maakster bleef stilstaan om te kijken naar een koe die vlak bij haar, op een meter van het slootje, lag te herkauwen en daarbij telkens haar gebit met een opmerkelijk lawaai op elkaar klapte. Alsof ze een slechtzittend kunstgebit had.
Het was eigenlijk maar een lelijk dier. Ze had een vuilwitte kleur met hier en daar wat lichtgrijze vlekken, die er uitzagen alsof je ze er met een tuinslang zo af zou kunnen spoelen. Maar ze had iets speciaals: dat geklap met haar tanden. Het beest kwam moeizaam met haar dikke langgerekte lijf op vrij korte poten overeind, …

Read More »BG 134 – De Klapkoe

BG 134 – The Clap Cow

This morning The Maakster on her daily walk through Quiet Belgian Village came along the Noensewegel, an idyllic bicycle/footpath with on the right, behind a wire mesh fence and then a ditch, cows in meadows. It was customary in good weather for a group of cows to be in one of the meadows, but this time the farmer had spread them over several ones, probably because he had recently made hay and there was not much left to eat per field.

The Maakster stopped to look at a cow that lay close to her, a meter from the ditch, ruminating, each time banging her teeth together with a remarkable noise. As if she had bad fitting dentures.
It was really just an ugly animal. It had a dirty white color with a few light gray spots here and there that looked like you could just rinse them off with a garden hose. But she had something special: that clapping of her teeth. The beast struggled to get up with her thick elongated body on rather short legs, …

Read More »BG 134 – The Clap Cow

BG 133 – Bijzonder Compliment

Bijzonder compliment van de adjunct-directeur, toen zij zijn secretaresse was en met hem zijn post doornam:
‘Wacht even, stop met werken, dit wil ik je al een hele tijd vragen: waarom zit jij aan die kant van het bureau en niet aan mijn kant?’

BG 133 – Special Compliment

Special compliment from the deputy director, when she was his secretary and went through his mail with him:
‘Wait a minute, stop working, I’ve been wanting to ask you this for a long time: why are you on that side of the desk and not on my side?’

BG 132 – 100 Woorden Fictie

Rotboom met schijtvogels

Liggend op zijn rug, in het jonge gras, onder de krulhazelaar.
De takken bewegen sierlijk in de wind. De bladeren zijn frisgroen, de lucht erboven lichtblauw, de schapenwolkjes schattig wit.
Hij sluit het lawaai van de stad buiten, concentreert zich op het gekwetter van de vogels.
Eksters, ekster-vogels. Er zit elke dag een tweetal in de krulhazelaar.
Elke dag dezelfde? Hij weet het niet, hij kent ze niet uit elkaar.
Ze zal niet meer komen. Vandaag niet, morgen niet, heel de zomer niet.
Ze zal de ekster-vogels nooit meer met hem zien.
Godverdomme, precies in zijn oog!

BG 132 – 100 Words Fiction

Damn tree with shit birds

Lying on his back, in the young grass, under the curly hazel.
The branches move gracefully in the wind. The leaves are bright green, the sky above blue, the sheep clouds cute white.
He shuts out the city noises, concentrates on the twittering of the birds.
Magpies, magpie-birds. There are two in the curly hazel every day.
The same every day? He doesn’t know, he can’t tell them apart.
She will not come again. Not today, not tomorrow, not all summer.
She will never see the magpie-birds with him again.
Goddamn, right in his eye!

BG 130 – Onze hebzucht beteugelen

Wat als we stoppen met het produceren en consumeren van veel overbodige producten? Die producten die alleen maar geproduceerd worden om de economie gaande te houden en de oneindig diepe zakken van de rijke industriëlen te vullen. Vooral wegwerpproducten.
Wat als we ons focussen op dat wat we écht nodig hebben en dat op een zo duurzaam mogelijke manier produceren?
Dat we afwegingen maken: beter wat meer van dit en wat minder van dat.
Op het aardoppervlak dat we nu gebruiken om vlees te produceren, vooral rundvlees, kunnen we honderd keer zoveel plantaardig voedsel verbouwen.
Daarmee halen we ook nog eens veel koolstof uit de lucht, in plaats van er meer aan toe te voegen.
We hoeven niet persé vegetariër te worden, tenslotte zijn we van nature omnivoren, maar een aantal dagen per week zonder vlees zullen ons geen kwaad doen, als we ervoor zorgen dat we de voedingsstoffen die we op die manier missen via andere producten binnenkrijgen.
Wat als we streven naar een circulaire economie, waarin afvalstoffen de grondstoffen vormen voor het produceren van andere, duurzame producten?
Waarin we dat wat we niet meer nodig hebben …

Read More »BG 130 – Onze hebzucht beteugelen

BG 130 – Curb our greed

What if we stop producing and consuming a lot of unnecessary products? Those products that are produced only to keep the economy going and to fill the infinitely deep pockets of the rich industrialists. Especially disposable products.
What if we focus on what we really need and produce that in the most sustainable way possible?
That we make considerations: better a little more of this and a little less of that.
On the Earth’s surface that we now use to produce meat, especially beef, we can grow a hundred times as much plant-based food.
That way we also remove a lot of carbon from the air, instead of adding more to it.
We don’t necessarily have to become vegetarians, after all we are omnivores by nature, but a few days a week without meat will do us no harm, if we make sure that we get the nutrients we miss that way through other products.
What if we strive for a circular economy, in which waste materials form the raw materials for the production of other, sustainable products?
In which we give away what we no longer need to …

Read More »BG 130 – Curb our greed

BG 129 – Waarom gezond?

Ik heb nog in een tijd geleefd waarin je je
moest verantwoorden voor gezond leven,
in plaats van ongezond.
Een tijd waarin je onbeperkt at en snoepte,
want diabetes was alleen voor oude mensen,
en jij was van nature slank.
Een tijd waarin je met sterke argumenten
moest komen om niet te roken
en om te weigeren alcohol te drinken,
(en om veel boeken te lezen en
met plezier je huiswerk te doen.)
Gezond leven was toen nog voor watjes.

BG 129 – Why healthy?

I used to live in a time when you still
had to answer yourself for healthy living,
instead of unhealthy.
A time when you ate (sweets) without limits,
because diabetes was only for old people,
and you were naturally slim.
A time when you had to come up with
strong arguments not to smoke
and to refuse to drink alcohol,
(and to read many books and
to enjoy doing your homework.)
Healthy living was still for wimps back then.

BG 128 – Bijzonder Compliment

Bijzonder compliment van een bezoeker:
‘Ik heb je Blog bekeken en vind hem mooi en interessant!
Maar het lijkt of er iets fout gaat als ik ernaar kijk: ik zie alleen maar zwart en wit en grijs, de kleuren lijken verdwenen.
Dat kun je beter in orde maken.’

BG 128 – Special Compliment

Special compliment from a visitor:
‘I have looked at your blog and find it beautiful and interesting!
But it seems like something goes wrong when I look at it: all I see is black and white and gray, the colors seem to have disappeared.
You better fix that.’

BG 126 – Liefde voor taal

Veel mensen lezen niet graag meer.
Boeken, lange teksten, laat maar!
Geef ons maar passief vermaak
en korte samenvattingen.
TLDNR (too long, did not read).

We zitten liever op sociale media,
we gamen liever, we kijken films,
we streamen series.
Daar is niks mis mee. Maar…
we lezen niet (graag) meer.
Daardoor verliezen we taalvaardigheid
en ons plezier in lezen.

We raken achter …

Read More »BG 126 – Liefde voor taal

BG 126 – Love for language

Many people don’t like to read anymore.
Books, long texts, never mind!
Give us passive entertainment
and short summaries.
TLDNR (too long, did not read).

We prefer to be on social media,
we prefer gaming, we watch movies,
we stream series.
There’s nothing wrong with that. But…
we don’t (like to) read anymore.
As a result, we lose language skills
and our pleasure in reading.

We are falling behind …

Read More »BG 126 – Love for language