BG 121 – De macht van de (oude) witte mannen

Dat witte hetero mannen – ook degenen die al lang met pensioen hadden moeten zijn – grotendeels de dienst uitmaken in onze maatschappij, is niet (zoals zij zelf en ook veel vrouwen denken) te danken aan hun superieure brein en hun superieure kracht en vindingrijkheid. In tegendeel.
Dat witte mannen denken dat ze automatisch recht hebben op alle topposities in de politiek, in bedrijven, in verenigingen en thuis, komt omdat ze, nou ja, vrij dom zijn.
En omdat ze een bord voor hun kop hebben.

Er zijn veel dingen die (oude) witte mannen zich niet realiseren.
Zoals bijvoorbeeld dat vrouwen over het algemeen beter zijn in leidinggeven en in het tegelijk over meerdere belangrijke zaken verdelen van hun aandacht.
Dat vrouwen beter zijn in het detecteren en analyseren van problemen, in het vinden van creatieve oplossingen, in het kiezen van de meest effectieve en meest efficiënte oplossing, en in het plannen van de uitvoering daarvan.
Dat vrouwen minder geneigd zijn tot agressie, geweld en het doordrammen van hun eigen mening, en dat ze beter luisteren. Niet alleen luisteren naar wat er gezegd wordt, maar vooral ook naar dat wat niet hardop wordt uitgesproken.
Dat vrouwen minder belang hechten aan hun eigen machtspositie, en meer aan het belang van de maatschappij als geheel en aan het handhaven van vrede en verdraagzaamheid. Dat vrouwen bruggen bouwen, daar waar mannen muren opwerpen. Dat vrouwen onderhandelen, daar waar mannen schieten en bombarderen.

Ook realiseren (oude) witte mannen zich niet dat intelligentie niets te maken heeft met huidskleur. Dat wat zij zien als minderwaardigheid in mensen met een andere huidskleur of achtergrond het gevolg is van hun eigen koloniale machtsmisbruik, hun eigen monopoliepositie en megalomanie, en dus van kansenongelijkheid.

Dan over die befaamde kracht van de man, die nogal wordt overdreven.
Mannen zouden, zelfs mits daartoe fysiek geschikt, een zwangerschap en bevalling waarschijnlijk niet overleven. Ze overleven al amper een verkoudheid.
Hun kracht valt in het niets bij de kracht van een vrouw die zichzelf of haar dierbaren beschermt tegen gevaar.
Hun kracht verbleekt bij die van een vrouw die niet alleen een baan of carrière heeft, maar daarnaast ook de huishouding doet, zorgt voor eventuele kinderen (die ze ook zelf draagt en baart), de organisatie en administratie thuis regelt, en daarnaast misschien nog werkt aan haar conditie, een hobby, de tuin, of een studie.
De doorsnee witte man is al uitermate trots als hij slechts één van al deze bezigheden – zijn baan – goed denkt uit te oefenen.

Mannen luisteren niet, denken niet na, overzien het grote geheel niet, zijn ongeïnteresseerd, onverschillig en, nou ja, vrij dom.
Mannen zijn zelf natuurlijk erg tevreden met wat zij zien als hun vanzelfsprekende en onwrikbare positie in het centrum van hun universum.
Ze vinden dat andere mensen (vrouwen, vooral jonge vrouwen, mensen met een andere huidskleur of een andere sociale of culturele achtergrond) er enkel zijn om hun belangen te dienen. Het valt hen niet eens op dat dat geen normale situatie is.
Wil er iemand met de man samenleven, dan moet diegene bereid zijn zich aan hem te onderwerpen, want ook in de privésfeer dient de ander vooral tot zijn ondersteuning – in zijn dagelijks leven, en van zijn ego.
Witte mannen in machtsposities hebben vrijwel altijd een partner met een verzorgend beroep: bejaardenverzorger, kleuterleider, verpleegkundige, enzovoort. Precies het soort partner waardoor zij zelf alle tijd en aandacht aan hun carrière kunnen besteden.

De gemiddelde witte man met macht is emotioneel onvolwassen en niet in staat om voor zichzelf te zorgen.
Hij kan geen wasmachine bedienen, geen gezonde maaltijd op tafel zetten, geen twee dingen tegelijk doen, hij heeft nooit geld op zak, en is nutteloos in crisissituaties, tenzij iemand anders hem vertelt wat hij moet doen.
Zijn partner thuis en een assistent op zijn werk dienen als zijn persoonlijke encyclopedie en agenda, ondanks zijn altijd aanwezige laptop en telefoon.
Hij is zich amper bewust van wat er in de wereld om hem heen gebeurt.
Hij slikt aspirines of suiker om een vergadering door te komen.
Op managementcursussen zijn vrouwen hem te slim af, net als bij intelligentietesten, in het begrijpen en volgen van handleidingen, en in het herkennen en oplossen van problemen, zelfs wiskundige.

En hebt u wel eens goed gekéken naar de witte man met macht?
Zag u toen complexe gedachten, diplomatie, en… kracht?
Wat hij vooral uitstraalt is zelfoverschatting, een gebrek aan beheersing bij eten en drinken, geen smaak in kleding, arrogantie, en nou ja, domheid.

Mannen (oude, witte, heteromannen) hechten vooral belang aan het verdienen van veel geld, aan de aandacht van aantrekkelijke vrouwen, en aan het handhaven of versterken van hun machtspositie.
Daardoor raken onze belangrijkste problemen, die zij grotendeels zelf veroorzaakt hebben (ongebreidelde groei om de groei zelf, extreme inkomensongelijkheid, kansenongelijkheid, de woningnood, de wapenwedloop, de vernietiging van de natuur, de opwarming van de Aarde, enz.), niet opgelost. Met het najagen van eigenbelang los je nu eenmaal de grote problemen in de wereld niet op.
Mannen zijn, nou ja, een beetje dom.
En ze hebben een bord voor hun kop.

De patriarchie van de (bejaarde) witte man heeft lang genoeg geduurd.
Maak je borst maar nat, (oude) witte man: er gaan dingen veranderen.