BG 205 – Het zebrapad

Deze keer was De Maakster niet bezig aan haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp, maar reed ze in haar auto door het centrum van een naburig dorp.
Schuin voor haar reed, op de daarvoor bedoelde baan, een vrouw op een fiets, met aan haar andere kant een kleutertje op een schattig klein fietsje. Terwijl De Maakster een zebrapad naderde, sloeg De Fietster pardoes linksaf dat zebrapad op, zonder eerst te stoppen en zonder om zich heen te kijken.

Gelukkig lette De Maakster goed op en kon ze vlak voor het zebrapad remmen, op ruime afstand van De Fietster. Die was enorm geschrokken, sprong van haar zadel en zette haar voeten aan weerszijden van haar fiets op de grond. Tegelijkertijd greep ze haar kindje bij de schouder om het te doen stoppen. Het jongetje, met een fietshelmpje op, schrok daar natuurlijk van, zette moeizaam een voetje op de grond en wankelde even, schuin op zijn zadel, voordat het zijn evenwicht hervond.

De Fietster keek De Maakster woedend aan en begon heel hard tegen haar te razen en te tieren. Wijzend over de lengte van het zebrapad riep ze ‘Dit is hier goddomme een zebrapad!’ Waarop De Maakster kalm, maar luid genoeg om boven het geluid van de motor uit te komen, antwoorde ‘Ja, inderdaad! Voor voetgangers!’ De Fietster brulde en krijste steeds maar achter elkaar door met een knalrood aangelopen gezicht van woede ‘Dit is hier een zebrapad! Dit is hier een zebrapad!’ Waarop De Maakster nog een keer terugriep ‘Ja, voor voetgangers!’ Maar de vrouw kalmeerde niet en leek te denken dat De Maakster zojuist geprobeerd had haar en haar kindje te vermoorden.

Vanaf de stoep aan de overkant kwam een mollige oudere mevrouw op een sukkeldrafje aansnellen, schudde boos haar hoofd naar De Maakster, legde even een hand op de schouder van De Fietster en boog zich toen over het kindje om het te troosten. De Maakster ving een korte blik van het schattige kindje op, dat haar vol verwondering aankeek met een gezichtje van ‘Waarom doet mijn mama zo raar?’ Het kind had geen troost nodig. Het was niet gevallen, had geen pijn, en had de auto tot nu toe zelfs helemaal niet gezien. Waar het wél van geschrokken was, was van mama, die het ruw bij de schouder had gegrepen en die vervolgens heel luid was beginnen te razen en te tieren.

De Maakster keek even in haar spiegels, zette de motor uit en in neutraal, trok de handrem aan en verliet de auto. Toen ze kalm naar De Fietster toeliep, zei die op minder luide toon, maar nog steeds woedend ‘Dat is hier een zebrapad!’ De Maakster stelde zich vriendelijk voor en vroeg ‘Wilt u alsjeblieft een beetje kalmeren? U maakt uw kindje overstuur.’ De vrouw ademde diep in om weer te beginnen te tieren, waarop De Maakster haar nogmaals verzocht wat te kalmeren. Ze vroeg naar de naam van het kleutertje. ‘Hij heet Wout,’ snauwde de vrouw. De Maakster keerde zich naar het jongetje en zei ‘Hallo Wout! Wat ben jij al een flinke jongen zeg, dat je al helemaal zelf kunt fietsen! Wat knap!’ Het kind lachte trots naar haar. De oudere dame die was komen helpen deed een flinke stap achteruit, alsof ze bang was voor de vermeende wegpiraat.

De Maakster draaide zich weer naar De Fietster. ‘Mevrouw, alles is in orde met uw kindje. Het is alleen maar geschrokken van uw uitbarsting.’ De Fietster stond met de mond vol tanden, nog steeds rood van woede. Ze mompelde verongelijkt ‘Maar dit is een zebrapad…’ De Maakster keek haar recht in de ogen. ‘Ja, dit is inderdaad een zebrapad. En zebrapaden zijn bedoeld voor voetgangers. Wat u had moeten doen, in plaats van er pardoes op te rijden zonder op of om te kijken, en zo uzelf en uw kindje in gevaar te brengen, was afstappen, rustig om u heen kijken om te zien of er auto’s aankwamen, en zo niet, rustig met uw fiets aan de hand oversteken. Uw kindje kon u dan wel laten fietsen, terwijl u hem beschermde door naast hem te lopen.

‘Ja maar, ik heb hier voorrang!’ ‘Nee mevrouw,’ antwoordde De Maakster kalm, ‘u mag niet fietsen op een zebrapad en dus had u al helemaal geen voorrang. U hebt geluk dat ik op tijd kon stoppen. Doe uzelf en uw kindje een plezier en rij nooit meer zomaar roekeloos een zebrapad op. Niet iedere automobilist let goed op en staat op tijd op de rem!’ ‘Ja maar…’ stamelde De Fietster nog een keer en ze haalde een aantal malen diep adem. Gelukkig maar, ze leek een beetje te kalmeren. ‘Ik snap dat u geschrokken bent, maar gelukkig is er niks ernstigs gebeurd,’ zei De Maakster vriendelijk. ‘Een fijne dag nog! Daag Wout!’ En weer kreeg ze een brede lach van het jongetje. Ze stapte weer in haar auto. De Fietster en de oudere vrouw legden beiden een hand op de rug van het kindje en staken te voet het zebrapad over. De Maakster wachtte tot ze de overkant bereikt hadden, alvorens te starten, in haar spiegels te kijken, en weg te rijden.

Achter haar claxonneerde er een andere chauffeur. Misschien nog iemand die haar een wegpiraat vond, of gewoon iemand die ongeduldig werd.