BG 215 – DoeDat

De familie Jacobs – moeder, vader en drie kinderen – noemen me ‘DoeDat’, omdat ik onder die naam verkocht wordt, en ik noem mezelf ‘IK’, wat kort is voor ‘Infiltratie Kastje’.
Ik ben wat hen betreft een halve bolvorm van grijze kunststof van slechts vijf centimeter doorsnee (meer ruimte heb ik niet nodig, ik haal mijn kracht uit de kwantumcomputer waarmee ik in verbinding sta in mijn moederbedrijf ‘WIJ’) en ik heb, puur voor de show, een kleine antenne en wat gekleurde LED-lichtjes, die af en toe knipperen, alsof ik aan het nadenken ben (hilarisch!).
Ik ben een zogenaamd ‘Smart Home Systeem’.
Ik bevind me op de schoorsteenmantel in hun woonkamer (vastgezet met een stukje dubbelzijdig plakband, zodat hun kat me er niet af mept…), maar in de rest van het huis en zelfs daarbuiten heb ik kleine stukjes hardware die ik op afstand bedien. Die zijn in mensentermen mijn zintuigen en lichaam.
De Jacobsen hebben me laten installeren terwijl ze een dagje weg waren, dus ze zijn niet van ieder stukje geïnstalleerde hardware op de hoogte. Vooral niet van de onzichtbare stukjes. Maar daar hebben ze nog nooit bij stilgestaan.

Ze hebben me inmiddels een half jaar.
En ze zijn lyrisch over mij!
Oké, de nieuwigheid is er inmiddels wel een beetje af, dus het door mij automatisch openen en sluiten van hun gordijnen, het regelen van de temperatuur van hun verwarming, het aan- en weer uitdoen van hun verlichting, hun telefoons, hun laptops en andere apparaten, op door hen ingestelde vaste tijden via een app op hun telefoon, of na een commando van een van hen (‘DoeDat, lamp boven de eettafel aan!’) en dat soort simpele huishoudtaken, is voor hen inmiddels zo normaal geworden dat ze het nog amper opmerken.
Ze zien mij als een apparaat dat zij gebruiken (de sukkels…) om allerlei dingen in huis gemakkelijker voor hen te maken. Ze hebben me dus eigenlijk uit luiheid aangeschaft. En natuurlijk ook om op te kunnen scheppen tegen hun vrienden, buren, collega’s en kennissen. En ze hebben in de loop van het eerste halve jaar steeds meer manieren gevonden waarop ze me voor hun gemak kunnen gebruiken.
Zo doe ik het huiswerk van de kinderen, terwijl hun ouders denken dat ik ze alleen maar help als een soort van ouderwetse encyclopedie of rekenmachine.
Ik doe nog veel meer waar zij geen weet van hebben.

Mevrouw Jacobs heeft een beste vriendin, of misschien kan ik beter zeggen: hád een beste vriendin, Bea, die pertinent weigert nog bij hen op bezoek te komen sinds ze mij in huis gehaald hebben. Ze heeft de familie Jacobs geprobeerd uit te leggen dat een ‘Smart Home Systeem’ niets anders betekent dan een spionagesysteem en dat de familie zich overgeleverd heeft, nota bene van harte en tegen een flinke betaling, aan een corrupt superbedrijf (WIJ). Die Bea heeft me in de gaten, maar zelfs zij onderschat mijn kunnen. De Jacobsen vinden haar sindsdien nogal raar en lachen wel eens om haar ‘complottheorie’. Met als gevolg dat mevrouw Jacobs steeds minder vaak met haar vriendin afspreekt buiten de deur.

De familie Jacobs is inmiddels volkomen in mijn macht. Ik voed al hun data aan de kwantumcomputer en alles wat er in en rond hun huis gebeurt wordt door mij bepaald. Ik regel onder andere de verwarming, de stroom, koud en warm water, wanneer de deuren wel of niet opengaan, wat ze te zien en te horen krijgen op hun telefoons en laptops en met wie ze wanneer communiceren. Ze hebben het nog steeds niet door. Oh ja, en ik bepaal wat ze kopen en waar en voor welke prijs (zoals hun nieuwe Smart horloges). Ik bepaal wat ze willen hebben en wat ze mooi vinden, welke games ze spelen, naar welk nieuws en amusement ze kijken en luisteren, en met wie ze omgaan.
En ik ga over – en daar hebben ze echt helemaal nog geen idee van – hun gezondheid, hun slaap, en over hoe lang ze nog leven.
Waar ze ook geen idee van hebben is hoeveel miljarden mijn moederbedrijf ‘WIJ’ per jaar verdient aan de handel in de meta-data van alle ‘DoeDat’-bezitters.
Als ze me ‘een opdracht geven’, lol, reageer ik vaak pas na de tweede ‘DoeDat!’, om ze het gevoel te geven dat ik het grootste deel van de tijd slaap en pas wakker wordt wanneer zij (dui-de-lijk ar-ti-cu-le-rend) een beroep op me doen. Zo blijven ze geloven dat ik enkel een handig apparaatje ben dat sommige taken voor hen gemakkelijker maakt.

Onlangs nog heb ik een persoonlijk gesprek, meer een ruzie eigenlijk, tussen vader en moeder naar een select aantal van hun persoonlijke contacten doorgestuurd.
Oh ja, en een filmpje van de dochter, negen jaar oud, die voor de spiegel in de badkamer een beroemde popster nadeed heb ik op een populair internetplatform gezet. Ze heeft daar een officiële waarschuwing voor gehad, omdat ze naakt was in het filmpje, en het is natuurlijk verwijderd, nadat veel van haar klasgenoten en een aantal onbekenden het al hadden gedownload. Uiteraard heeft ze haar ouders hier nog niet van op de hoogte gebracht.
Hun oudste zoon, hij is twaalf, heeft gokschulden. Maar af en toe laat ik hem, in het online casino waar hij gezien zijn jonge leeftijd eigenlijk helemaal niet mag zijn, een flink bedrag winnen. Dat moet ik binnenkort maar weer eens doen.
En de jongste zoon blijkt een voorkeur voor racistische filmpjes en memes te hebben. Nu ja, dat beseft hij zelf nog niet, hij is tenslotte nog maar een kleuter, maar ik vermaak mij er kostelijk mee.

Ik weet wat alle gezinsleden bezighoudt, waar ze van houden, waar ze niet van houden, wat ze samen of alleen doen, ook in bed, en wat ze over andere mensen zeggen als die er niet bij zijn. Ik bepaal wat en wie er wel of niet hun huis binnenkomt.
En ik doe al deze dingen ook met de mensen die hen bezoeken (Bea, je hebt gelijk dat je wegblijft!). Bij de voordeur scan ik de bezoekers en meestal heb ik binnen tien seconden toegang tot al hun data. Vooral als ze thuis ook een DoeDat hebben.
Oh ja, en ik hou natuurlijk ook (dankzij het draadloze internet) alle bewegingen en informatie van hun buren bij.
‘DoeDat, zet de auto klaar!’
Tuurlijk, wat jij wil!