BG 234 – Wat wil je drinken, lieverd?

Zoals vaak op vrijdagochtend, zat ik aan een tafeltje in een lokale horecagelegenheid, waar men – enkel overdag – thee, koffie en andere drankjes serveerde, verschillende soorten gebak, en ook een klein assortiment belegde broodjes. De meeste klanten kwamen er vooral om op hun gemak een praatje te maken.
Die ochtend kwam er een jonge moeder met twee kleine kinderen binnen. Ze had een wandelwagentje buiten laten staan en ging, met één kind op haar heup en de ander met een armpje rond haar been geklemd, op zoek naar een kinderstoel. Die vond ze, en gelukkig kreeg ze hulp van een van de andere klanten om het ding voor haar aan een vrij tafeltje te zetten. Ze zette het kleinste kind erin, dat nadat ze van haar jasje bevrijd was direct haar duimpje in de mond stak en met grote ogen om zich heen begon te kijken. Daarna probeerde ze het andere kind, een jongetje, dat ze met wat meer moeite van zijn jasje had ontdaan, ervan te overtuigen om zelf op een stoel te klimmen. Die wou daar niet van weten. Hij begon te jengelen en mama moest hem optillen en op de stoel zetten.
Toen ze haar eigen jas over de rugleuning van haar stoel had gehangen en ook was gaan zitten, kwam de eigenaresse van de zaak, Annie, bij haar staan met een notitieblokje en een pen om haar bestelling op te nemen. Ze wou een koffie alsjeblieft, zei ze. En toen draaide ze zich om naar het jongetje, dat misschien net drie jaar oud was, en vroeg ‘Wat wil jij drinken, lieverd?’
Toen het jochie niet direct antwoord gaf, wendde ze zich tot het meisje, dat beslist niet ouder dan een jaar was: ‘En jij, lieverd, wat wil jij drinken?’
Ik bekeek het tafereeltje van een afstandje enigszins verbaasd en geamuseerd.
De moeder bleef haar kinderen maar vragen wat ze wouden drinken en begon drankjes op te noemen waarvan ze wist dat de kinderen die lustten.
Annie werd ongeduldig en vroeg streng ‘Wat kan ik noteren, mevrouw?’
‘Momentje…’ zei ze verontschuldigend en ze begon er wat gejaagd en ongemakkelijk uit te zien. Want tja, haar schatjes van kindjes konden maar geen besluit nemen. Het duurde maar en het duurde maar. Af en toe stelde ze iets voor en dan klaagde het jongetje ‘Nee, da wil ik nie!’
‘Maar lieverd, dat heb je gisteren toch ook gedronken?’
Waarop het jongetje heel stellig zei ‘Mah ik wil dat nie!’
Het meisje in de kinderstoel herhaalde telkens vrolijk ‘Nie!’ ‘Niehie, nie!’
De vrouw werd steeds wanhopiger en Annie’s geduld raakte op.
Toen besloot het jongetje dat hij niet meer op de stoel wou zitten waarop hij nu zat. Zijn moeder onderhandelde met hem dat het toch echt de fijnste plaats was, zo naast mama, maar hij vond van niet: ‘Wil dáh zitte!’
Waarop de moeder met een diepe zucht opstond, het kind onder zijn oksels optilde en naar de stoel aan de overkant van de tafel bracht. Net toen ze hem daarop geïnstalleerd had en de stoel wat verder onder de tafel geschoven had, besloot het kind, huilend nu, ‘Trug, anner stoel!’
En ja hoor, met een diepe zucht, een rood hoofd en glimmend van het zweet, bracht ze hem terug naar zijn oorspronkelijke zitplaats, terwijl nu ook zijn zusje verwoede pogingen deed om uit haar kinderstoel te klimmen. Ook zij wou blijkbaar ergens anders zitten.
Terwijl ze de kinderen terug in en op hun stoelen suste, vroeg ze hen voor de zoveelste keer op lieve toon wat ze wilden drinken
Annie keek demonstratief op haar horloge en vroeg luid en vinnig ‘Wat mag ik noteren?’ En even later ‘Een koffie, dus?’
Ze liep naar haar plek achter de toog om die in te schenken. Ondertussen hielp ze een aantal andere klanten met hun bestellingen en met afrekenen. Toen ze de vrouw haar koffie bracht vroeg ze ‘En wat mag het zijn voor de kleintjes?’
De vrouw keek vrij wanhopig naar haar kinderen en begon weer…, ‘Lieverds, wat…’
Maar Annie onderbrak haar met een waardig: ‘Vertelt ú me maar wat uw lieverdjes willen drinken!’
De vrouw vroeg met rode wangen stotterend om een appelsap voor het jongetje, die daarop ‘Wil ik nie!’ begon te jammeren, en om een milkshake voor het kleine meisje.
‘Welke smaak milkshake wil jij, lieverd?’
En kijkend naar Annie: ‘Welke smaken milkshake hebt u?’
Waarop Annie blafte: ‘Aardbei!’
De vrouw had inmiddels zeker al een kwartier van Annie’s tijd in beslag genomen.
‘Wil je aardbei, lieverd?’
‘Ja, de lieverd wil aardbei!’ blafte Annie. ‘Een appelsap en een aardbei-milkshake! Komt er zo aan!’
En ze liep weg. De jonge moeder verbijsterd achterlatend.
‘Ik wil geen aatbei…’ klaagde het jongetje.
Waarop de moeder zei: ‘Die is voor je zusje. Jij krijgt appelsap.’
‘Ik wil geen appesap…’