Honderden jaren lang, vooral aangewakkerd door het christendom, voelde de westerse mens zich het opperwezen op deze planeet. Wat ons betrof bestonden dieren, planten, andere levensvormen en niet-levende materie enkel om door ons geëxploiteerd te worden. En dan niet op een evenwichtige, duurzame manier, maar gewoon zoveel als we in onze hebzucht maar te pakken konden krijgen, met behulp van steeds efficiëntere technologische hulpmiddelen. Het kon niet op, dachten we.
We waanden ons superieur. Of eigenlijk moet ik niet in de verleden tijd spreken, want de meeste, vooral westerse, mensen wanen zich nog steeds superieur. Het gevolg? Plundering van de Aarde. Uitputting van natuurlijke hulpbronnen, vervuiling van onze leefomgeving, en het door ons toedoen uitsterven van vele soorten levende wezens. En er komt maar geen einde aan onze hebzucht. Zelfs niet nu we allemaal in meer of mindere mate te maken krijgen met de eerste ernstige gevolgen van de door ons veroorzaakte klimaatramp. En met tekorten in wat we lang dachten dat onuitputtelijke bronnen waren, waarop wij meenden recht te hebben.
Waarom denken wij eigenlijk dat we superieur zijn? Honderden jaren lang waren we vergeten dat we gewoon een van de vele diersoorten op deze planeet zijn. We hadden gesproken en geschreven taal uitgevonden en een agrarische revolutie, een industriële revolutie en een automatiserings- of informatierevolutie op gang gebracht, en er was geen enkel ander levend wezen dat tot zoiets in staat was, dus we voelden ons almachtig. Ook toen we al lang veel te ver doorgeschoten waren en we de enige diersoort, het enige soort levende wezen op de Aarde waren geworden dat zijn eigen leefomgeving, en dat van de meeste andere levende wezens, in gevaar begon te brengen.
Veel mensen blijven desondanks volhouden dat wij veel intelligenter en meer ontwikkeld zijn dan alle andere levende wezens. Ze hebben nog altijd moeite met het concept dat wij ook maar gewoon een diersoort zijn. Maar dan een die zich dusdanig succesvol over de planeet verspreid heeft, en die zo efficiënt plundert, dat hij een ware plaag geworden is. Tot op het punt dat onze planeet beter af zou zijn zonder ons. Zelf heb ik eerder het gevoel dat we, ondanks al onze prachtige uitvindingen, misschien wel de domste diersoort op Aarde zijn. Welke andere soort vernietigt tenslotte zijn eigen leefomgeving? Dat getuigt toch niet van veel intelligentie?
En daarbij hebben we, door een gebrek aan kennis en inzicht – we kunnen tenslotte niet gemakkelijk communiceren met andere diersoorten, laat staan met planten of microscopisch kleine wezens – geen benul van de intelligentie van andere soorten levende wezens. Telkens als wetenschappers ‘nieuw’ slim gedrag bij andere soorten ontdekken, soorten die vaak al honderdduizenden en soms zelfs miljoenen jaren langer dan wij bestaan, zijn we daarover heel verbaasd. Alsof intelligentie alleen voorbehouden zou zijn aan de relatieve nieuwkomer, de mens.
Als we er al voor openstaan, verwonderen we ons over de vaardigheden en het denkvermogen van andere soorten levende wezens. Over hun superieure zintuigen en communicatiemiddelen, hun verbazingwekkende navigatievaardigheden, hun verrassende probleemoplossende vermogens, hun ultieme aanpassingsvermogen, over de extreme omstandigheden waarin ze weten te floreren, over hun onderlinge interactie, hun emoties, en hun samenwerkingsverbanden met andere soorten. En dat terwijl er voor ons op dit gebied nog zoveel te ontdekken is.
Zelfs het internet hebben wij niet als eerste bedacht: bomen versturen al miljoenen jaren selectief informatie, waarschuwingen en voedsel naar elkaar, via een complex netwerk van ondergrondse schimmeldraden.
Wij mensen beginnen eindelijk te beseffen dat we veel van andere diersoorten, van planten, van andere levende wezens, en zelfs van levenloze materie kunnen leren. Dat soorten en materialen die al honderdduizenden of miljoenen jaren langer dan wij bestaan ons de oplossingen voor onze problemen kunnen bieden, als we maar bereid zijn naar ze te ‘luisteren’. Als we ophouden met het vernietigen en plunderen van de natuur om ons heen, kunnen we van diezelfde natuur leren hoe we voortaan duurzaam kunnen leven.
PS: en dan kan een klein groepje topplunderaars, dat de weg kwijt is, ook stoppen met hun geldverslindende zoektocht naar een toekomstige ‘leefbare’ planeet voor de mensheid. We leven immers al op de voor ons meest ideale planeet: die waar we zijn ontstaan! Het is zoveel eenvoudiger, goedkoper en minder vervuilend om onze eigen planeet weer voor ieder levend wezen duurzaam ‘leefbaar’ te maken.