Ik kijk naar haar, zij lijkt op mij.
Tussen het inmiddels duistere buiten en het slechts door een klein beeldscherm verlichte binnen was daar aanvankelijk alleen een gladde, donkere rechthoek.
Maar toen ik dichterbij kwam, ontstond daarop een nauwelijks waarneembare schim, met vlekken gezichtsbedrog in donkergrijs op donkergrijs.
Rondom haar domineert de kille duistere rechthoek, die rechtop ligt.
Kijk ik dieper, kijk ik dwars door haar heen, dan zie ik nog net de omtrekken van bomen en struiken in de tuin, die rustig wachten tot morgen de zon weer opkomt.
Waarneming op drie niveaus.
Ik glimlach naar zij die op mij lijkt en sluit de gordijnen.