BG 285 – 100 Woorden Fictie

Geparkeerde auto

Op het parkeerterrein van het winkelcentrum stond, in de brandende zomerzon, een donkere Mercedes, met een raam op een kiertje en een briefje op het raam.
Recent had de politie meerdere honden uit veel te hete auto’s moeten bevrijden – de arme beesten! – dus ik besloot toch even te gaan kijken.
Dit is wat ik las:

Wees niet ongerust!
Ik ben aan het winkelen.
Hij heeft airconditioning, water en zijn favoriete snoepjes.
Hij heeft het liever zo!

De ramen waren getint, dus ik gluurde door de open kier.
Er lag een grote, volwassen man in de auto te slapen…