Onze favoriete sneeuwkristallen hebben zes punten. Altijd zes. Nu ja, tenzij er twee samensmelten, dan hebben ze soms twaalf punten.
Deze zespuntige sneeuwkristallen worden stellar dendrieten genoemd. Stellar betekent stervormig en dendriet betekent boomachtig, dus het zijn kristallen met takken en zijtakken.
Toen we als kinderen ‘sneeuwvlokken’ knipten uit gevouwen papier, knipten we dus eigenlijk sneeuwkristallen. En dan meestal ook nog met acht punten, omdat dat gemakkelijker was. We knipten fantasie-sneeuwvlokken.
Sneeuwvlokken zijn in werkelijkheid een luchtig rommeltje van aan elkaar geklonterde sneeuwkristallen.
Naast zespuntige stellar dendrieten zijn er nog allerlei andere vormen van sneeuwkristallen, zoals kolommen en naalden, afgetopte kolommen, driehoekige platte kristallen, diamantstofkristallen (die er uitzien als lichtgevend stof in zonlicht) en varenachtige stellar dendrieten (met heel veel parallelle zijtakken, zoals bij een varen).
Waarom hebben stellar dendrieten altijd zes punten? Dat is het gevolg van de manier waarop watermoleculen zich rangschikken. Op deze manier is er zo min mogelijk energie nodig om ze te vormen.
En hoewel ze allemaal stervorming zijn en zes punten hebben, zijn er heel veel verschillende stellar dendrieten!
Onder steeds verschillende omstandigheden vormen zich steeds verschillende vertakkingen.
Een sneeuwkristal begint zich altijd te vormen rond een piepklein deeltje stof, zout, zand, vulkanische as, of industrieel stof, in een wolk in de atmosfeer.
Vervolgens ontwikkelt het zich verder in een wankel evenwicht van temperatuur, hoeveelheid waterdamp, luchtdruk, tijd en beweging (wind).
Stellar dendrieten groeien sneller dan andere sneeuwkristalvormen. De aanvoer van waterdamp naar de hoekpunten is namelijk korter dan die naar platte vlakken. Daardoor onttrekken ze ook veel water uit hun omgeving, waardoor de groei van de platte vlakken afneemt.
En alle zes punten groeien even snel aan. Vandaar dus die prachtige symmetrie!