Om precies vijf uur sloot ze haar computer af, trok ze haar jas aan, en hing ze haar tas over haar schouder. Het kantoor was verder al uitgestorven. Haar collega’s hadden zoals gewoonlijk enkele minuten van hun werktijd afgesnoept. Op hun enthousiaste uitroepen als ‘fijne avond!’ en ‘tot morgen!’ had ze al die jaren niet gereageerd en niemand verwachtte dat nu nog van haar. Zo had ze het liever. Geen persoonlijk contact. Het administratieve werk dat ze deed was eenvoudig en geestdodend. Tenminste, als ze nog een geest gehad zou hebben om te doden. Maar ze kon er haar rekeningen mee betalen.
Zoals op de meeste dagen nam ze de bus naar het stadscentrum, waar ze in een goedkoop restaurant snel een eenvoudige maaltijd naar binnen werkte. En daarna begon ze aan haar dagelijkse missie: het bezoeken van boekwinkels en, als die na zeven uur allemaal gesloten waren, de plaatselijke openbare bibliotheek. Pas als die ook dicht ging, om tien uur, nam ze een andere bus terug naar het kleine appartement dat ze huurde. Ze hield natuurlijk van boeken, maar dat was niet de eigenlijke reden van haar frequente speurtochten. Ze was dringend naar iemand op zoek. Acht jaar geleden had Laura de Vries van de eigenaars van het kleine, succesvolle bedrijf waarvoor ze werkte veel geld gestolen en was vervolgens spoorloos verdwenen, met achterlating van haar gezin. En zij zou haar vinden! Ze zou ervoor zorgen dat ze dat hele bedrag terugbetaalde!
In een rommelige en slecht verlichte tweedehandsboekhandel plofte ze met een zucht neer in een van de twee stoelen aan weerszijden van een antiek tafeltje. Vanaf hier kon ze goed zien wie er binnenkwamen en vertrokken. Eigenaar Wout verwelkomde haar hartelijk en zette een kop thee met een schaaltje koekjes voor haar neer, voordat hij voor zichzelf een kop haalde en bij haar kwam zitten. Nadat ze een tijdje zwijgend van hun thee hadden genipt en op koekjes hadden gekauwd, schraapte Wout zijn keel.
‘Er was hier gisteren een jongeman. Hij zocht diezelfde vrouw die jij zoekt!’
Laura schrok. Maar toen bedacht ze dat het goed was. Met z’n tweeën zouden ze haar misschien sneller vinden! Ze vroeg Wout of hij verwachtte dat de jongen nog terug zou komen. Hij dacht van wel.
Vijf dagen later was het raak. Ze zat weer aan het tafeltje bij Wout, toen de bel aan de winkeldeur klingelde en er een nieuwe klant binnenkwam.
‘Dat is hem!’ zei Wout en hij wenkte de jongeman dichterbij.
Hij stond op, bood hem zijn plaats aan en bracht hem ook een kop thee. Ze bekeek de jongeman bedeesd vanuit haar ooghoek. Hij zag er vriendelijk uit en hij kwam haar vaag bekend voor. Ze zweeg. En hij zweeg ook, totdat zijn thee voldoende was afgekoeld om te drinken.
‘Mag ik?’ vroeg hij, en nam een koekje van het schoteltje.
‘Natuurlijk,’ glimlachte ze terug.
Na nog een paar stille minuten, waarin hij haar af en toe even stiekem van opzij bekeek, zei hij ‘Ik hoorde dat u ook op zoek bent naar Laura de Vries?’
‘Ja!’ zei ze, en draaide zich naar hem toe. ‘U weet wat ze gedaan heeft?’
‘Nou ja…’
‘U weet het niet?’ vroeg ze verbaasd.
‘Ja maar…’ Hij keerde zijn gezicht blozend opzij.
Na nog een aantal minuten verbrak hij opnieuw de stilte.
‘Ze heeft het niet gedaan, weet u?’
Ze keek hem stomverbaasd aan.
‘Nee, echt, ze heeft het niet gedaan! Het was de ex-man van de eigenaresse van de zaak. Die is er met al dat geld vandoor gegaan! Maar de politie heeft hem opgespoord en hij zit inmiddels voor lange tijd in de gevangenis!’
Haar ogen werden groot en er blonken tranen in. De ex-man van de eigenaresse zat gevangen in de stad waar de jongeman met het vliegtuig vandaan gekomen was, een week geleden, legde hij uit. Ze keek hem verbijsterd aan.
En toen was er geen houden meer aan. Ze begon te schokken, sloeg haar handen voor haar keel, en de tranen stroomden over haar wangen. Wout kwam aangesneld en ook de jongeman stond vol bezorgdheid op. Ze slaakte een rauwe kreet en Wout sloeg een arm om haar schouders, terwijl de jongeman een pakje papieren zakdoekjes tevoorschijn haalde.
‘Het was… het was… ze heeft het niet gedaan?’ bracht ze moeizaam uit.
De jongeman straalde. ‘Nee, ze heeft het niet gedaan. Ze is onschuldig!’
Wout keek hem verbaasd aan en hielp haar ondertussen overeind. De jongeman legde voorzichtig zijn hand onder haar kin en hief haar gezicht op om liefdevol in haar betraande ogen te kijken.
‘Kom mama, we gaan naar huis!’