Ons huurhuis, dat wij huren van particulieren, is nogal groot, zeker als je nagaat dat wij er maar met z’n tweeën in wonen, en heeft daardoor, of misschien door een merkwaardige bouwplanning, nogal veel deuren, gangen en lichtknopjes.
Zo is er een gangetje dat, hoewel het maar kort is, vanuit onze woonkeuken leidt naar – eerste rechts – onze tweede douche (de eerste bevindt zich in de badkamer op de bovenverdieping) en dan naar – tweede rechts – ons ‘waskot’, waarin zich onder andere de wasmachine en de recycleerkast bevinden, en ook (’s nachts en een deel van de namiddag) onze kater Leo, en tenslotte naar – recht vooruit – onze eerste wc (boven, in de badkamer is er nog een). Het is er dus één en al deuren.
Het gangetje was aanvankelijk nogal donker. En het was ook eigenlijk te veel gedoe om er telkens het licht aan en uit te doen, terwijl we er met een paar passen doorheen zijn. Dus bedacht ik ooit dat het een goed idee zou zijn om er een muurlamp met bewegingsmelder te installeren, zodat het licht vanzelf aan en weer uit gaat als het beweging detecteert. Daar hebben we al veel gemak van gehad.
De sensor staat niet al te strak afgesteld, zodat het licht niet meteen aanfloept als we de deur vanaf de keuken een klein stukje bewegen, of wanneer Leo door het halletje sukkelt of er een insect rondfladdert.
Marc heeft er al veel plezier aan beleefd door bezoekers die gebruik van het toilet willen maken wijs te maken dat het licht aangaat als ze twee keer in hun handen klappen. Het werkt! Dat het ook werkt als ze niet in hun handen klappen, daar komen ze dan pas later achter.
Die bezoekers zouden ons eens fanatiek met onze armen moeten zien zwaaien als het licht in het gangetje te vroeg weer uit is gegaan terwijl we kater Leo in het enkel vanuit het halletje verlichte waskot naar zijn mandje begeleid hebben.
‘Héla, joehoe, toe licht, doe es aan! Ik ben hier nog!’