BG 338 – De leerling

Uitkijkend over het open, groene en waterrijke polderlandschap woonde Jannes de schaapherder met zijn trouwe zwartwitte border collie Ian.
Ian was geen gewone herdershond. Hij was snel en slim en hij begreep zijn baasje nog voordat die uitgesproken was. Iedere morgen trokken de twee er samen op uit om de kudde te begeleiden door rustige natuurgebieden, langs historische slootkanten en over groene dijken.

Op een late ochtend in het vroege voorjaar, toen Jannes met zijn leren hoed op, zijn woeste baard, zijn hoge leren schoenen en zijn gevorkte herdersstaf over het terrein liep, zag hij dat er iets niet klopte. Een van de schapen ontbrak.
Hij telde opnieuw en kwam weer tot negenennegentig.
‘Kom op Ian,’ zei Jannes. ‘Laten we haar zoeken.’

Ian spitste zijn oren en hij schoot er vandoor, langs struikgewas en slootjes en over open weiden. Ze zochten de hele middag, maar het ontbrekende schaap was nergens te vinden. Toen de zon al begon onder te gaan, Jannes z’n maag begon te rammelen, en het stilaan tijd werd om terug te keren naar de stal, stond Ian plotseling stil. Hij hield zijn kop een beetje scheef en snuffelde aan de lucht. Toen schoot hij er vandoor.
‘Wacht op mij!’ riep Jannes.

Ian verdween in de verte. Jannes haastte zich achter hem aan, hijgend en puffend. Aan de andere kant van de dijk stond hij verbaasd stil.
Het ontbrekende schaap stond in een ondiepe kuil in het gras, beschut door wat struiken. Maar ze was niet alleen. Naast haar lag een jong lammetje.
‘Ze heeft gelammerd! riep Jannes lachend. ‘Dat is waarom ze afdwaalde van de kudde!’
Opgelucht ging hij zitten, terwijl Ian voorzichtig rond de ooi en haar kleintje cirkelde, om ze te beschermen.
Toen ze uitgerust waren, nam Jannes het lammetje in zijn armen en liepen ze met de kudde terug naar de stal.

Een paar weken later was het lammetje sterk genoeg om zich samen met haar moeder bij de schaapskudde aan te sluiten.
Toen ze in het veld waren gebeurde er iets vreemds.
Het jonge lammetje, dat samen met haar moeder bij Jannes en Ian in de buurt was gebleven, maakte een vreemd geluid. Het was geen geblaat, maar…
‘Probeer jij te blaffen?’ lachte Jannes.
Ian hief zijn kop op. Het lammetje blafte opnieuw. Toen ze uren later terug wandelden naar de stal, volgde het kleine lammetje voortdurend de herdershond in plaats van haar eigen moeder. En als Ian rende, probeerde het lammetje mee te rennen.

In de weken daarna kopieerde het lammetje alles wat Ian deed.
Het sloop over de grond, het joeg achter blaadjes aan en het probeerde zelfs om de andere schapen te hoeden.
Op een middag ontdekte Jannes dat Ian in de schaduw van een boom lag te rusten, terwijl het lam trots in haar eentje rond de kudde cirkelde.
‘Ik denk dat je een leerling hebt opgeleid,’ lachte Jannes.