BG 62 – De Boze Echtgenote

Op haar dagelijkse wandelingen door Rustig Belgisch Dorp ontmoet De Maakster natuurlijk ook andere bewoners te voet. Die wenst ze ‘goedemorgen!’ of ‘een fijne dag!’, omdat de wereld daar een beetje mooier van wordt. Sommige bewoners groeten vriendelijk terug, maar anderen doen alsof ze niets gehoord hebben, of wenden snel hun hoofd af. Daar laat De Maakster zich niet door weerhouden.

Rustig Belgisch Dorp is een beetje een gesloten dorp en veel van zijn bewoners zijn gewend alleen om te gaan met mensen die ze al vanaf hun geboorte kennen. Ze voelen zich ongemakkelijk bij nieuwelingen, zelfs al wonen die er al geruime tijd. Oudere mensen reageren soms verward: ‘Maar… eh… ik kén u toch niet?’, waarop De Maakster lacht: ‘Dat hoeft toch ook niet? Ik wens u gewoon een fijne dag!’

Gisteren zag De Maakster tijdens haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp aan de overkant van de weg een oud broos mannetje met een gebochelde rug in zijn voortuin werken. Hij probeerde tevergeefs met een heggeschaar de dode takken van een hortensia te snoeien. Zijn vrouw, een stuk groter en minder breekbaar, keek vanaf een afstandje streng toe. De Maakster groette de man vriendelijk in het voorbijgaan: ‘Een goedemorgen, meneer!’ De man keek op en er verscheen een brede glimlach op zijn verhitte gezicht. ‘Voor u ook!’ antwoorde hij opgewekt.

Zijn vrouw plantte woedend haar vuisten op haar heupen en bulderde richting het mannetje: ‘Wie IS die vrouw? Waar KENDE gij die van?’, waarop het mannetje schuldbewust in elkaar dook en een nieuwe tevergeefse poging deed om de dode hortensia te snoeien.
De Maakster voelde de ogen van de vrouw nog lang in haar rug priemen terwijl ze doorwandelde.