100 Woorden Fictie

Korte verhalen in precies 100 woorden, inclusief de titel.

BG 84 – 100 Woorden Fictie

In de tent

Kamperen in het bos is nooit je favoriete bezigheid geweest, maar je moest mee, want anders kwamen ze een man tekort. Bij wijze van spreken. Je bent immers geen man. In een tent kun je niet doen alsof er muren zijn, en een rits is nooit een deur. Natuurlijk kun je niet echt je oren spitsen, maar je kunt wel heel hard proberen de voorzichtig ingehouden stappen te horen van de man die niet tussen de bomen door sluipt tot aan jullie tent. Je zet je schrap. En dan maar hopen dat hij niet op mannen valt.

BG 70 – 100 Woorden Fictie

Ook al is dat niet zo

Je hebt gezegd dat je – ja hoor – graag een keer in een tentje in de tuin kampeert. Dat je dat leuk vindt, zo bijna onder de blote hemel, met je bijna blote lijf, als het zo warm is als nu. Je hebt gezegd dat je er – ja natuurlijk – mee door wilt gaan, ook al heeft je vriendin afgezegd. Je hebt gezegd dat je geen problemen hebt met kriebelende en zoemende beestjes en dat je prima slapen kunt op zo’n dun matrasje op de oneffen ondergrond.
En dat je’s nachts gelukkig nooit hoeft te plassen.

BG 63 – 100 Woorden Fictie

Ze waren zogenaamd smokkelaars

Dat ze smokkelaars waren, had ze gezegd, dat dat ‘oeh’ spannend was! Dat ze moesten uitkijken voor de douane. Hij wist niet wie dat was, de douane. Gelukkig had ze gezegd dat ze terug zou komen, later, om hem te halen. Hij had haar geloofd. Dat ze zijn jas had moeten meenemen natuurlijk, als bewijs. Het was koud. Dat hij de weg kon vinden door te kijken aan welke kant van de boomstammen het mos groeide. Maar het was donker. Ze zou terugkomen, om hem te halen. Hij wist niet zeker of hij haar nog geloofde.