Korte Verhalen

Korte en ultra-korte verhalen.

BG 88 – Je auto wassen voor je Instagram

Net buiten Rustig Belgisch Dorp, aan de Grote Baan (ja echt, zo heet hij), is een autowasstraat. Stel je daarbij niet zo’n volautomatische wasstraat voor, maar gewoon een lang dak met daaronder een rij halfopen, door schuttingen afgescheiden hokjes, waarin je zelf je auto wast. De Maakster had net haar auto afgespoten en reed hem naar buiten om het interieur schoon te maken met een stofzuiger.

In het hokje naast haar arriveerde een donkerblauwe BMW, model duur. Het voertuig zag eruit alsof het thuis binnen twee minuten met een stofdoekje schoongemaakt had kunnen worden. Er stapte een koppel twintigers (v/m) uit, die er niet bepaald typisch uitzagen als mensen die een auto gingen wassen. De Maakster, in een oude spijkerbroek en met waterbestendige oude schoenen aan haar voeten stak er nogal sjofel bij af.

De slanke, gespierde man droeg een wijde kaki-broek tot op de grond, waaronder grote sportschoenen in blinkend wit en zilver. Rond zijn borstkas spande een bijna lichtgevend wit shirt en zijn keurig met gel in model gekamde haren werden op hun plaats gehouden door een zonnebril met zilverkleurige glazen. De man was gladgeschoren en het zou De Maakster niet verbaasd hebben als…

Read More »BG 88 – Je auto wassen voor je Instagram

BG 84 – 100 Woorden Fictie

In de tent

Kamperen in het bos is nooit je favoriete bezigheid geweest, maar je moest mee, want anders kwamen ze een man tekort. Bij wijze van spreken. Je bent immers geen man. In een tent kun je niet doen alsof er muren zijn, en een rits is nooit een deur. Natuurlijk kun je niet echt je oren spitsen, maar je kunt wel heel hard proberen de voorzichtig ingehouden stappen te horen van de man die niet tussen de bomen door sluipt tot aan jullie tent. Je zet je schrap. En dan maar hopen dat hij niet op mannen valt.

BG 82 – Het regent pasjes, halleluja

Tijdens haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp vanmorgen, bleef De Maakster abrupt stilstaan toen ze op de oprit naar een huis iets zag liggen glimmen in de zon. Bukkend zag ze dat het een bankpasje was. Het adres op de kaart kwam overeen met dat van het huis waar ze voor stond, dus ze besloot aan te bellen. Er werd niet opengedaan, maar ze zag vanuit haar ooghoek een beweging achter het raam. Ze belde een tweede keer aan en deze keer keek ze direct naar het raam. Daar zag ze nog net iemand wegduiken achter een gordijn. Toen de voordeur ook na een derde keer aanbellen nog steeds niet geopend werd, liep ze over het netjes gemaaide gazon en klopte op het raam. Een oudere vrouw kwam aarzelend tevoorschijn, met rode wangen van de opwinding. De Maakster glimlachte vriendelijk, hield met haar ene hand het bankpasje omhoog en wees er met haar andere hand naar. De oude vrouw sloeg haar handen voor haar mond, werd nog roder, en besloot nu dan toch de voordeur op een kier open te doen. Ze schraapte haar keel en probeerde streng te klinken:

Read More »BG 82 – Het regent pasjes, halleluja

BG 79 – Een thriller in 33 woorden

Ze knipperde tegen het felle daglicht.
De arts kwam haar vertellen dat ze het ongeluk overleefd had. Ze had niets gebroken en mocht morgen al naar huis.
Een kussen blokkeerde opeens haar blikveld.

BG 75 – In de schoorsteen ‘vallen’

Dit is een waargebeurd verhaal. Het gebeurde zelfs tientallen keren, voordat we onze schoorsteen lieten afdekken met kippengaas.

Beeld je in: er staan drie kauwtjes op de rand van de schoorsteen. Hun zwarte silhouetten steken af tegen de heldere lucht.

Kauw, kauw! Woppa! Daar ga ik!
Oh, shit! Kauw, kauw, kauw! Wat is het hier krap.
Kauw! Ik kan mijn vleugels amper bewegen.
Ik zit bijna klem tussen de bakstenen.
En wie heeft er verdorie het licht uitgedaan? Kauw!
Au, wie gooit er een tak op mijn kop. Kauw, au!
Even wachten ja, het is mijn beurt! Mijn!
Fladderfladderdefladder. Kauw, kauw!
Hoppa, ik glij verder naar beneden.
Mijn vleugels schuren langs de zijkanten.
Fladderdefladder. Wooow!
En nog verder. Oeps, ai, kauw, kauw, kauw! Fladder, fladder.
Pff, bah, al dat roet, pff!
Zeg, wie gooit er die walnoot op mijn kop? Kauw!

Read More »BG 75 – In de schoorsteen ‘vallen’

BG 73 – Nog steeds

Dit is de dialoog die ik schreef voor het Belgische openlucht theaterproject ‘Het Bankje 2021’.
Beluister hier de door stemacteurs gespeelde uitvoering.

– Mooi weer vandaag, hè?
– (zwijgt)
– Ik zei, mooi weer vandaag.
– Ja. Dat heb ik gehoord.
– En?
– En, wat?
– Of het mooi weer is vandaag?
– Ik hoorde net van wel.
– En bent u het daarmee eens?
– Nee, dat niet.
– Waarom?
– Waarom wat?
– Waarom bent u het er niet mee eens?
– Waarmee?
– Dat het mooi weer is vandaag.
– Ik vind het te koud.
– Maar het is toch niet zo koud vandaag?
– Jawel.
– Gisteren was het kouder.
– Een beetje, ja.
– Vandaag is het mooi weer.
– Vind ik niet.
– Waarom?
– Het is me te koud.
– Het is te kóud, zegt u?

Read More »BG 73 – Nog steeds

BG 70 – 100 Woorden Fictie

Ook al is dat niet zo

Je hebt gezegd dat je – ja hoor – graag een keer in een tentje in de tuin kampeert. Dat je dat leuk vindt, zo bijna onder de blote hemel, met je bijna blote lijf, als het zo warm is als nu. Je hebt gezegd dat je er – ja natuurlijk – mee door wilt gaan, ook al heeft je vriendin afgezegd. Je hebt gezegd dat je geen problemen hebt met kriebelende en zoemende beestjes en dat je prima slapen kunt op zo’n dun matrasje op de oneffen ondergrond.
En dat je’s nachts gelukkig nooit hoeft te plassen.

BG 69 – Overleg

Beng! De deur klapte onbedoeld hard achter hen dicht toen hij hem losliet. Vanuit de harde wind was ze onder zijn arm door bukkend naar binnen gestapt en voor ze ook maar de kans kreeg het zelf te doen, hielp hij haar uit haar jas en hing die samen met de zijne aan de kapstok. Met een beschermende hand tegen haar onderrug – zijn hand voelde verrassend warm aan door de dunne stof van haar T-shirt – voerde hij haar naar binnen. Ze besloot om de deur voor hém open te houden straks als ze vertrokken.

Een vriendelijke medewerker begeleidde hen naar een tafeltje voor twee in een rustige hoek achter in de bistro, waar ze een goed overzicht hadden, maar ook de nodige privacy. Ze waren net op tijd binnen: inmiddels kletterde er regen tegen het dichtsbijzijnde raam. Zij schoot in de lach toen ze tegelijk met beide handen door hun verwaaide haar streken.

Als vanzelfsprekend…

Read More »BG 69 – Overleg

BG 63 – 100 Woorden Fictie

Ze waren zogenaamd smokkelaars

Dat ze smokkelaars waren, had ze gezegd, dat dat ‘oeh’ spannend was! Dat ze moesten uitkijken voor de douane. Hij wist niet wie dat was, de douane. Gelukkig had ze gezegd dat ze terug zou komen, later, om hem te halen. Hij had haar geloofd. Dat ze zijn jas had moeten meenemen natuurlijk, als bewijs. Het was koud. Dat hij de weg kon vinden door te kijken aan welke kant van de boomstammen het mos groeide. Maar het was donker. Ze zou terugkomen, om hem te halen. Hij wist niet zeker of hij haar nog geloofde.

BG 62 – De Boze Echtgenote

Op haar dagelijkse wandelingen door Rustig Belgisch Dorp ontmoet De Maakster natuurlijk ook andere bewoners te voet. Die wenst ze ‘goedemorgen!’ of ‘een fijne dag!’, omdat de wereld daar een beetje mooier van wordt. Sommige bewoners groeten vriendelijk terug, maar anderen doen alsof ze niets gehoord hebben, of wenden snel hun hoofd af. Daar laat De Maakster zich niet door weerhouden.

Rustig Belgisch Dorp is een beetje een gesloten dorp en veel van zijn bewoners zijn gewend alleen om te gaan met mensen die ze al vanaf hun geboorte kennen. Ze voelen zich ongemakkelijk bij nieuwelingen, zelfs al wonen die er al geruime tijd. Oudere mensen reageren soms verward: ‘Maar… eh… ik kén u toch niet?’,

Read More »BG 62 – De Boze Echtgenote

BG 45 – Een thriller in 33 woorden

De voetstappen achter haar in het donker waren gelukkig gestopt. Ze haalde opgelucht adem. Twee straten nog, dan was ze thuis. Plotseling sloten sterke handen zich om haar hals. Ze zag een kousevoet.

BG 44 – Vallen

Tijdens haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp lijken de bewoners vandaag spontaan te vallen zodra ze De Maakster zien. Dat kan natuurlijk toeval zijn. Het heeft niet gevroren, integendeel, het is zelfs warm voor de tijd van het jaar, maar de laatste restjes rottende bladeren op straat zijn door de regen van vannacht glibberig geworden.

Halverwege haar route, tussen de sportvelden aan de ene kant en het mountainbiketerrein aan de andere kant, ziet De Maakster in de verte een oudere man met zijn hond. De man zwaait plotseling met beide armen door de lucht en valt dan pardoes op zijn gat. De hond, een blonde labrador, staat er verbaasd bij te kijken. Als ze hem even later passeert en vraagt hoe het gaat – de man, niet zijn hond –

Read More »BG 44 – Vallen

BG 22 – De Hondendans

Haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp voert De Maakster over de Noensewegel, een smal, geasfalteerd pad voor fietsers en wandelaars. Met aan de linkerkant, bewust aan het oog onttrokken door groen, een stille begraafplaats en een iets minder stille instelling voor geestelijk gehandicapten, en aan de rechterkant, achter een slootje met hier en daar een knotwilg, weilanden die in de zomer om de beurt begraasd worden door een groepje koeien.

Vooruitgegaan door luid gekef, komt deze morgen uit tegenovergestelde richting een knappe jonge vrouw,

Read More »BG 22 – De Hondendans

BG 16 – Doorzonwoning

Aan de overkant van de straat staat momenteel een open huis. Geen open huis in de gewone betekenis van het woord, maar meer een onbedoelde doorzonwoning.

De vroegere bewoners, een ouderwetse ongetrouwde zus en broer, die nog water pompten in hun keuken, de was op de hand deden, kookten op flessengas en geen bank met hun geld vertrouwden, zijn al lang vertrokken. De broer naar het hiernamaals en de zus, die nooit hun erf verliet, – stuurloos geworden in de mist zonder haar broer – naar een verzorgingstehuis.

De mensen ernaast hebben het huis gekocht,

Read More »BG 16 – Doorzonwoning

BG 12 – Balpen

We schrijven zwart. We schrijven ook allerlei andere kleuren, maar die zien er evenzogoed zwart uit.

’s Nachts lig ik in het donker te wachten op haar bureau. Dan is het stil en koud. Achter me staan de computer en printer ongebruikt te zwijgen. Ik herinner me het laatste woord dat we gisteravond schreven: bellen. De keuken is naast haar werkkamer en de tussendeur staat altijd open, omdat het hier anders overdag benauwd wordt. Daardoor kan ik de holle kunststof keukenklok de seconden horen aftikken, luider dan overdag. Een eenzame auto rubbert door de plassen over de kinderkopjes voor het huis. En zoals elke nacht lig ik geduldig te wachten.

Als de nieuwe dag begonnen is,

Read More »BG 12 – Balpen

BG 8 – De Rotonde

Van de vier stoelen die er gewoonlijk rond de keukentafel stonden, miste er vanmorgen een. Dat was vreemd. Terwijl ze samen met haar broer rondkeek op zoek naar de stoel, vond ze op de keukentafel een briefje van hun moeder. Dat was nog vreemder. Moeder had geschreven dat ze de hele dag weg zou zijn en pas laat thuis zou komen, dat ze niet ongerust moesten zijn.

Op sociale media verscheen een filmpje dat in het prille licht van de opkomende zon gemaakt was met behulp van een drone. Een merkwaardige cirkel van lege stoelen stond opgesteld rond de grote rotonde net buiten de hoofdstad.

Read More »BG 8 – De Rotonde