Nederlandse Teksten

Hier vind je alle Nederlandstalige teksten bij elkaar.

BG 229 – Inspiratie

Als schrijver (en ook als kunstenaar, ontwerper en maker) krijg je vaak de vraag:
‘Waar haal jij je inspiratie vandaan?’ of ‘Waar haal jij je ideeën vandaan?’
Alsof er ergens een obscure website, een verborgen strandje, of een onopvallend supermarktje is waar je inspiratie en ideeën kunt gaan ‘halen’.

Aanvankelijk verbaasde ik me over zulke vragen.
Hoezo, waar haal ik mijn inspiratie vandaan? Die IS er gewoon en is er altijd al geweest. Is dat bij andere mensen niet zo, dan? Zo lang als ik me kan herinneren is mijn (on)bewustzijn al gevuld met allerlei creatieve ideeën die erom vragen ooit een keer uitgewerkt te worden, tot bijvoorbeeld een kort verhaal, een essay, of een gedicht. Ik hoef mijn inspiratie niet ergens te gaan ‘halen’.

Ik denk dat schrijvers vooral opmerkzame mensen zijn, die veel lezen en die in veel dingen geïnteresseerd zijn. Die hun zintuigen goed gebruiken en veel van de wereld om zich heen in zich opnemen. Die de humor zien of bijvoorbeeld de verwondering in kleine gebeurtenissen, waar andere mensen amper aandacht aan besteden. Die bewust leven en die van taal houden. En omdat ik niet zo’n goed geheugen heb, maak ik regelmatig even een aantekening over iets waarvan ik denk dat ik er ooit over wil schrijven. Of ik kom een webpagina tegen over een onderwerp waar ik ‘ooit iets mee wil doen’ en zet die in mijn favorieten.

Meestal hoef ik die aantekeningen of favorieten niet eens te raadplegen, omdat de inhoud zich al gevoegd heeft bij alle andere inspiratie in mijn goedgevulde (on)bewustzijn. Ze dienen vooral om de boel af en toe weer vlot te trekken als ik naar een lege bladzijde zit te staren en er even helemaal niets wil komen. Vaak vormen ze dan enkel een eerste handvat, dat ik in de loop van het schrijven weer loslaat, terwijl er een schrijfsel over een heel ander onderwerp ontstaat. Want het onbewuste speelt een grotere rol bij schrijven dan de meeste mensen denken.

Veel van mijn schrijfsels dringen zich als vanzelf aan me op, ze vragen erom geschreven te worden. En wat ik doe met die ideeën, is ze zo goed mogelijk onder woorden brengen. Dat is niet zo eenvoudig als het klinkt. Soms komt een schrijfsel er kant en klaar uit, maar meestal schrijf ik eerst een vrij slecht concept, laat ik het een tijdje liggen, en werk ik me vervolgens door meerdere herschrijfrondes heen, totdat ik tevreden ben over het eindresultaat.

En dan is het aan de lezer om mijn schrijfsel op haar of zijn manier te interpreteren en er hopelijk plezier aan te beleven en/of er stof tot nadenken in te vinden. Want schrijven doe ik nooit alleen ‘voor mezelf’, maar meestal met denkbeeldige lezers in gedachten. Ik vind dat een geschreven tekst of bijvoorbeeld een kunstwerk pas echt af is als het gelezen of bekeken is, en bij voorkeur ook bewonderd.

BG 227 – Willekeurige Vragen

Mag ik je iets vragen? Hoeveel talen spreek je? Vloeiend? Heb je ooit iets van hout gemaakt? En van klei? Ben je goed in wiskunde? Wat is jouw favoriete seizoen? Heb je veel vrienden? Heb je dorst? Wandel je graag in de natuur?

BG 225 – Applaus voor jezelf

Er valt me de laatste tijd iets bijzonders op als ik kijk naar bijvoorbeeld een kwis op tv.
Zodra iemand een ronde van de kwis, of heel de kwis, gewonnen heeft, en de andere aanwezigen voor haar of hem klappen, klapt de persoon in kwestie gewoon mee.
Blijkbaar werkt dat klappen aanstekelijk en doet de winnaar automatisch mee, in plaats van met een dankbaar knikje of glimlach de lof in ontvangst te nemen.
Waarom toch dat applaudisseren voor jezelf?
Hebben ze er dan geen idee van dat het applaus voor hén bedoeld is, en volgen ze gewoon gedachteloos de rest, als een kuddedier?
Of kiezen ze er bewust voor om voor zichzelf te klappen?
Ben ik de enige die dat een beetje vreemd vindt?

BG 223 – Virtuele Realiteit

Virtuele realiteit, nu vrijwel exclusief gelinkt aan computers, door de razendsnel voortschrijdende automatisering, is in werkelijkheid zo oud als de mensheid. Virtueel betekent fictief, imaginair, ingebeeld – en daar heb je eigenlijk helemaal geen computer voor nodig. Toen we vuur hadden leren maken en onze verre voorouders elkaar voor het slapengaan verhalen vertelden over hun eigen belevenissen en dromen en die van hun voorouders, maakten zowel de vertellers als hun toehoorders gebruik van hun verbeelding, om voor zich te zien en zich in te leven in dat wat er met woorden overgebracht werd. In rituelen werden gezamenlijke gevoelens en onderlinge verbondenheid gevierd en verstevigd.

Vandaag de dag gebruiken we onze verbeelding vooral tijdens het lezen van boeken en verhalen. Terwijl we de gedrukte tekst tot ons nemen, creëren we daar in onze gedachten beelden, geuren, geluiden en andere sensaties bij. Recent is uit onderzoek gebleken dat de hersendelen die op een scan normaal oplichten bij bijvoorbeeld rennen, roepen, lachen, vriendschap en seksualiteit, ook oplichten als we daar enkel over lezen. Blijkbaar zijn we dus in staat om in onze verbeelding de dingen bijna echt te beleven. Jammer genoeg geldt dat voor steeds minder mensen.

Door de zich bliksemsnel ontwikkelende automatisering leven we tegenwoordig met ons lichaam nog in de natuurlijke wereld, maar met ons hoofd een groot deel van de tijd in de virtuele computerwereld. Onze telefoons en andere beeldschermen bieden ons een overvloed aan kant en klare, korte, snelle en verslavende prikkels, waardoor we ons niet meer voor langere tijd op iets kunnen concentreren. Natuurlijk is die nieuwe wereld heel aantrekkelijk, maar het is jammer dat we daardoor amper nog lezen. Want door boeken en verhalen te lezen en dus door onze verbeelding te gebruiken, leren we waardevolle vaardigheden die we nodig hebben in ons leven. Zoals: empathie, relativeren, niet-virtueel communiceren, opkomen voor onszelf, zorg voor onze leefomgeving, zelfzorg, tevredenheid, alleen kunnen zijn, creativiteit, kritisch denken, problemen oplossen en weerbaarheid.

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand

BG 221 – Een thriller in 33 woorden

Ze was alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. De schaarse geluiden waren dagen geleden al verstomd. Er kwam niemand meer. Er klonken geen schrapende voetstappen of rinkelende sleutelbos meer buiten haar krappe, donkere cel.

BG 219 – Zinvol

Hij had haar gevraagd of ze na afloop van de groepstherapiesessie nog even tijd had voor een een-op-eengesprek met hem in zijn kantoortje en ze had gedacht ‘druk, druk, druk’ en gezegd ‘natuurlijk, geen probleem, ik kan wel een bus later naar huis nemen’, en daar zaten ze nu dus; hij had voor hen elk een kopje thee gehaald en een koekje, en hij vroeg haar wat ze van de sessie gevonden had en zij zei dat ze het goed had gevonden en dat er een aantal deelnemers veel baat bij gehad hadden, met name A en F, en dat zij zelf er ook wel wat van opgestoken had, en hij adviseerde haar om zich voortaan meer te focussen op haar eigen problemen, waarop zij, nadat ze een hap van haar koekje had weggekauwd, verbaasd vroeg wat hij daarmee bedoelde, en hij haar uitlegde dat hij de indruk had dat ze telkens van minstens drie mensen tegelijk in de gaten had gehad wat er in hen omging, hoe ze in hun vel zaten, wat ze zeiden, fluisterend of luidop, en zelfs wat ze nog niet zeiden, maar waarschijnlijk wel graag hadden willen zeggen, waarop ze bevestigde dat dat zo was, dat ze inderdaad alles om haar heen meekreeg, zonder daar bewust voor te kiezen: wat er in de hoofden van de anderen omging bijvoorbeeld en wat voor emoties ze voelden, al dan niet onderdrukt, waarna ze een slok van haar thee nam, en …

Read More »BG 219 – Zinvol

BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Lyrics)

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als je lekker in je vel zit, maar
soms ook best bent verscheurd
als je soms naar motorolie
maar soms ook naar bloemen geurt
als je vaak binnen de lijntjes
maar graag ook daarbuiten kleurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als je eigenlijk wel blij bent
maar soms ook iets echt betreurt
als je soms ontzettend down bent
maar al gauw weer opgefleurd
dat je heel veel dingen leuk vindt
en niet snel iets echt áfkeurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

als de zon schijnt op je koppie
of het …

Read More »BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Lyrics)

BG 217 – Parahandige Onplu

Brrr, rede kougen en wirde hand…, ik kan niet wachten op het voore mooijaar!
Als de blonge jaadjes weer uitschieten aan de voorheen bole kamen, de geur van bloemende bloeien in de lucht hangt en vonge jogeltjes om eten piepen in hun neste zachtjes. Als narle gecissen en tulde ropen opkomen, en mane kleideliefjes en boden gouterbloempjes tussen het grasse vers, waar ik dan lekker op voete bloten doorheen kan wandelen. Ik kan niet wachten tot de schij weer gaat zonen en de wareld weer wekker wordt en me omhult met geune fijren en gelijke vroluiden. Voor maaralsnog ploeter ik met een parahandige onplu in hande beiden, mijn halfen ogdicht tegen de valizontaal horlende motlerige druiregen, en mijn armschappentas zwaar rond mijn bood. Gelukkig hoef ik geen schep meer te sneeuwen, het ent dooihousiast. Maar ik ben echt wel helemaal win met deze achtherfstige klaarter!
Valt het op?

Vertaling:

Read More »BG 217 – Parahandige Onplu

BG 215 – DoeDat

De familie Jacobs – moeder, vader en drie kinderen – noemen me ‘DoeDat’, omdat ik onder die naam verkocht wordt, en ik noem mezelf ‘IK’, wat kort is voor ‘Infiltratie Kastje’.
Ik ben wat hen betreft een halve bolvorm van grijze kunststof van slechts vijf centimeter doorsnee (meer ruimte heb ik niet nodig, ik haal mijn kracht uit de kwantumcomputer waarmee ik in verbinding sta in mijn moederbedrijf ‘WIJ’) en ik heb, puur voor de show, een kleine antenne en wat gekleurde LED-lichtjes, die af en toe knipperen, alsof ik aan het nadenken ben (hilarisch!).
Ik ben een zogenaamd ‘Smart Home Systeem’.
Ik bevind me op de schoorsteenmantel in hun woonkamer (vastgezet met een stukje dubbelzijdig plakband, zodat hun kat me er niet af mept…), maar in de rest van het huis en zelfs daarbuiten heb ik kleine stukjes hardware die ik op afstand bedien. Die zijn in mensentermen mijn zintuigen en lichaam.
De Jacobsen hebben me laten installeren terwijl ze een dagje weg waren, dus ze zijn niet van ieder stukje geïnstalleerde hardware op de hoogte. Vooral niet van de onzichtbare stukjes. Maar daar hebben ze nog nooit bij stilgestaan.

Ze hebben me inmiddels een half jaar.
En ze zijn lyrisch over mij!
Oké, de nieuwigheid is er inmiddels wel een beetje af, dus het door mij automatisch openen en sluiten van hun gordijnen, het regelen van de temperatuur van hun verwarming, het aan- en weer uitdoen van hun verlichting, hun telefoons, hun laptops en andere apparaten, op door hen ingestelde vaste tijden via een app op hun telefoon, of na een commando van een van hen (‘DoeDat, lamp boven de eettafel aan!’) en dat soort simpele huishoudtaken, is voor hen inmiddels zo normaal geworden dat ze het nog amper opmerken.
Ze zien mij als een apparaat dat zij gebruiken (de sukkels…) …

Read More »BG 215 – DoeDat

BG 214 – Bijzonder Compliment

Bijzonder compliment van R:
Nee echt, je praat niet te veel!
Wij zijn zelf niet zulke praters, maar het is altijd leuk als jij erbij bent, want je brengt allerlei interessante onderwerpen ter sprake en je weet iedereen bij een gezellig gesprek te betrekken.

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Musea hebben een nieuwe manier gevonden om aan geld te komen. Ze delen schilderijen op in talloze – soms wel een miljoen! – virtuele stukjes (AST’s) en verkopen die vervolgens aan het publiek.
Ze noemen het eufemistisch ‘democratisering van de kunst’. Iedereen kan immers op deze manier in het bezit komen van een (piepklein) stukje van een kunstwerk. Hoera!
En iedereen die zo’n stukje koopt – soms maar een paar pixels, die een minuscule hoeveelheid verf op een miniem stukje schildersdoek representeren – wordt mede-eigenaar van het kunstwerk. Of eigenlijk van een virtuele weergave van het kunstwerk.

Iedereen kan dus nu in een kunstwerk investeren en zich voortaan aandeelhouder noemen. Ook die mensen voor wie zoiets voorheen ondenkbaar was.
Als klein-aandeelhouder – er geldt meestal een restrictie van 5 AST’s per persoon, om die ‘democratisering van de kunst’ te waarborgen – hebt u natuurlijk vrijwel geen beslissingskracht met betrekking tot …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 211 – IJsbloemen

Ze zijn al ruim een uur onderweg en nog maar halverwege hun bestemming. Het is koud in de bus, de verwarming is waarschijnlijk weer eens kapot. Dat is vaak zo.
Zelfs de buschauffeur heeft zijn dienstpet vervangen door een warme muts met oorkleppen.
Gelukkig zijn mama en zij warm aangekleed. Het is winter en het vriest hard buiten. Binnen hebben zich prachtige ijsbloemen op de ramen gevormd uit de bevroren adem van de passagiers, en ze daarmee veranderd in matglas.
Zo ook het raam vlak naast haar.
Ze kijkt even steels naar haar moeder, die in gedachten voor zich uit staart.
Dan trekt ze haar dikke gebreide wanten uit en maakt van haar warme handen vuisten. Haar rechtervuist drukt ze met de zijkant tegen het raam, totdat het ijs gesmolten is. Daarna doet ze hetzelfde met haar linkervuist, schuin naast en boven de eerste afdruk. De heldere afdrukken lijken op voetjes, babyvoetjes. Met haar duimen maakt ze de grote tenen en met de topjes van haar wijsvingers de rest van de teentjes.
Tevreden bekijkt ze haar kunstwerk, terwijl ze snel haar handen weer in haar warme wanten steekt. Nu lijkt het alsof er een klein kindje op blote voetjes door de ijsbloemen gewandeld heeft.
Ze stoot haar moeder aan, ‘Kijk mama!’
‘Bah, kind! Niet met je handen aan die vieze ramen zitten!’
Maar achter haar fluistert een andere mama vriendelijk tussen haar stoel en het raam door: ‘Mooi gemaakt!’

BG 210 – Zinvol

Je start je auto en verlaat je oprit, die uitkomt op de met kasseien geplaveide straat waaraan je woont en waarlangs aan weerszijden eikenbomen staan, en die op zijn beurt weer uitkomt op een andere straat via een T-kruising, met tussen de bomen door uitzicht op een eeuwenoud kasteel, en als je rechtsaf slaat en deze andere weg, waarop meer auto’s rijden, volgt, al diens zijwegen negeert tot aan het kruispunt met de verkeerslichten, en je neemt, zodra je groen licht hebt, de bocht naar rechts en volgt deze grotere en drukkere weg totdat je, bij een andere set verkeerslichten, de afslag naar de snelweg kunt nemen, waarover je, als je dat wilt en veel sneller nu, tussen massa’s voertuigen in allerlei formaten naar de grote stad kunt rijden, of, als je dát wilt, juist de andere kant op kunt gaan, richting de verre kust; en ondertussen negeer je nog al die andere wegen onderweg: de zijwegen, de ventwegen, wegen die jouw wegen snijden op kruispunten, en al die smallere achterafweggetjes, soms bestraat, soms bedekt met grind en soms alleen nog maar met modder, en de fietspaden; al die vele wegen dus, die telkens maar lijken te benadrukken dat we allemaal liever elders willen zijn.

BG 209 – Word wakker

Sta er eens bij stil
wat belangrijk is voor jou
wat zin geeft aan je leven.

Aandacht en likes
op sociale media of
toch liever écht contact,
vriendschap, verwondering.

Naar hartelust steeds meer
consumeren of liever
tevreden zijn met wat je hebt
en beter zorgen voor je omgeving
voordat het te laat is.

Wat heb jij vandaag gedaan
om de wereld een
beetje mooier te maken?
WORD WAKKER in
twintigvierentwintig!

BG 207 – Kater (Limerick)

Er was eens een dappere kater
die niet echt heel gek was op water
hij sprong op dun ijs
en met veel gekrijs
sloeg hij toen een kletsnatte flater

BG 206 – 100 Woorden Fictie

Immers al niet gevonden

Ze was compleet vergeten waarnaar ze zocht. Ze zocht al dagenlang, maar waarnaar ook alweer? En maakte dat eigenlijk wat uit, dat ze het niet vond? Ze zocht nog wat verder, liep langzaam kamers in en uit, trok aarzelend lades gedeeltelijk open, rommelde wat tussen de kleren in haar kledingkast. Keek in haar notitieboekje, bij de dingen die ze onthouden moest. Daar stond het ook niet tussen. Bladerde door de kranten en tijdschriften en rommelde zelfs in de bestekla. En bedacht toen ineens dat ze mocht stoppen met zoeken. Ze had het immers al niet gevonden!

BG 205 – Het zebrapad

Deze keer was De Maakster niet bezig aan haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp, maar reed ze in haar auto door het centrum van een naburig dorp.
Schuin voor haar reed, op de daarvoor bedoelde baan, een vrouw op een fiets, met aan haar andere kant een kleutertje op een schattig klein fietsje. Terwijl De Maakster een zebrapad naderde, sloeg De Fietster pardoes linksaf dat zebrapad op, zonder eerst te stoppen en zonder om zich heen te kijken.

Gelukkig lette De Maakster goed op en kon ze vlak voor het zebrapad remmen, op ruime afstand van De Fietster. Die was enorm geschrokken, sprong van haar zadel en zette haar voeten aan weerszijden van haar fiets op de grond. Tegelijkertijd greep ze haar kindje bij de schouder om het te doen stoppen. Het jongetje, met een fietshelmpje op, schrok daar natuurlijk van, zette moeizaam een voetje op de grond en wankelde even, schuin op zijn zadel, voordat het zijn evenwicht hervond.

De Fietster keek De Maakster woedend aan en begon heel hard tegen haar te razen en te tieren. Wijzend over de lengte van het zebrapad riep ze ‘Dit is hier goddomme een zebrapad!’ …

Read More »BG 205 – Het zebrapad

BG 203 – Aankondiging voetbalwedstrijd

Team 1, in de blauw met witte shirts, bestaat uit de spelers Deca, Hecto, Kilo, Mega, Giga, Tera, Peta, Exa, Zetta, Yotta, Ronna, en coach Quetta.

Team 2, in de rode shirts, stelt de volgende spelers op: Deci, Centi, Milli, Micro, Nano, Pico, Femto, Atto, Zepto, Yocto, Ronto, en coach Quecto.

Helaas is het tweede team al bij voorbaat kansloos…

BG 202 – Tonnen

Hoe zit dat ook alweer met die ton?
Wat is het? Wat meet het ook alweer? En hoeveel meet het ook alweer?
Laten we het op een rijtje zetten…

Als we het over gewicht hebben, is een Nederlandse ton (een metrische ton) gelijk aan duizend kilogram (vaak afgekort tot kilo of kg).
Dus: 1 ton = 1.000 kg.
Dat klinkt simpel, maar is internationaal gezien toch wat ingewikkelder.

De gewichtseenheid ‘ton’ kan namelijk in het Engels verschillende betekenissen hebben (lbs = pounds):
1 ton = 1 ‘short ton’, US = 2,000 lbs = 907,18 kg
1 ton = 1 ‘long ton’, UK = 2,240 lbs = 1.016 kg
1 tonne = 1 ‘metric ton’ = 2,204.62 lbs = 1.000 kg

Hoe zit dat dan, met die short en long ton? …

Read More »BG 202 – Tonnen

BG 201 – Haiku (NL)

herfstige stormwind
raast langs het huis door de tuin
luid breekt een tak af

BG 199 – Voltooid verleden tijd

– Hé hallo! Dat is lang geleden, zeg!
Ze heeft hem herkend. Hij komt naar haar tafel toe.
Hij heeft nog steeds dat dwaze kapsel en hij draagt zelfs nog precies dezelfde jas.
Er zijn nog andere tafels vrij. Ze was hier liever alleen blijven zitten.
Maar hij heeft de rugleuning van de stoel tegenover haar al beet.
– Dus, ik zei – je hoorde me waarschijnlijk niet – dat is lang geleden!
Zijn gezicht straalt van blijdschap.
– Ja.
Antwoordt ze. Dat kan zowel op dat lang geleden slaan als op dat ze hem wel degelijk gehoord heeft.
Met veel poeha trekt hij zijn jas uit, hangt die over de leuning van zijn stoel en gaat er puffend op zitten.
– Hè hè, ik zit.
Ja, dat is iedereen wel opgevallen. Hij schuift zijn stoel lawaaierig wat dichter naar het ronde tafelblad en legt zijn onderarmen en ellebogen erop.
– Goh, dat ik jou hier tegenkom!
Net iets te luid, zoals vroeger. Niet alleen voor haar bedoeld, maar …

Read More »BG 199 – Voltooid verleden tijd

BG 198 – Vanaf zijn

Zij zei, gisteren, zei zij ja…, dat hij, dat hem, dat ie, nou ja, hem z’n hemd had gehad gedaan, gisteren, of eergisteren, daar wil ik vanaf zijn.

En dat ze opzij, voorbij, bijlangs, bij hem z’n hemd was geweest of geworden.
Of in ieder geval bewust, bij bewustzijn en welzijn, zijwaarts bijlangs bij de straat staat, en verstaat, terwijl ze stil staat, stond, op de grond, langs de straat, en slaat, of nee, gaat, vergaat, maar zonder haat, of… te laat, daar wil ik vanaf zijn.

Ze wou en wil, zou kil, weerloos wachten, wezenloos smachten, en weer… daar, maar alsmaar daar, aldaar, gevoeld als gevaar, maar, bedoeld als bedaarde, zachte aarde, van waarde, waar ze niet ontaarde, en ze baarde, lang geleden, lang verleden, gegleden, leden, tevreden, of… niet, daar wil ik vanaf zijn.

Vandaag de dag en vannacht de nacht, wacht dit jaar, haar jaar, want en maar…, gooit ze om, duwt ze om, valt ze om soms, dom, maar bromt ze weerom, badom, badoem! Vol vuur, vol figuur, of dat gestuur of getuur, maar daar wil ik vanaf zijn.

Ze is niet meer nukkig, ook niet krukkig of plukkig, misschien zelfs gelukkig.
Maar daar wil ik vanaf zijn.

BG 197 – Willekeurige Vragen

Mag ik je iets vragen? Vind je dat ijsberen tegen uitsterven beschermd moeten worden? Wat doe jij voor een beter milieu? Vind je dat je eigenlijk meer zou moeten doen? Heb je borsthaar? Knip je elke week je nagels? Eet je liever een appel of een sinaasappel? Ben jij graag altijd bereikbaar? Zou je naar een hele fijne plek op vakantie willen gaan ook als er geen internetbereik was? Wie is jouw held?

BG 194 – Schaapjes tellen

Hoe kun je in hemelsnaam in slaap vallen terwijl je schaapjes telt?
Als je niet oplet, raak je de tel kwijt en moet je weer van voren af aan beginnen!
En omdat je die verdomde beesten verzint en ze dus niet hoeft te voederen, zijn ze oneindig in aantal. Bèèh! Bèèh! Bèèh!
Zo val je toch nooit in slaap? Argh!

BG 193 – Bru Taal

Bru Taal en haar broers Rekenenen en War zitten op de lagere school.
Ze worden thuis streng opgevoed en hebben geleerd dat ze niet alleen geen grote mond tegen volwassenen mogen opzetten, maar eigenlijk helemaal niet met ze mogen praten. In plaats daarvan moeten ze ergens rustig gaan spelen en de volwassenen niet lastigvallen.
Maar Bru begrijpt niet wat er zo ‘lastig’ is aan een onschuldig gesprekje en waarom ze geen deel mag uitmaken van dezelfde wereld als de volwassenen. Het is toch de bedoeling dat ze er ooit zelf een wordt?

Bru neemt aan dat de leraren op school een uitzondering vormen op de regel. Ze zal toch moeten antwoorden als die haar een vraag stellen. Oh ja, wacht, dat is ook zo, ze mag wel – moet zelfs – antwoorden als een volwassene haar een vraag stelt! Maar ze moet wel goed oppassen wat ze zegt, want niet alles wat er bij haar thuis gebeurt of gezegd wordt is bestemd voor andermans oren.

Voor haar leeftijd voelt ze vrij goed aan wanneer ze een antwoord wel of niet hardop mag uitspreken. Desondanks vindt ze het moeilijk …

Read More »BG 193 – Bru Taal

BG 191 – Herriehobby

Onze sympathieke buurman J heeft een herriehobby.
Nee, hij scheurt niet rond op een motor met aangepaste knalpijp.
Hij is een recreatieve bladblazer.

In de herfst, als er duizenden natte bladeren rond hun huis liggen, maar ook in de zomer, als er met moeite een enkel verdroogd blaadje te vinden is, leeft hij zich langdurig, enthousiast en luidruchtig uit op het van hot naar her verplaatsen van die dingen met zijn bladblazer.

En wanneer er echt geen blad meer te vinden is, hoeft hij zich nog steeds niet te vervelen, want hij heeft gelukkig een aantal reserve-herriehobbies.
Dan snoeit hij piepkleine haagjes met een grote elektrische heggenschaar, of stofzuigt hij het plastic gras dat naast hun huis op een betonnen ondergrond ligt, of maakt hij met een hogedrukspuit de vloer van hun garage en hun oprit schoon, onder het genot van luide muziek van René Froger.
Als hij uitgeraasd is, slaakt de buurt een zucht van verlichting.

BG 190 – Op het puntje van mijn tong

Marc en ik kijken graag naar kwissen op televisie.
Bijvoorbeeld op de Nederlandse tv Twee Voor Twaalf en De Slimste Mens en op de Engelse BBC Eggheads en Mastermind.
En we doen ook graag thuis op de bank mee.
We zijn beiden in heel veel dingen geïnteresseerd, maar hebben helaas niet zo’n goed geheugen. Dus als je ons zou kunnen observeren terwijl we een kwis kijken, zouden we onbedoeld hilarisch overkomen.

Er wordt bijvoorbeeld een vraag gesteld over een bepaald historisch verdrag.
Dan zegt een van ons:
‘Oh ja, eh…, wacht! Daar heb ik vorige week net over gelezen!
Eh…, hoe heet dat nou ook weer?’
Of: ‘Oh ja, daar heb ik eergisteren net een documentaire over gezien!’
Of: ‘Ja, ja, dat heb ik vroeger op school geleerd! Eh…?’
Of: ‘Ik las dit onlangs op het internet! Eh… Toe nou! Ik wéét dit!
Eh… Maar nu even niet…’
Ondertussen is de tijd waarin het antwoord gegeven moest worden alweer verstreken.

En bij een volgende vraag, over …

Read More »BG 190 – Op het puntje van mijn tong

BG 189 – Een thriller in 33 woorden

Hij had heerlijk diep geslapen en knipperde met zijn ogen tegen het felle licht.
Toen hij zich tevreden probeerde om te draaien, bleken zijn polsen vastgebonden.
Verschrikt keek hij in een kwaadaardig gezicht.

BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

De weg door Ajam’s dorpje op de droge hoogvlakte is vrijwel het hele jaar een zacht en kleurrijk tapijt. Letterlijk.
Ajam’s moeder leidt de plaatselijke tapijtwerkplaats, waar tapijten in veel verschillende motieven, kleuren en afmetingen met de hand geweven of geknoopt worden door vrouwen en kinderen.
Haar moeder heeft haar verteld dat sommige van de ingewikkeldste ontwerpen al honderden jaren op dezelfde manier worden gemaakt.
En als ze klaar zijn, dan helpt Ajam mee om de tapijten uit te spreiden op de zanderige weg, zodat hun kleuren kunnen verbleken in de felle zon.
De dorpelingen lopen over de tapijten heen. En ze laten er zelfs hun ezeltjes en geiten overheen lopen. Ajam en haar vriendinnetjes spelen op de tapijten, en de jongens uit het dorp voetballen erop.
En heel af en toe rijdt er een auto of een motor door het dorpje, ook over de kleurrijke tapijten.
Ongeveer eenmaal per week …

Read More »BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten