Zinvol

Literaire zinnen.

BG 91 – Zinvol

Het was haar opgevallen dat de jongere vrouw in de hoek van de benauwde woonkamer telkens een beetje zat te schuifelen op de haar toegewezen strenge harde stoel, en dat ze gedurende de lange saaie gesprekken van de oudere dames om haar heen, die zich tussen het praten door koelte toewapperden, danwel wensten dat zij iets hadden meegenomen om zich koelte mee toe te kunnen wapperen, afwisselend de bandjes van haar bh onopvallend herschikte en op het scherm van de in haar handpalm verborgen telefoon hoopvol speurde naar binnengekomen berichtjes, onderwijl de schijn ophoudend van buitengewoon goed te luisteren en het al knikkend en glimlachend beleefd eens te zijn met wat het ook was dat de oudere vrouw die haar op dat moment vertrouwelijk toesprak – zucht – stellig beweerde.

BG 76 – Zinvol

Gillen deed ze normaal niet, dus de andere kinderen, die in een kring om haar heen stonden, hadden dat nooit eerder gehoord; maar het werd volgens haar hoog tijd dat de volwassenen in hun brave rijtjeshuizen achter hun pasgemaaide tuintjes aan weerszijden van de straat zich realiseerden dat zij, de jeugd van tegenwoordig, er ook nog waren, dus zette ze zich schrap en liet ze de luidste en langste gil horen die technisch gezien met menselijke stembanden geproduceerd kon worden, waarna ze tevreden vaststelde dat er over de saaie straat een oorverdovende stilte viel.

BG 65 – Zinvol

Maakt ze zich groter en breder dan ze eigenlijk is, stapt ze zó dicht op de belediger af dat hij vergeet wat persoonlijke ruimte ook alweer betekent, pakt ze eindelijk het glas bier aan dat ze tot dan toe keer op keer geweigerd had, trekt het halfopenstaande witte overhemd van de jongeman onder zijn zwartleren jasje naar voren, en giet sierlijk de inhoud over zijn vrijwel onbehaarde borst, met een allervriendelijkste glimlach gevolgd door een stellig ‘ik zei NEE’.

BG 28 – Zinvol

Soms wou ze dat ze vroeger andere beroepsopties had overwogen, zoals diepzee-onderzoeker of archeoloog of ijssculptuurmaker, al kon ze onder water nog geen minuut haar adem inhouden, moest ze niezen van stof en trok het bloed zich terug uit de topjes van haar vingers zodra ze een kuipje boter uit de koelkast pakte.