BG 312 – Gelukkig 2026 / Happy 2026

Geschilderd met aquarelverf.
Painted with watercolor paint.

Geschilderd met aquarelverf.
Painted with watercolor paint.
Onze favoriete sneeuwkristallen hebben zes punten. Altijd zes. Nu ja, tenzij er twee samensmelten, dan hebben ze soms twaalf punten.
Deze zespuntige sneeuwkristallen worden stellar dendrieten genoemd. Stellar betekent stervormig en dendriet betekent boomachtig, dus het zijn kristallen met takken en zijtakken.
Toen we als kinderen ‘sneeuwvlokken’ knipten uit gevouwen papier, knipten we dus eigenlijk sneeuwkristallen. En dan meestal ook nog met acht punten, omdat dat gemakkelijker was. We knipten fantasie-sneeuwvlokken.
Sneeuwvlokken zijn in werkelijkheid een luchtig rommeltje van aan elkaar geklonterde sneeuwkristallen.
Naast zespuntige stellar dendrieten zijn er nog allerlei andere vormen van sneeuwkristallen, zoals kolommen en naalden, afgetopte kolommen, driehoekige platte kristallen, diamantstofkristallen (die er uitzien als lichtgevend stof in zonlicht) en varenachtige stellar dendrieten (met heel veel parallelle zijtakken, zoals bij een varen).
Waarom hebben stellar dendrieten altijd zes punten? …
Our favorite snow crystals have six points. Always six. Well, unless two merge, then they sometimes have twelve points.
These six-pointed snow crystals are called stellar dendrites. Stellar means star-shaped and dendrite means tree-like, so they are crystals with branches and side branches.
When we cut out ‘snowflakes’ from folded paper as children, we were actually cutting out snow crystals. And usually with eight points, because that was easier. We were cutting out fantasy snowflakes.
In reality, snowflakes are a fluffy mess of snow crystals clumped together.
Besides six-pointed stellar dendrites, there are all sorts of other shapes of snow crystals, such as columns and needles, capped columns, triangular flat crystals, diamond dust crystals (which look like luminous dust in sunlight) and fern-like stellar dendrites (with many parallel side branches, like a fern).
Why do stellar dendrites always have six points? …

Aquarel met een ekster.
Watercolor painting with a magpie.
In het aardedonker
van de vroege wintermorgen
strooide de lantaarnpaal
betoverende, zachte
lichtgevende sneeuwvlokken
in een breed uitlopende
witte driehoek
naar beneden.
De dorre hagen en
het koude gras
ontvingen een laag
van wollig wit,
maar op straat
verloor de driehoek
haar magie en werd
waterplassen.
In the pitch dark
of the early winter morning
the lamppost scattered
enchanting, soft
luminous snowflakes
in a broad flared
white triangle
downwards.
The dry hedges and
the cold grass
received a layer
of woolly white,
but on the street
the triangle lost
its magic and
became puddles.
Aanvankelijk hadden ze het niet ruim gehad, haar ouders, haar broers en zij. Haar vader zat vast in een saaie kantoorbaan en besteedde zijn vrije tijd aan drinken.
Maar haar moeder was een intelligente, humoristische en inventieve vrouw.
Ruim vier jaar geleden zette zij, tot verbazing van haar omgeving, een snel groeiend handeltje op, waarbij de kinderen meehielpen, en waar het hele gezin wel bij voer.
Voor maar 5 euro per stuk verkocht ze kleine, speciale huisdieren, die ouders en grootouders gretig aanschaften voor hun (klein)kinderen.
De beestjes veroverden binnen korte tijd het hele land.
Sinterklaas en de Kerstman konden er maar met moeite voldoende aanslepen.
Bij aankoop zaten ze in een schattig kartonnen doosje, met een handvatje waar precies twee vingers door pasten en met luchtgaatjes in het dekseltje.
Er zat ook een koordje aan het doosje, met behulp waarvan kinderen het huisdiertje rond hun nek mee naar buiten konden nemen om het uit te laten.
En verder hadden ze er vrijwel geen omkijken naar.
Ze konden de beestjes kunstjes leren. Vooral ‘zit!’ en ‘lig stil!’ deden het goed.
‘Rol om!’ werkte ook, maar dan moesten ze wel een handje meehelpen.
Toen de door haar moeder verkochte huisdieren het hoogtepunt van hun populariteit bereikt hadden, waren de geldzorgen van hun gezin voorgoed verleden tijd.
En zoals dat gaat met rages, ging ook deze stilletjes voorbij.
Haar moeder kreeg weer tijd om andere dingen te gaan doen en ook zij kon weer beschikken over haar eigen vrije tijd.
En als een eigenaartje het speciale huisdier beu werd, geen nood: dan kon hij of zij Rocky gewoon ergens in de tuin leggen.
Initially, she, her parents, and her brothers hadn’t exactly been well-off. Her father was stuck in a boring office job and spent his free time drinking.
But her mother was an intelligent, humorous, and inventive woman.
Over four years ago, to the surprise of those around her, she started a rapidly growing small business, with which the children helped, and from which the whole family benefited.
For just 5 euros each, she sold small, special pets, which parents and grandparents eagerly bought for their (grand)children.
The little creatures quickly conquered the entire country.
Sinterklaas and Santa Claus had a hard time stocking up enough of them.
Upon purchase they came in a cute cardboard box, with a little handle that fit exactly two fingers and with air holes in the little lid.
The little box also came with a cord, allowing children to carry the pet around their neck outside to take it for a walk.
And besides that, they barely had to worry about it.
They could teach the animals tricks. Especially ‘sit!’ and ‘lie still!’ did well.
‘Roll over!’ also worked, but then they had to lend a hand.
When the pets her mother sold had reached their peak popularity, their family’s financial worries became a thing of the past.
And as fads go, this one too passed quietly.
Her mother got time to do other things again and she too could enjoy her own free time again.
And if a little owner got tired of the special pet, no worries: he or she could then simply lay Rocky somewhere in the garden.

Aquarel met een herfstblad.
Watercolor painting with an autumn leaf.
Net uit de boom gewaaid en geland op nat gras en andere natte bladeren. De randen al afgestorven, in donkerbruin tot zwart, maar het midden nog oranje en geel, met rond de nerven restjes leven in helder groen. Prachtige kleuren! Stervend na een goed leven, maar toch nog niet opgevend. Plekjes, wondjes, donkerbruin en zwart, in de nog felle kleuren in het midden. Op weg om uiteen te vallen in steeds kleinere deeltjes en te dienen als voedsel voor de volgende generatie frisgroene bladeren in het voorjaar. In de tussentijd knisperend onder onze schoenzolen en een lust voor het oog.
Just blown out of the tree and landed on wet grass and other wet leaves. The edges already dead, in dark brown to black, but the center still orange and yellow, with remnants of life in bright green around the veins. Beautiful colors! Dying after a good life, but not giving up yet. Spots, wounds, dark brown and black, in the still bright colors in the center. On its way to break down into ever smaller particles and to serve as food for the next generation of fresh green leaves in spring. Meanwhile, crackling under our shoe soles and a feast for our eyes.

Abstracte aquarel met herfstbladeren op de grond.
Abstract watercolor painting with autumn leaves on the ground.
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew gjew. Hé Kjew!’
‘Ja Kai?’
‘Zullen we kijken of ze het water al bijgevuld hebben? Tjakketjakketjakketjak, gjew.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’
Ze verlaten hun boomtak en vliegen dichter naar het huis.
‘Gjew, gjew, kijk, daar heb je die sukkel! Mwoeha!’
‘Die leeuw, bedoel je?’
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew, gjew. Ja zeg, hahaa, die Leo-kat! Snap jij waarom zijn mensen hem leeuw genoemd hebben?’
‘Geen idee.’
‘Hij is niet bepaald zo dapper als een leeuw. Kom, dan plagen we hem nog wat! Gjew, gjew, tjakketjakketjakketjak.’
Ze vliegen vlak achter elkaar over Leo’s hoofd. De kater rent van schrik weg en verstopt zich angstig onder het tafeltje in de hoek waarop zijn waterbakje staat.
‘Gjew, gjew, hmmm, lekker water! Fijn dat die mensen dat op tijd bijvullen.’
‘Je weet toch dat ze dat voor die Leo doen, hè?’
‘Ja, natuurlijk, …
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew gjew. Hey Kjew!’
‘Yes Kai?’
‘Shall we see if they’ve refilled the water yet? Tjakketjakketjakketjak, gjew.’
‘Yeah, let’s do that.’
They leave their tree branch and fly closer to the house.
‘Gjew, gjew, look, there’s that loser! Hahah!’
‘That lion, you mean?’
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew, gjew. Yes, hahaha, that Leo cat! Do you understand why his people called him a lion?’
‘No idea.’
‘He’s not exactly as brave as a lion. Come on, let’s tease him some more! Gjew, gjew, tjakketjakketjakketjak.’
They fly over Leo’s head in quick succession. The tomcat runs away in fright and hides anxiously under the table in the corner where his water bowl stands.
‘Gjew, gjew, hmmm, nice water! It’s good that those people refill it in time.’
‘You do know they do that for that Leo, right?’
‘Yes, of course, …

Aquarel met drie herfstbomen.
Watercolor painting with three autumn trees.

Aquarel met een boeket bloemen.
Watercolor painting with a flower bouquet.
Ze maakt het papier, dat ze rondom met tape op een stevig stuk karton heeft vastgezet, gedeeltelijk nat met de punt van haar in schoon water gedompelde penseel, zodat plasjes water en droge stukken papier elkaar afwisselen; ze doopt haar penseel vervolgens in een kleur aquarelverf en later, nadat ze hem in een andere pot water uitgespoeld heeft, in een andere kleur, en zo nog een keer, en telkens dept ze met de punt van haar penseel op verschillende plaatsen van iedere kleur wat op het papier en in de poeltjes water, waarmee het zich mengt en waardoor prachtige patronen ontstaan van de door haar gebruikte kleuren en van nieuwe kleuren, die ontstaan doordat de oorspronkelijke kleuren zich mengen; en zo verschijnen er, eigenlijk zonder dat ze ze gepland heeft, prachtige wilde bloemen, die samen een feestelijk boeket vormen, zodat ze enkel nog een vaas, wat takken en een paar bladeren hoeft te schilderen om het kunstwerk af te maken.
She partially wets the paper, which she has all around secured with tape onto a sturdy piece of cardboard, with the tip of her brush that she has dipped in clean water, so that little puddles of water alternate with dry patches of paper; she then dips her brush into one color of watercolor paint and later, after rinsing it in another pot of water, into another color, and so on again, and every time with the tip of her brush she dabs some of each color in different places on the paper and in the little puddles of water, with which it mixes and which creates beautiful patterns from the colors she used and from new colors that arise because the original colors mix; and in that way, without her actually planning them, beautiful wildflowers appear, which together form a festive bouquet, so that all she has to do is paint a vase, some branches and a few leaves to complete the artwork.
Ik behoor tot dat deel van de mensheid dat er iets meer dan de helft van uitmaakt, maar waarvan de leden veelal als onbelangrijk en minderwaardig worden beschouwd.
Ik ben een vrouw.
‘Mankind’ is hoe de mensheid in het Engels heet. Dat klinkt alsof mannen eigenlijk de enige juiste menssoort zijn, wat niet echt ‘kind’ (aardig) is.
Gelukkig gebruiken wij Nederlandstaligen een vriendelijker woord, wat helaas niet inhoudt dat vrouwen hier een betere positie hebben.
Van oudsher zijn het mannen die de koers van de mensheid bepalen.
Zij strijden, plunderen, vechten competities uit en oorlogen, ze moorden, ze zijn helden, ze zijn overwinnaars, leiders, managers, bestuursvoorzitters, grootaandeelhouders, presidenten, dominees, burgemeesters, en hoofden van families.
Zij vinden het belangrijk dat ze de beste, de snelste, de sterkste, de machtigste, de rijkste en de invloedrijkste zijn, en ze willen de knapste en gewilligste vrouwen aan hun zijde, om hen te dienen, hun ego’s te strelen en hun zonen te produceren.
Ik ben dus eigenlijk een inferieur soort man.
Competities vind ik namelijk best aardig, maar dan graag met een brede finishlijn, waar we samen hand in hand overheen gaan.
Ik hecht waarde aan intelligentie, kracht, gezondheid, talent en geluk, maar wens dat ook mijn medemensen toe.
En waar ik ook van hou is kalm en zacht zijn, alleen of samen met anderen.
Ik hoef geen macht en invloed, tenzij om goed te doen. Om de klimaatramp een halt toe te roepen en de natuur te herstellen. Om welvaart en welzijn eerlijk over alle mensen te verdelen. Macht zonder agressie dus, macht ten bate van alle levende wezens.
Rijk hoef ik ook niet zo nodig te zijn. Zolang ik alles heb wat nodig is voor een menswaardig bestaan, en af en toe iets extra’s, ben ik tevreden. Want ik begrijp dat het oppotten van rijkdom, net als het oppotten van macht, ten koste gaat van grote aantallen andere mensen, en dat wil ik niet.
Dus word ik door mannen niet als gelijkwaardig gezien. Wat hen betreft …
I belong to that part of humanity that makes up a little more than half of it, but whose members are often considered unimportant and inferior.
I am a woman.
‘Mankind’ is the English term for humanity. That sounds as if men are actually the only proper kind of human being, which is not really ‘kind’ (nice).
Fortunately, we Dutch speakers use a friendlier word, ‘mensheid’ (humankind) which unfortunately does not mean that women have a better position here.
Traditionally, men have determined the course of humanity.
They battle, plunder, fight competitions and wars, they murder, they are heroes, they are victors, leaders, managers, CEO’s, major shareholders, presidents, pastors, mayors, and heads of families.
They care about being the best, the fastest, the strongest, the most powerful, the richest, and the most influential, and they want the most beautiful and willing women by their side, to serve them, to stroke their egos, and to produce their sons.
So, I am actually an inferior kind of man.
I quite like competitions, but I prefer them with a broad finish line, which we cross together, hand in hand.
I value intelligence, strength, health, talent and happiness, but I wish the same for my fellow human beings.
And what I also love is being calm and gentle, alone or with others.
I don’t need power and influence, except to do good. To stop the climate disaster and restore nature. To distribute prosperity and well-being fairly among all people. Power without aggression, for the benefit of all living beings.
I don’t really need to be rich either. As long as I have everything I need for a decent existence, and occasionally something extra, I am satisfied. For I understand that hoarding wealth, like hoarding power, comes at the expense of large numbers of other people, and I do not want that.
Therefore men don’t see me as equal. As far as they’re concerned, …

Abstracte aquarel met (vis?) (draak?) schubben.
Abstract water color painting with (fish?) (dragon?) scales.
Hun oude grootmoeder, die (tegen ruime betaling) door een weduwe op leeftijd die naast haar woonde liefdevol verzorgd werd, besloot enthousiast om voor haar zesentachtigste verjaardag haar eerste computer aan te schaffen.
Een desktop, met een groot scherm, een toetsenbord en een muis, want al die kleinere apparaatjes hadden volgens haar veel te kleine knopjes.
Tot hun aller verbazing werd Oma al snel handig met het apparaat. Ze overstelpte hen met e-mails, deelde interessante dingen die ze op het internet gevonden had en scande, printte en kopieerde naar hartenlust met dat handige apparaat dat ze erbij gekocht had.
De oudste van haar vier kleinkinderen had de boel voor haar geïnstalleerd en zorgde voor het onderhoud.
Hun enige zorg was dat Oma het slachtoffer zou worden van oplichters. Ze was immers niet opgegroeid met spam, scams en andere online manipulatie. Gelukkig had haar verzorgster daar wel ervaring mee, en die maakte Oma erop alert.
Dat ging lang goed.
Tot de kleinkinderen op een dag op bezoek kwamen en zagen …
Their old grandmother, who (for a generous fee) was lovingly cared for by an elderly widow who lived next door, enthusiastically decided to buy her first computer for her eighty-sixth birthday.
A desktop, with a large screen, a keyboard and a mouse, because all those smaller devices had buttons that were far too small, according to her.
To their surprise, Grandma soon became handy with the device. She bombarded them with emails, shared interesting things she had found on the internet and scanned, printed and copied to her heart’s content with that handy device she had bought together with it.
The eldest of her four grandchildren had installed everything for her and took care of the maintenance.
Their only concern was that Grandma would fall victim to scammers. After all, she hadn’t grown up with spam, scams and other online manipulation. Fortunately, her caregiver had experience with this, and she alerted Grandma to it.
That went well for a long time.
Until one day, when the grandchildren came to visit, they noticed …
Lang geleden liepen we rond in een wereld die we niet begrepen, een paradijs, en nu lopen we weer rond in een wereld die we niet begrijpen (hoewel we die grotendeels zelf gecreëerd hebben), in de ruïnes van dat paradijs.
Long ago we walked around in a world we didn’t understand, a paradise, and now we walk around again in a world we don’t understand (although we largely created it ourselves), in the ruins of that paradise.

je begrijpt je
momenten
goed
een bepaald
soort
veranderingen
die
men
vergeet
of ontkent
Translation:
‘k Ben druk aan ’t schuiven en zoeken
naar plaats op mijn planken – en vloeken!
niet daar aan de kant
maar hier misschien, want
een mens heeft echt nóóit te veel boeken!
[Uitdaging: op mijn verzoek schreef Marc vijf willekeurige woorden op, die ik moest gebruiken in een kort verhaal. Eén van de woorden moest het begin vormen van het verhaal, een ander het slot, en de resterende drie woorden moest ik verspreid in de tekst gebruiken. De woorden die Marc voor me koos: boomhut, verfomfaaid, poedel, kruisraket, pipetje.]
Pipetje was het onooglijk mormeltje dat voor een hondje door moest gaan bij onze naaste buren. Ze was een luidruchtig keffertje en ze kroop regelmatig op haar lelijke buikje onder onze haag door, zodat ze van nog dichterbij tegen me tekeer kon gaan. Het beestje had een onbestemde kleur: een vuil soort beige, met hier en daar wittige plukjes en rond haar kwijlende bekje vies donkerbruin. Uit haar loensende oogjes, die roodomrand waren van venijn, lekte een eveneens viezig bruin vocht, tot in geultjes naast haar merkwaardig lelijke, plakkerige neusje.
Voor Agnes en Theo, onze bejaarde buren, was het beestje het middelpunt van hun dagen. Door hun grenzeloze liefde voor Pipetje, of wellicht doordat ze niet zo goed meer zagen, viel het hen niet op hoe verfomfaaid het mormel er uitzag. En hun reukvermogen was waarschijnlijk ook niet al te best meer, want ze leken niet te merken dat het nogal stonk. Ik had hen herhaaldelijk voorgesteld om hun lieverdje af en toe eens een fijn bad te geven, maar dan legden ze uit dat Pipetje niet van schuimend water hield. Ja zeg, ze moest het ook niet opdrinken, hè! Ik had ooit overwogen om het gruweltje desnoods dan zélf een keer in bad te doen, maar dan zou ik het ten eerste moeten vasthouden (bah!) en ten tweede zou het dan de hele buurt bij elkaar krijsen en dus mijn oude buurtjes ongerust maken. Volgens mij was het hondje van onbestemde herkomst, een vuilnisbakkenrasje, maar haar eigenaars hielden dapper vol dat het een poedel was. Dus, vooruit dan maar, dan deden we maar net of het een poedel was.
Toen het zomer werd …
[Challenge: at my request, Marc wrote down five random words, which I had to use in a short story. One of the words had to be the beginning of the story, another the end, and I had to use the remaining three words scattered throughout the text. The words Marc chose for me: tree house, disheveled, poodle, cruise missile, pipette.]
Pipette was the unsightly little creature that had to pass for a dog with our closest neighbors. She was a noisy little yapper and she regularly crawled under our hedge on her ugly belly, so that she could rant at me from even closer. The creature had an indeterminate color: a dirty kind of beige, with whitish tufts here and there and dirty dark brown around her drooling mouth. From her squinting eyes, which were red-rimmed with venom, an equally dirty brown fluid leaked, into trenches next to her strangely ugly, sticky nose.
For Agnes and Theo, our elderly neighbors, the little creature was the center of their days. Because of their boundless love for Pipette, or perhaps because their eyesight wasn’t so good anymore, they didn’t notice how disheveled the little thing looked. And their sense of smell probably wasn’t all that great anymore either, because they didn’t seem to notice that it reeked quite bad. I had repeatedly suggested they’d give their sweetheart a nice bath every now and then, but they’d explain that Pipette didn’t like foamy water. But come on, she didn’t have to drink it, did she! I had once considered giving the little horror a bath myself, if necessary, but first, I’d have to hold it (yuck!), and second, it would screech through the whole neighborhood, and thus worry my old neighbors. I think the dog was of undetermined origin, a mutt, but her owners bravely insisted that it was a poodle. So, okay then, we’d just pretend it was a poodle.
As summer approached …
witte bloemblaadjes
met een ronde kern van goud
stralend in de zon