auteur

BG 136 – Muziek en Tijd

Eén van de redenen waarom wij mensen zo van muziek houden, is dat we daarmee grip krijgen op de tijd. De tijd die ons vaak een machteloos gevoel geeft, door meedogenloos voorbij te vliegen. Met muziek grijpen we hem vast, verbinden we hem aan tonen, aan ritmes en aan melodieën. We geven structuur aan de tijd en arrangeren die zo dat we ervan kunnen genieten. De basis van muziek is meestal een fundamenteel ritme, net als onze hartslag, of, op een grotere schaal, het komen en gaan van uren, dagen en seizoenen. Dat ritme, die variabele beat, dicteert het tempo en houdt de tijd voor ons bij. Juist omdat het leven zo vluchtig is, houden we van nature van patronen en herhalingen, van herkenbare ritmes en arrangementen en van onverwachte afwijkingen daarvan. Muziek heeft invloed op onze hartslag en maakt emoties bij ons los. We kunnen met behulp van muziek onze perceptie van de tijd beïnvloeden en die naar ons eigen genoegen vormgeven. En we kunnen, in tegenstelling tot de kloktijd, die alweer achter ons ligt voordat we ons van hem bewust zijn, muziek telkens opnieuw beleven wanneer we maar willen.

BG 102 – Zinvol

Omdat je als je opstaat alsmaar langer, maar korter ook, op de stoel gezeten, dat je de dingen vanuit een hoger perspectief, maar vanuit een kleinere hoek, van omhoog, naar naar beneden, ja, twee keer naar, bekijkt, maar net niet ziet, omdat je als je opstaat en alsmaar langer wordt, blijft, blijft op dezelfde plaats; je kunt je voorstellen dat je neer, dat je naar beneden, of weer op de stoel misschien zelfs, maar echt niet te lang, en toen zei ze, want je moet nog, jij, vandaag, nog zoveel doen en bedenken, en toen zei ze, maar daarvoor heb je, dat je geen tijd hebt om op, nee néér, om op néér te zitten, maar je moet nu eigenlijk gaan, of te dalen, maar dat je vandaag, dat je nu, liever opdaalt dan neerstijgt.

BG 65 – Zinvol

Maakt ze zich groter en breder dan ze eigenlijk is, stapt ze zó dicht op de belediger af dat hij vergeet wat persoonlijke ruimte ook alweer betekent, pakt ze eindelijk het glas bier aan dat ze tot dan toe keer op keer geweigerd had, trekt het halfopenstaande witte overhemd van de jongeman onder zijn zwartleren jasje naar voren, en giet sierlijk de inhoud over zijn vrijwel onbehaarde borst, met een allervriendelijkste glimlach gevolgd door een stellig ‘ik zei NEE’.