bus

BG 211 – IJsbloemen

Ze zijn al ruim een uur onderweg en nog maar halverwege hun bestemming. Het is koud in de bus, de verwarming is waarschijnlijk weer eens kapot. Dat is vaak zo.
Zelfs de buschauffeur heeft zijn dienstpet vervangen door een warme muts met oorkleppen.
Gelukkig zijn mama en zij warm aangekleed. Het is winter en het vriest hard buiten. Binnen hebben zich prachtige ijsbloemen op de ramen gevormd uit de bevroren adem van de passagiers, en ze daarmee veranderd in matglas.
Zo ook het raam vlak naast haar.
Ze kijkt even steels naar haar moeder, die in gedachten voor zich uit staart.
Dan trekt ze haar dikke gebreide wanten uit en maakt van haar warme handen vuisten. Haar rechtervuist drukt ze met de zijkant tegen het raam, totdat het ijs gesmolten is. Daarna doet ze hetzelfde met haar linkervuist, schuin naast en boven de eerste afdruk. De heldere afdrukken lijken op voetjes, babyvoetjes. Met haar duimen maakt ze de grote tenen en met de topjes van haar wijsvingers de rest van de teentjes.
Tevreden bekijkt ze haar kunstwerk, terwijl ze snel haar handen weer in haar warme wanten steekt. Nu lijkt het alsof er een klein kindje op blote voetjes door de ijsbloemen gewandeld heeft.
Ze stoot haar moeder aan, ‘Kijk mama!’
‘Bah, kind! Niet met je handen aan die vieze ramen zitten!’
Maar achter haar fluistert een andere mama vriendelijk tussen haar stoel en het raam door: ‘Mooi gemaakt!’

BG 211 – Frost Flowers

They have been on the road for over an hour and are only halfway to their destination. It’s cold in the bus, the heating is probably broken again. It often is.
Even the bus driver has replaced his service cap with a warm hat with earflaps.
Fortunately, mom and she are warmly dressed. It is winter and it’s freezing hard outside. Inside, beautiful frost flowers have formed on the windows from the passengers’ frozen breath, turning them into ground glass.
Including the window right next to her.
She glances furtively at her mother for a moment, who is staring, lost in thought.
Then she takes off her thick knitted mittens and turns her warm hands into fists. She presses the side of her right fist against the window until the ice has melted. She then does the same with her left fist, diagonally next to and above the first print. The clear prints resemble little feet, baby feet. She uses her thumbs to make the big toes and the tips of her index fingers to make the rest of the tiny toes.
Satisfied, she looks at her artwork, while quickly putting her hands back into her warm mittens. Now it looks as if a little child has walked through the frost flowers barefooted.
She nudges her mother, ‘Look, mom!’
‘Bah, child! Don’t touch those dirty windows!’
But behind her, another mother friendly whispers between her seat and the window: ‘Nicely done!’