inspiratie

BG 229 – Inspiratie

Als schrijver (en ook als kunstenaar, ontwerper en maker) krijg je vaak de vraag:
‘Waar haal jij je inspiratie vandaan?’ of ‘Waar haal jij je ideeën vandaan?’
Alsof er ergens een obscure website, een verborgen strandje, of een onopvallend supermarktje is waar je inspiratie en ideeën kunt gaan ‘halen’.

Aanvankelijk verbaasde ik me over zulke vragen.
Hoezo, waar haal ik mijn inspiratie vandaan? Die IS er gewoon en is er altijd al geweest. Is dat bij andere mensen niet zo, dan? Zo lang als ik me kan herinneren is mijn (on)bewustzijn al gevuld met allerlei creatieve ideeën die erom vragen ooit een keer uitgewerkt te worden, tot bijvoorbeeld een kort verhaal, een essay, of een gedicht. Ik hoef mijn inspiratie niet ergens te gaan ‘halen’.

Ik denk dat schrijvers vooral opmerkzame mensen zijn, die veel lezen en die in veel dingen geïnteresseerd zijn. Die hun zintuigen goed gebruiken en veel van de wereld om zich heen in zich opnemen. Die de humor zien of bijvoorbeeld de verwondering in kleine gebeurtenissen, waar andere mensen amper aandacht aan besteden. Die bewust leven en die van taal houden. En omdat ik niet zo’n goed geheugen heb, maak ik regelmatig even een aantekening over iets waarvan ik denk dat ik er ooit over wil schrijven. Of ik kom een webpagina tegen over een onderwerp waar ik ‘ooit iets mee wil doen’ en zet die in mijn favorieten.

Meestal hoef ik die aantekeningen of favorieten niet eens te raadplegen, omdat de inhoud zich al gevoegd heeft bij alle andere inspiratie in mijn goedgevulde (on)bewustzijn. Ze dienen vooral om de boel af en toe weer vlot te trekken als ik naar een lege bladzijde zit te staren en er even helemaal niets wil komen. Vaak vormen ze dan enkel een eerste handvat, dat ik in de loop van het schrijven weer loslaat, terwijl er een schrijfsel over een heel ander onderwerp ontstaat. Want het onbewuste speelt een grotere rol bij schrijven dan de meeste mensen denken.

Veel van mijn schrijfsels dringen zich als vanzelf aan me op, ze vragen erom geschreven te worden. En wat ik doe met die ideeën, is ze zo goed mogelijk onder woorden brengen. Dat is niet zo eenvoudig als het klinkt. Soms komt een schrijfsel er kant en klaar uit, maar meestal schrijf ik eerst een vrij slecht concept, laat ik het een tijdje liggen, en werk ik me vervolgens door meerdere herschrijfrondes heen, totdat ik tevreden ben over het eindresultaat.

En dan is het aan de lezer om mijn schrijfsel op haar of zijn manier te interpreteren en er hopelijk plezier aan te beleven en/of er stof tot nadenken in te vinden. Want schrijven doe ik nooit alleen ‘voor mezelf’, maar meestal met denkbeeldige lezers in gedachten. Ik vind dat een geschreven tekst of bijvoorbeeld een kunstwerk pas echt af is als het gelezen of bekeken is, en bij voorkeur ook bewonderd.