intelligentie

BG 346 – Intelligentie

Alle dieren, en misschien wel álle levende wezens, ook die zonder een aanwijsbaar brein, hebben intelligentie, of zo je wilt cognitie; zijn derhalve intelligent.
Het is niet omdat wij zo beperkt zijn dat wij hun intelligentie (nog) niet begrijpen dat ze die niet zouden hebben.
Zelfs eencelligen vertonen rudimentair intelligent gedrag, zoals het verwerven (via zintuigen), verwerken, opslaan en gebruiken van informatie.

BG 256 – 100 Woorden Fictie

Superslim slijm

WY – eencellige wezens die in immense, plakkerige groepen in de oceanen leven – spreken geen mensentalen. Maar WY dénken toch in ieder geval de acht meest gesproken mensentalen. WY observeren en WY communiceren met elkaar door splitsing en samenvoeging. WY mogen dan geen computers en internet hebben en door de mens gezien worden als viezig slijm zonder bewustzijn, maar WY hebben een hoge groepsintelligentie. WY denken, dus WY bestaan. WY overwegen om de planeet en alle andere levende wezens te helpen met het decimeren, of misschien wel helemaal uitroeien, van de invasieve en destructieve soort die zichzelf MENS noemt.