BG 304 – Eksters
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew gjew. Hé Kjew!’
‘Ja Kai?’
‘Zullen we kijken of ze het water al bijgevuld hebben? Tjakketjakketjakketjak, gjew.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’
Ze verlaten hun boomtak en vliegen dichter naar het huis.
‘Gjew, gjew, kijk, daar heb je die sukkel! Mwoeha!’
‘Die leeuw, bedoel je?’
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew, gjew. Ja zeg, hahaa, die Leo-kat! Snap jij waarom zijn mensen hem leeuw genoemd hebben?’
‘Geen idee.’
‘Hij is niet bepaald zo dapper als een leeuw. Kom, dan plagen we hem nog wat! Gjew, gjew, tjakketjakketjakketjak.’
Ze vliegen vlak achter elkaar over Leo’s hoofd. De kater rent van schrik weg en verstopt zich angstig onder het tafeltje in de hoek waarop zijn waterbakje staat.
‘Gjew, gjew, hmmm, lekker water! Fijn dat die mensen dat op tijd bijvullen.’
‘Je weet toch dat ze dat voor die Leo doen, hè?’
‘Ja, natuurlijk, …


