BG 258 – Kresfees
Toen ik deurbel hoorde, had ik net buikje gevuld in keuken en ben ik boven in kresboom geklommen. Ze roepten mij – Poesiewoesie! – maar ze konden mij niet vinnen, want ik kan heel goed verstop. Ik heb nog meer namen: meestal noemen ze mij Lievetim en soms roepen ze mij Neetim! of Niedoentim! Veel namen, veel lief!
Het is héle grote kresboom, dus ik kan krestafel met grote poesiedeken en mooie kres-etensbakjes goed zien, zonder zij mij zien. Ieder jaar zetten mijn mensdieren deze boom in grotekamer, maar ik begrijp niet waarom ze noemen hem boom. Hij ruikt niet als boom, ik kan mijn nagels niet aan slijpen en heeft onderaan geen kattenbak. Maar heeft wél heleboel kleine ligjus en mooie gekleurde kresballen. Midden op grote krestafel branden witte kaarsen. Zó feest!
Ik furtel van verder nu. Mijn man-mensdier en mijn vrouw-mensdier zitten met bezoek-mensdieren aan tafel. En bijna allemaal zijn ze iets furgeten. Kleinoudvrouw-mensdier die ze Oma noemen is haar goorapparaat furgeten. Dochter-mensdier, met twee klein-mensdieren is furgeten dat ze zou zorgen voor dessert. Mijn man-mensdier is furgeten de kalkoen op tijd uit oven halen. En zoon-mensdier en zijn …