kinderen

BG 322 – Milde kunstkritiek

Ik had die namiddag, kort voordat ik moest rusten, heel gezellig vier jonge kinderen op bezoek. Een buurmeisje en buurjongetje van zeven, en twee zusjes van zeven en negen die bij dat buurjongetje op bezoek waren.

Toen ik even daarvoor wat water had gedronken bij de kraan in de keuken en naar buiten keek door het grote keukenraam, had ik een groepje kinderen naar me zien zwaaien vanachter het hekje achter in onze diepe tuin, in het kippentuintje, waar al jaren geen kippen van ons meer lopen, maar wel kippen van de buren, zodat ze het onkruid er mooi kort kunnen houden.

Toen ik terugzwaaide, kwamen ze naar me toe. Ze sloten het hekje van het kippentuintje netjes achter zich en toen ze het achterste gazon hadden overgestoken sloten ze ook het hekje naar het voorste gazon weer netjes achter zich. Toen liepen ze over dat gras en over het terras van asfalt naar me toe bij de achterdeur. Ik hoorde het buurmeisje en jongetje al van ver opscheppen over dat ik zo mooi kon tekenen. Ze vroegen allemaal druk door elkaar heen of ze mochten komen kijken. Natuurlijk! Moesten ze wel eerst even hun vieze laarzen en schoenen uitdoen.

Het werd heel gezellig. De kinderen waren …

Read More »BG 322 – Milde kunstkritiek

BG 274 – Oud papier

Nee hè! Er wordt aan de deur gebeld op de vroege zaterdagochtend, om, wacht even, even op de wekker kijken: half acht! Wat is er verdorie aan de hand?
Kan een mens dan niet eens ongestoord uitslapen in zijn vrije weekend?
Mijn vrouw maak het niet uit, die slaapt zoals gewoonlijk overal doorheen.
Ik kom toch maar mijn bed uit, voor het geval er brand is ofzo. Ik doe mijn badjas en pantoffels aan, strompel de trap af, breek net niet mijn nek, en open de voordeur.
Op de stoep staan twee bleke kinderen, in druilerige motregen.
Ze praten desondanks luid en enthousiast door elkaar heen.
In mijn ogen wrijvend mopper ik ‘Wat moeten jullie? Wat is er aan de hand?’
Ze willen papier voor opa.
– Papier?
– Ja, voor opa!
– Voor ópa? Waar hébben ze het over?
– Ja, zeggen ze stralend, alsof ze verdomme niet doorhebben dat ze de hele buurt uit z’n bed bellen.
– Huh?
– Voor O.P.A.: de Oud Papier Actie voor de Gereformeerde Kerk, verduidelijkt een van hen met een hoog stemmetje.
Nee hè, die schijnheiligaards! Moest ik daarvoor mijn bed uit? Ik zal ze terugpakken!
– Wat voor soort papier?
– Oud papier!
– Ja, maar wat voor soort oud papier?
– Kranten enzo.
– Ik heb geen kranten!
Ze halen teleurgesteld …

Read More »BG 274 – Oud papier

BG 147 – Herfst, herfst, wat heb je te koop?

Lang geleden, in de jaren zestig, toen ik op de kleuterschool zat, leerden wij een liedje dat ik nog iedere herfst vaak geluidloos neurie. Het gaat als volgt:
‘Herfst, herfst, wat heb je te koop?’
Rare vraag toch? Dus ook toen al waren we overdreven bezig met commercie.
‘Honderdduizend blaadren op een hoop.’
Honderdduizend was synoniem voor ‘veel’. Heeeeel veeeeel bladeren op een hoop. Of eigenlijk op meerdere hopen. Hopen die niet lang bleven liggen, want, zo gaat het verder:
‘Zakken vol met wind.’
Zakken vol met wind? Zákken vol met wind? Het lijkt me dat de schrijver van de tekst hier echt de kluts kwijt was. Die bladeren, die deed je soms in zakken om ze af te voeren, maar de wind, die zat toch niet in zakken? Of de liedjesschrijver nu vuilniszakken of onze jas- of broekzakken bedoelde, er zat geen wind in.
De wind woei vrij om ons heen, blies ons bijna ondersteboven, bulderde ‘s nachts om ons huis, husselde onze haren door elkaar, liet onze ogen tranen en onze neuzen lopen. Maar wind in zakken? Ik denk het niet.
Dus: ‘Zakken vol met wind …

Read More »BG 147 – Herfst, herfst, wat heb je te koop?

BG 29 – Mona

Papa papa papa
papa papa!
Ja, zoeteke?
Ik ga vliegen papa papa.
Goed zo.

Ze zet af en springt omhoog
vliegt dan met een grote boog …

Read More »BG 29 – Mona