kort verhaal BeaG

BG 340 – De Roltrap

Zucht… De vrouw van middelbare leeftijd staat nog steeds keurig rechtop, haar boodschappentas met beide handen tegen zich aan houdend, halverwege de stilstaande roltrap. Bijna alle lichten in de winkel zijn al uit…

Ruim een uur geleden had ze overdacht dat deze kledingwinkel, die haar ooit zo vertrouwd was geweest, wel erg veranderd was sinds zij er jaren geleden voor het laatst kwam. De kwaliteit van de kledingstukken was opvallend achteruit gegaan, vond ze, terwijl de prijzen juist flink gestegen waren. En het personeel – dat er in haar ogen wel érg jong uitzag – had niet eens aangeboden om hen te helpen! Het liep inmiddels tegen sluitingstijd en terwijl ze zich naar de roltrap begaf, zag ze dat ze de enige klant was die nog naar boven wou gaan. Nog snel even naar de schoenenafdeling. Althans, dat was wat ze haar nieuwe buurvrouw had wijsgemaakt. De (jongere) buurvrouw die dringend naar huis had gemoeten, omdat ze straks na het avondeten nog naar een vergadering moest – naar een vergadering! – en die haar bezorgd, of betuttelend, had gevraagd of het wel zou gaan, alleen naar boven gaan op die moderne roltrap en daarna alleen terug naar huis, met de bus. Natuurlijk zou dat wel gaan! Hou oud dacht ze wel dat zij was? In werkelijkheid ging ze trouwens helemaal niet naar de schoenenafdeling, maar naar de grote matenafdeling, die ook boven was.

De twee blouses die ze eerder die middag in een andere kledingwinkel had gekocht onder het goedkeurende oog van de buurvrouw en waarvan ze drommels goed wist dat ze haar twee maten te klein waren, ook al had ze ze meegenomen in een pashokje en net gedaan alsof ze ze gepast had, zou ze begin volgende week wel een keer terugbrengen. Gelukkig had haar buurvrouw haar nog niet zonder haar ruime lichtgrijze zomerjas of die oude slobberige sweater van gisteren gezien. Na een lichte aarzeling drukte ze op de knop en ja hoor, het groene licht ging aan en de roltrap kwam geruisloos in beweging.

Die roltrap was trouwens ook een opvallende verandering hier. Op een groot bord ernaast werd uitgelegd dat …

Read More »BG 340 – De Roltrap

BG 338 – De leerling

Uitkijkend over het open, groene en waterrijke polderlandschap woonde Jannes de schaapherder met zijn trouwe zwartwitte border collie Ian.
Ian was geen gewone herdershond. Hij was snel en slim en hij begreep zijn baasje nog voordat die uitgesproken was. Iedere morgen trokken de twee er samen op uit om de kudde te begeleiden door rustige natuurgebieden, langs historische slootkanten en over groene dijken.

Op een late ochtend in het vroege voorjaar, toen Jannes met zijn leren hoed op, zijn woeste baard, zijn hoge leren schoenen en zijn gevorkte herdersstaf over het terrein liep, zag hij dat er iets niet klopte. Een van de schapen ontbrak.
Hij telde opnieuw en kwam weer tot negenennegentig.
‘Kom op Ian,’ zei Jannes. ‘Laten we haar zoeken.’

Ian spitste zijn oren en hij schoot er vandoor, langs struikgewas en slootjes en over open weiden. Ze zochten de hele middag, maar het ontbrekende schaap was nergens te vinden. Toen de zon al begon onder te gaan, Jannes z’n maag begon te rammelen, en het stilaan tijd werd om terug te keren naar de stal, stond Ian plotseling stil. Hij hield zijn kop een beetje scheef en snuffelde aan de lucht. Toen schoot hij er vandoor.
‘Wacht op mij!’ riep Jannes.

Ian verdween in de verte. Jannes haastte zich …

Read More »BG 338 – De leerling

BG 331 – U moet wel meewerken!

Een half jaar na mijn landverhuizing liep ik tegen een betonnen muur op. Een figuurlijke betonnen muur. Jarenlange niet of te laat erkende chronische gezondheidsproblemen en alles wat er komt kijken bij het afhandelen van een permanente verhuizing naar het buitenland eisten hun tol. Het ambulancepersoneel dat mijn man nog net op tijd had opgetrommeld redde, zo heb ik pas achteraf geweten, die dag mijn leven. Ik werd opgenomen op de afdeling medium care van het dichtsbijzijnde ziekenhuis in de nabije stad.

Van het ambulancepersoneel herinner ik me vooral dat ze meubels en mijn man opzij schoven om plaats te maken om mij op een brancard vast te binden. Ze praatten tegen me, dan weer kalm, dan weer urgent, maar hun woorden drongen niet tot me door. De rit naar het ziekenhuis, met zwaailichten en sirenes, leek ongeveer twee minuten te duren. Het zal in werkelijkheid een kwartier geweest zijn. Telkens weer klonken meerdere alarmen door elkaar heen in de krappe ruimte waar men tijdens het rijden probeerde mijn toestand te stabiliseren. De harde geluiden waren voor mijn gevoel nooit langer dan een uitademing achter elkaar stil.

Ik herinner me ook dat me naar mijn naam gevraagd werd. ‘Bea’ zei ik, trots dat ik de vraag begrepen had en zelfs het antwoord wist. Ik moest het een aantal malen herhalen voordat men me verstond. Na wat voor mij als drie seconden stuiteren over een kasseienweg aanvoelde, vroeg men weer naar mijn naam. ‘Nog steeds Bea’ antwoordde ik nu duidelijker. Dat was waarschijnlijk het moment waarop men wist dat ik het ging halen. Pas dagen later werd het me duidelijk dat ik in een diabetische shock had verkeerd en dat het ambulancepersoneel me net op tijd had weten te redden voordat ik weggegleden zou zijn in een onomkeerbare coma. Mij leek dat allemaal wat overdreven. Ik was gewoon moe geweest, ontzettend moe. Het leven had net wat te veel uitdagingen over me uitgestort.

Na een nacht en een halve dag op de medium care afdeling werd ik …

Read More »BG 331 – U moet wel meewerken!

BG 322 – Milde kunstkritiek

Ik had die namiddag, kort voordat ik moest rusten, heel gezellig vier jonge kinderen op bezoek. Een buurmeisje en buurjongetje van zeven, en twee zusjes van zeven en negen die bij dat buurjongetje op bezoek waren.

Toen ik even daarvoor wat water had gedronken bij de kraan in de keuken en naar buiten keek door het grote keukenraam, had ik een groepje kinderen naar me zien zwaaien vanachter het hekje achter in onze diepe tuin, in het kippentuintje, waar al jaren geen kippen van ons meer lopen, maar wel kippen van de buren, zodat ze het onkruid er mooi kort kunnen houden.

Toen ik terugzwaaide, kwamen ze naar me toe. Ze sloten het hekje van het kippentuintje netjes achter zich en toen ze het achterste gazon hadden overgestoken sloten ze ook het hekje naar het voorste gazon weer netjes achter zich. Toen liepen ze over dat gras en over het terras van asfalt naar me toe bij de achterdeur. Ik hoorde het buurmeisje en jongetje al van ver opscheppen over dat ik zo mooi kon tekenen. Ze vroegen allemaal druk door elkaar heen of ze mochten komen kijken. Natuurlijk! Moesten ze wel eerst even hun vieze laarzen en schoenen uitdoen.

Het werd heel gezellig. De kinderen waren …

Read More »BG 322 – Milde kunstkritiek

BG 321 – Doe es aan

Ons huurhuis, dat wij huren van particulieren, is nogal groot, zeker als je nagaat dat wij er maar met z’n tweeën in wonen, en heeft daardoor, of misschien door een merkwaardige bouwplanning, nogal veel deuren, gangen en lichtknopjes.

Zo is er een gangetje dat, hoewel het maar kort is, vanuit onze woonkeuken leidt naar – eerste rechts – onze tweede douche (de eerste bevindt zich in de badkamer op de bovenverdieping) en dan naar – tweede rechts – ons ‘waskot’, waarin zich onder andere de wasmachine en de recycleerkast bevinden, en ook (’s nachts en een deel van de namiddag) onze kater Leo, en tenslotte naar – recht vooruit – onze eerste wc (boven, in de badkamer is er nog een). Het is er dus één en al deuren.

Het gangetje was aanvankelijk nogal donker. En het was ook eigenlijk te veel gedoe om er telkens het licht aan en uit te doen, terwijl we er met een paar passen doorheen zijn. Dus bedacht ik ooit dat het een goed idee zou zijn om er een muurlamp met bewegingsmelder te installeren, zodat het licht vanzelf aan en weer uit gaat als het beweging detecteert. Daar hebben we al veel gemak van gehad.

De sensor staat niet al te strak afgesteld, zodat …

Read More »BG 321 – Doe es aan

BG 316 – Vind de dief

Om precies vijf uur sloot ze haar computer af, trok ze haar jas aan, en hing ze haar tas over haar schouder. Het kantoor was verder al uitgestorven. Haar collega’s hadden zoals gewoonlijk enkele minuten van hun werktijd afgesnoept. Op hun enthousiaste uitroepen als ‘fijne avond!’ en ‘tot morgen!’ had ze al die jaren niet gereageerd en niemand verwachtte dat nu nog van haar. Zo had ze het liever. Geen persoonlijk contact. Het administratieve werk dat ze deed was eenvoudig en geestdodend. Tenminste, als ze nog een geest gehad zou hebben om te doden. Maar ze kon er haar rekeningen mee betalen.

Zoals op de meeste dagen nam ze de bus naar het stadscentrum, waar ze in een goedkoop restaurant snel een eenvoudige maaltijd naar binnen werkte. En daarna begon ze aan haar dagelijkse missie: het bezoeken van boekwinkels en, als die na zeven uur allemaal gesloten waren, de plaatselijke openbare bibliotheek. Pas als die ook dicht ging, om tien uur, nam ze een andere bus terug naar het kleine appartement dat ze huurde. Ze hield natuurlijk van boeken, maar dat was niet de eigenlijke reden van haar frequente speurtochten. Ze was dringend naar iemand op zoek. Acht jaar geleden had Laura de Vries van de eigenaars van het kleine, succesvolle bedrijf waarvoor ze werkte veel geld gestolen en was vervolgens spoorloos verdwenen, met achterlating van haar gezin. En zij zou haar vinden! Ze zou ervoor zorgen dat ze dat hele bedrag terugbetaalde!

In een rommelige en slecht verlichte tweedehandsboekhandel plofte ze …

Read More »BG 316 – Vind de dief

BG 308 – Moeders huisdierhandeltje

Aanvankelijk hadden ze het niet ruim gehad, haar ouders, haar broers en zij. Haar vader zat vast in een saaie kantoorbaan en besteedde zijn vrije tijd aan drinken.
Maar haar moeder was een intelligente, humoristische en inventieve vrouw.
Ruim vier jaar geleden zette zij, tot verbazing van haar omgeving, een snel groeiend handeltje op, waarbij de kinderen meehielpen, en waar het hele gezin wel bij voer.
Voor maar 5 euro per stuk verkocht ze kleine, speciale huisdieren, die ouders en grootouders gretig aanschaften voor hun (klein)kinderen.
De beestjes veroverden binnen korte tijd het hele land.
Sinterklaas en de Kerstman konden er maar met moeite voldoende aanslepen.
Bij aankoop zaten ze in een schattig kartonnen doosje, met een handvatje waar precies twee vingers door pasten en met luchtgaatjes in het dekseltje.
Er zat ook een koordje aan het doosje, met behulp waarvan kinderen het huisdiertje rond hun nek mee naar buiten konden nemen om het uit te laten.
En verder hadden ze er vrijwel geen omkijken naar.
Ze konden de beestjes kunstjes leren. Vooral ‘zit!’ en ‘lig stil!’ deden het goed.
‘Rol om!’ werkte ook, maar dan moesten ze wel een handje meehelpen.
Toen de door haar moeder verkochte huisdieren het hoogtepunt van hun populariteit bereikt hadden, waren de geldzorgen van hun gezin voorgoed verleden tijd.
En zoals dat gaat met rages, ging ook deze stilletjes voorbij.
Haar moeder kreeg weer tijd om andere dingen te gaan doen en ook zij kon weer beschikken over haar eigen vrije tijd.
En als een eigenaartje het speciale huisdier beu werd, geen nood: dan kon hij of zij Rocky gewoon ergens in de tuin leggen.

BG 306 – Blad

Net uit de boom gewaaid en geland op nat gras en andere natte bladeren. De randen al afgestorven, in donkerbruin tot zwart, maar het midden nog oranje en geel, met rond de nerven restjes leven in helder groen. Prachtige kleuren! Stervend na een goed leven, maar toch nog niet opgevend. Plekjes, wondjes, donkerbruin en zwart, in de nog felle kleuren in het midden. Op weg om uiteen te vallen in steeds kleinere deeltjes en te dienen als voedsel voor de volgende generatie frisgroene bladeren in het voorjaar. In de tussentijd knisperend onder onze schoenzolen en een lust voor het oog.

BG 304 – Eksters

‘Tjakketjakketjakketjak, gjew gjew. Hé Kjew!’
‘Ja Kai?’
‘Zullen we kijken of ze het water al bijgevuld hebben? Tjakketjakketjakketjak, gjew.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’
Ze verlaten hun boomtak en vliegen dichter naar het huis.
‘Gjew, gjew, kijk, daar heb je die sukkel! Mwoeha!’
‘Die leeuw, bedoel je?’
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew, gjew. Ja zeg, hahaa, die Leo-kat! Snap jij waarom zijn mensen hem leeuw genoemd hebben?’
‘Geen idee.’
‘Hij is niet bepaald zo dapper als een leeuw. Kom, dan plagen we hem nog wat! Gjew, gjew, tjakketjakketjakketjak.’
Ze vliegen vlak achter elkaar over Leo’s hoofd. De kater rent van schrik weg en verstopt zich angstig onder het tafeltje in de hoek waarop zijn waterbakje staat.
‘Gjew, gjew, hmmm, lekker water! Fijn dat die mensen dat op tijd bijvullen.’
‘Je weet toch dat ze dat voor die Leo doen, hè?’
‘Ja, natuurlijk, …

Read More »BG 304 – Eksters

BG 298 – Ad blocker

Hun oude grootmoeder, die (tegen ruime betaling) door een weduwe op leeftijd die naast haar woonde liefdevol verzorgd werd, besloot enthousiast om voor haar zesentachtigste verjaardag haar eerste computer aan te schaffen.
Een desktop, met een groot scherm, een toetsenbord en een muis, want al die kleinere apparaatjes hadden volgens haar veel te kleine knopjes.
Tot hun aller verbazing werd Oma al snel handig met het apparaat. Ze overstelpte hen met e-mails, deelde interessante dingen die ze op het internet gevonden had en scande, printte en kopieerde naar hartenlust met dat handige apparaat dat ze erbij gekocht had.
De oudste van haar vier kleinkinderen had de boel voor haar geïnstalleerd en zorgde voor het onderhoud.
Hun enige zorg was dat Oma het slachtoffer zou worden van oplichters. Ze was immers niet opgegroeid met spam, scams en andere online manipulatie. Gelukkig had haar verzorgster daar wel ervaring mee, en die maakte Oma erop alert.
Dat ging lang goed.
Tot de kleinkinderen op een dag op bezoek kwamen en zagen …

Read More »BG 298 – Ad blocker

BG 294 – Pipetje

[Uitdaging: op mijn verzoek schreef Marc vijf willekeurige woorden op, die ik moest gebruiken in een kort verhaal. Eén van de woorden moest het begin vormen van het verhaal, een ander het slot, en de resterende drie woorden moest ik verspreid in de tekst gebruiken. De woorden die Marc voor me koos: boomhut, verfomfaaid, poedel, kruisraket, pipetje.]

Pipetje was het onooglijk mormeltje dat voor een hondje door moest gaan bij onze naaste buren. Ze was een luidruchtig keffertje en ze kroop regelmatig op haar lelijke buikje onder onze haag door, zodat ze van nog dichterbij tegen me tekeer kon gaan. Het beestje had een onbestemde kleur: een vuil soort beige, met hier en daar wittige plukjes en rond haar kwijlende bekje vies donkerbruin. Uit haar loensende oogjes, die roodomrand waren van venijn, lekte een eveneens viezig bruin vocht, tot in geultjes naast haar merkwaardig lelijke, plakkerige neusje.

Voor Agnes en Theo, onze bejaarde buren, was het beestje het middelpunt van hun dagen. Door hun grenzeloze liefde voor Pipetje, of wellicht doordat ze niet zo goed meer zagen, viel het hen niet op hoe verfomfaaid het mormel er uitzag. En hun reukvermogen was waarschijnlijk ook niet al te best meer, want ze leken niet te merken dat het nogal stonk. Ik had hen herhaaldelijk voorgesteld om hun lieverdje af en toe eens een fijn bad te geven, maar dan legden ze uit dat Pipetje niet van schuimend water hield. Ja zeg, ze moest het ook niet opdrinken, hè! Ik had ooit overwogen om het gruweltje desnoods dan zélf een keer in bad te doen, maar dan zou ik het ten eerste moeten vasthouden (bah!) en ten tweede zou het dan de hele buurt bij elkaar krijsen en dus mijn oude buurtjes ongerust maken. Volgens mij was het hondje van onbestemde herkomst, een vuilnisbakkenrasje, maar haar eigenaars hielden dapper vol dat het een poedel was. Dus, vooruit dan maar, dan deden we maar net of het een poedel was.

Toen het zomer werd …

Read More »BG 294 – Pipetje

BG 291 – Voetgangersbrug in de schemering

In de avondschemering loopt een jonge vrouw gehaast over de voetgangersbrug bij het museum. Hoewel ze er met haar opvallende paarse krullen, roodomrande bril en kleurrijke kleren uitziet alsof ze nog maar zestien is, is ze in werkelijkheid twee keer zo oud.
Halverwege blijft ze stilstaan aan de reling, diept een glimmend zwart kiezelsteentje op uit haar jaszak, kijkt er nog een keer verlangend naar en werpt hem dan resoluut in de rivier. Zodra hij het water raakt, spat hij uiteen in een regenboog van kleuren, die een paar seconden later, als ze haar tranen wegknippert, weer verdwenen zijn.
Een half jaar geleden kreeg ze van haar dierbare grootmoeder – haar laatst overgebleven familielid – op diens sterfbed het mysterieuze steentje. Het kostbare kleinnood kon, zo legde oma uit, als ze er in de geborgenheid van een jas- of broekzak met haar vingers over wreef, dromen doen uitkomen. Dromen van haarzelf of van mensen die haar dierbaar waren.
Maar, zo waarschuwde oma Betty, de steen zoekt altijd naar evenwicht!
Voordat ze haar om meer uitleg had kunnen vragen, had oma helaas haar laatste adem uitgeblazen.
Ze huilt omdat ze haar oma mist, maar vooral ook om het leed dat ze onbedoeld heeft aangericht. Want hoewel ze sindsdien veel mooie dromen van zichzelf en van anderen heeft laten uitkomen, gebeurden er telkens rond diezelfde momenten erge dingen in haar omgeving, zoals plotselinge ziektes, stormen, ongelukken en zelfs sterfgevallen.
Eerst had ze die aan het toeval toegeschreven, maar inmiddels begrijpt ze dat ze al die ellende zelf heeft veroorzaakt! Het evenwicht van het steentje!
Ze veegt haar laatste tranen weg, verlaat met afgezakte schouders de brug en sjokt  door de donker wordende straten terug naar huis.

BG 285 – 100 Woorden Fictie

Geparkeerde auto

Op het parkeerterrein van het winkelcentrum stond, in de brandende zomerzon, een donkere Mercedes, met een raam op een kiertje en een briefje op het raam.
Recent had de politie meerdere honden uit veel te hete auto’s moeten bevrijden – de arme beesten! – dus ik besloot toch even te gaan kijken.
Dit is wat ik las:

Wees niet ongerust!
Ik ben aan het winkelen.
Hij heeft airconditioning, water en zijn favoriete snoepjes.
Hij heeft het liever zo!

De ramen waren getint, dus ik gluurde door de open kier.
Er lag een grote, volwassen man in de auto te slapen…

BG 281 – Boekenrevolutie

In een tijd lang, lang geleden, nog voor het begin van de automatisering, werden er veel boeken gelezen. En toen de mensheid dan eindelijk die donkere tijden van onwetendheid en eenzaamheid achter zich liet, en zich via digitale schermen wereldwijd met elkaar in verbinding stelde, was er een relatief korte periode waarin boeken niet meer populair waren.

Logisch natuurlijk, want onze nieuwe schermen brachten ons vele andere bronnen van informatie en vermaak. En het was allemaal nog nieuw, dus we hadden nog niet geleerd te doseren. We verloren tijdelijk het vermogen om ons langer dan dertig seconden op iets te concentreren en we waren bang dat als we iets voor onszelf zouden doen, zoals het lezen van een boek, we dingen zouden missen en daardoor niet meer bij de groep zouden horen. Bij de groep? Hoor ik je denken. Ja, echt! Want hoewel we toen dus eindelijk de mogelijkheden hadden om ons wereldwijd met alle mensen te verbinden, vonden de meeste mensen dat beangstigend en wilden ze meer dan ooit voorheen bij een groep gelijkgestemden horen.
Enfin, de geschiedenis leert ons de ernstige gevolgen van dat gedrag.

Schermen werden in een snel tempo onmisbaar. Ik hoor je nu in de lach schieten, maar echt, er was een periode waarin de meeste mensen dag en nacht hun schermen afspeurden en je overal om je heen de piepjes van telefoons uit broekzakken of handen hoorde klinken. Er gebeurden ook veel onnodige ongelukken doordat mensen constant, lopend op straat of tijdens het besturen van een voertuig, op hun schermen tuurden of er tegen spraken.
Veel mensen droegen zelfs permanent hun telefoon in hun hand of …

Read More »BG 281 – Boekenrevolutie

BG 274 – Oud papier

Nee hè! Er wordt aan de deur gebeld op de vroege zaterdagochtend, om, wacht even, even op de wekker kijken: half acht! Wat is er verdorie aan de hand?
Kan een mens dan niet eens ongestoord uitslapen in zijn vrije weekend?
Mijn vrouw maak het niet uit, die slaapt zoals gewoonlijk overal doorheen.
Ik kom toch maar mijn bed uit, voor het geval er brand is ofzo. Ik doe mijn badjas en pantoffels aan, strompel de trap af, breek net niet mijn nek, en open de voordeur.
Op de stoep staan twee bleke kinderen, in druilerige motregen.
Ze praten desondanks luid en enthousiast door elkaar heen.
In mijn ogen wrijvend mopper ik ‘Wat moeten jullie? Wat is er aan de hand?’
Ze willen papier voor opa.
– Papier?
– Ja, voor opa!
– Voor ópa? Waar hébben ze het over?
– Ja, zeggen ze stralend, alsof ze verdomme niet doorhebben dat ze de hele buurt uit z’n bed bellen.
– Huh?
– Voor O.P.A.: de Oud Papier Actie voor de Gereformeerde Kerk, verduidelijkt een van hen met een hoog stemmetje.
Nee hè, die schijnheiligaards! Moest ik daarvoor mijn bed uit? Ik zal ze terugpakken!
– Wat voor soort papier?
– Oud papier!
– Ja, maar wat voor soort oud papier?
– Kranten enzo.
– Ik heb geen kranten!
Ze halen teleurgesteld …

Read More »BG 274 – Oud papier