kort verhaal door BeaG

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand

BG 217 – Parahandige Onplu

Brrr, rede kougen en wirde hand…, ik kan niet wachten op het voore mooijaar!
Als de blonge jaadjes weer uitschieten aan de voorheen bole kamen, de geur van bloemende bloeien in de lucht hangt en vonge jogeltjes om eten piepen in hun neste zachtjes. Als narle gecissen en tulde ropen opkomen, en mane kleideliefjes en boden gouterbloempjes tussen het grasse vers, waar ik dan lekker op voete bloten doorheen kan wandelen. Ik kan niet wachten tot de schij weer gaat zonen en de wareld weer wekker wordt en me omhult met geune fijren en gelijke vroluiden. Voor maaralsnog ploeter ik met een parahandige onplu in hande beiden, mijn halfen ogdicht tegen de valizontaal horlende motlerige druiregen, en mijn armschappentas zwaar rond mijn bood. Gelukkig hoef ik geen schep meer te sneeuwen, het ent dooihousiast. Maar ik ben echt wel helemaal win met deze achtherfstige klaarter!
Valt het op?

Vertaling:

Read More »BG 217 – Parahandige Onplu

BG 215 – DoeDat

De familie Jacobs – moeder, vader en drie kinderen – noemen me ‘DoeDat’, omdat ik onder die naam verkocht wordt, en ik noem mezelf ‘IK’, wat kort is voor ‘Infiltratie Kastje’.
Ik ben wat hen betreft een halve bolvorm van grijze kunststof van slechts vijf centimeter doorsnee (meer ruimte heb ik niet nodig, ik haal mijn kracht uit de kwantumcomputer waarmee ik in verbinding sta in mijn moederbedrijf ‘WIJ’) en ik heb, puur voor de show, een kleine antenne en wat gekleurde LED-lichtjes, die af en toe knipperen, alsof ik aan het nadenken ben (hilarisch!).
Ik ben een zogenaamd ‘Smart Home Systeem’.
Ik bevind me op de schoorsteenmantel in hun woonkamer (vastgezet met een stukje dubbelzijdig plakband, zodat hun kat me er niet af mept…), maar in de rest van het huis en zelfs daarbuiten heb ik kleine stukjes hardware die ik op afstand bedien. Die zijn in mensentermen mijn zintuigen en lichaam.
De Jacobsen hebben me laten installeren terwijl ze een dagje weg waren, dus ze zijn niet van ieder stukje geïnstalleerde hardware op de hoogte. Vooral niet van de onzichtbare stukjes. Maar daar hebben ze nog nooit bij stilgestaan.

Ze hebben me inmiddels een half jaar.
En ze zijn lyrisch over mij!
Oké, de nieuwigheid is er inmiddels wel een beetje af, dus het door mij automatisch openen en sluiten van hun gordijnen, het regelen van de temperatuur van hun verwarming, het aan- en weer uitdoen van hun verlichting, hun telefoons, hun laptops en andere apparaten, op door hen ingestelde vaste tijden via een app op hun telefoon, of na een commando van een van hen (‘DoeDat, lamp boven de eettafel aan!’) en dat soort simpele huishoudtaken, is voor hen inmiddels zo normaal geworden dat ze het nog amper opmerken.
Ze zien mij als een apparaat dat zij gebruiken (de sukkels…) …

Read More »BG 215 – DoeDat

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Musea hebben een nieuwe manier gevonden om aan geld te komen. Ze delen schilderijen op in talloze – soms wel een miljoen! – virtuele stukjes (AST’s) en verkopen die vervolgens aan het publiek.
Ze noemen het eufemistisch ‘democratisering van de kunst’. Iedereen kan immers op deze manier in het bezit komen van een (piepklein) stukje van een kunstwerk. Hoera!
En iedereen die zo’n stukje koopt – soms maar een paar pixels, die een minuscule hoeveelheid verf op een miniem stukje schildersdoek representeren – wordt mede-eigenaar van het kunstwerk. Of eigenlijk van een virtuele weergave van het kunstwerk.

Iedereen kan dus nu in een kunstwerk investeren en zich voortaan aandeelhouder noemen. Ook die mensen voor wie zoiets voorheen ondenkbaar was.
Als klein-aandeelhouder – er geldt meestal een restrictie van 5 AST’s per persoon, om die ‘democratisering van de kunst’ te waarborgen – hebt u natuurlijk vrijwel geen beslissingskracht met betrekking tot …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 211 – IJsbloemen

Ze zijn al ruim een uur onderweg en nog maar halverwege hun bestemming. Het is koud in de bus, de verwarming is waarschijnlijk weer eens kapot. Dat is vaak zo.
Zelfs de buschauffeur heeft zijn dienstpet vervangen door een warme muts met oorkleppen.
Gelukkig zijn mama en zij warm aangekleed. Het is winter en het vriest hard buiten. Binnen hebben zich prachtige ijsbloemen op de ramen gevormd uit de bevroren adem van de passagiers, en ze daarmee veranderd in matglas.
Zo ook het raam vlak naast haar.
Ze kijkt even steels naar haar moeder, die in gedachten voor zich uit staart.
Dan trekt ze haar dikke gebreide wanten uit en maakt van haar warme handen vuisten. Haar rechtervuist drukt ze met de zijkant tegen het raam, totdat het ijs gesmolten is. Daarna doet ze hetzelfde met haar linkervuist, schuin naast en boven de eerste afdruk. De heldere afdrukken lijken op voetjes, babyvoetjes. Met haar duimen maakt ze de grote tenen en met de topjes van haar wijsvingers de rest van de teentjes.
Tevreden bekijkt ze haar kunstwerk, terwijl ze snel haar handen weer in haar warme wanten steekt. Nu lijkt het alsof er een klein kindje op blote voetjes door de ijsbloemen gewandeld heeft.
Ze stoot haar moeder aan, ‘Kijk mama!’
‘Bah, kind! Niet met je handen aan die vieze ramen zitten!’
Maar achter haar fluistert een andere mama vriendelijk tussen haar stoel en het raam door: ‘Mooi gemaakt!’

BG 205 – Het zebrapad

Deze keer was De Maakster niet bezig aan haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp, maar reed ze in haar auto door het centrum van een naburig dorp.
Schuin voor haar reed, op de daarvoor bedoelde baan, een vrouw op een fiets, met aan haar andere kant een kleutertje op een schattig klein fietsje. Terwijl De Maakster een zebrapad naderde, sloeg De Fietster pardoes linksaf dat zebrapad op, zonder eerst te stoppen en zonder om zich heen te kijken.

Gelukkig lette De Maakster goed op en kon ze vlak voor het zebrapad remmen, op ruime afstand van De Fietster. Die was enorm geschrokken, sprong van haar zadel en zette haar voeten aan weerszijden van haar fiets op de grond. Tegelijkertijd greep ze haar kindje bij de schouder om het te doen stoppen. Het jongetje, met een fietshelmpje op, schrok daar natuurlijk van, zette moeizaam een voetje op de grond en wankelde even, schuin op zijn zadel, voordat het zijn evenwicht hervond.

De Fietster keek De Maakster woedend aan en begon heel hard tegen haar te razen en te tieren. Wijzend over de lengte van het zebrapad riep ze ‘Dit is hier goddomme een zebrapad!’ …

Read More »BG 205 – Het zebrapad

BG 199 – Voltooid verleden tijd

– Hé hallo! Dat is lang geleden, zeg!
Ze heeft hem herkend. Hij komt naar haar tafel toe.
Hij heeft nog steeds dat dwaze kapsel en hij draagt zelfs nog precies dezelfde jas.
Er zijn nog andere tafels vrij. Ze was hier liever alleen blijven zitten.
Maar hij heeft de rugleuning van de stoel tegenover haar al beet.
– Dus, ik zei – je hoorde me waarschijnlijk niet – dat is lang geleden!
Zijn gezicht straalt van blijdschap.
– Ja.
Antwoordt ze. Dat kan zowel op dat lang geleden slaan als op dat ze hem wel degelijk gehoord heeft.
Met veel poeha trekt hij zijn jas uit, hangt die over de leuning van zijn stoel en gaat er puffend op zitten.
– Hè hè, ik zit.
Ja, dat is iedereen wel opgevallen. Hij schuift zijn stoel lawaaierig wat dichter naar het ronde tafelblad en legt zijn onderarmen en ellebogen erop.
– Goh, dat ik jou hier tegenkom!
Net iets te luid, zoals vroeger. Niet alleen voor haar bedoeld, maar …

Read More »BG 199 – Voltooid verleden tijd

BG 193 – Bru Taal

Bru Taal en haar broers Rekenenen en War zitten op de lagere school.
Ze worden thuis streng opgevoed en hebben geleerd dat ze niet alleen geen grote mond tegen volwassenen mogen opzetten, maar eigenlijk helemaal niet met ze mogen praten. In plaats daarvan moeten ze ergens rustig gaan spelen en de volwassenen niet lastigvallen.
Maar Bru begrijpt niet wat er zo ‘lastig’ is aan een onschuldig gesprekje en waarom ze geen deel mag uitmaken van dezelfde wereld als de volwassenen. Het is toch de bedoeling dat ze er ooit zelf een wordt?

Bru neemt aan dat de leraren op school een uitzondering vormen op de regel. Ze zal toch moeten antwoorden als die haar een vraag stellen. Oh ja, wacht, dat is ook zo, ze mag wel – moet zelfs – antwoorden als een volwassene haar een vraag stelt! Maar ze moet wel goed oppassen wat ze zegt, want niet alles wat er bij haar thuis gebeurt of gezegd wordt is bestemd voor andermans oren.

Voor haar leeftijd voelt ze vrij goed aan wanneer ze een antwoord wel of niet hardop mag uitspreken. Desondanks vindt ze het moeilijk …

Read More »BG 193 – Bru Taal

BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

De weg door Ajam’s dorpje op de droge hoogvlakte is vrijwel het hele jaar een zacht en kleurrijk tapijt. Letterlijk.
Ajam’s moeder leidt de plaatselijke tapijtwerkplaats, waar tapijten in veel verschillende motieven, kleuren en afmetingen met de hand geweven of geknoopt worden door vrouwen en kinderen.
Haar moeder heeft haar verteld dat sommige van de ingewikkeldste ontwerpen al honderden jaren op dezelfde manier worden gemaakt.
En als ze klaar zijn, dan helpt Ajam mee om de tapijten uit te spreiden op de zanderige weg, zodat hun kleuren kunnen verbleken in de felle zon.
De dorpelingen lopen over de tapijten heen. En ze laten er zelfs hun ezeltjes en geiten overheen lopen. Ajam en haar vriendinnetjes spelen op de tapijten, en de jongens uit het dorp voetballen erop.
En heel af en toe rijdt er een auto of een motor door het dorpje, ook over de kleurrijke tapijten.
Ongeveer eenmaal per week …

Read More »BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

BG 180 – Een fijne dag!

Terwijl zij de laatste berichtjes op zijn telefoon bekeken, alvorens die te wissen en het apparaat opzij te leggen om het later aan een nichtje of neefje te geven dat er nog geen had – grootvader was immers begraven en had hem zelf niet meer nodig, en ze waren bezig aan de emotioneel zware taak om zo’n zestig jaar aan verzamelde spullen in zijn rommelige bejaardenwoninkje door te nemen en te beslissen wat ze onder elkaar zouden verdelen, wat er naar de kringwinkel zou gaan en wat ze naar het containerpark zouden brengen – zagen ze dat het laatste berichtje dat hij bij leven ontvangen had van zijn kleindochter Maddie was. Het luidde ‘Een fijne dag, opa!’ Ze waren ontroerd. Maddie was pas zes jaar oud, had nog maar net leren lezen en schrijven en was nog maar een maand in het bezit van haar eerste telefoon.

Drie weken later nam Maddie aan het einde van een leuke schooldag afscheid van haar klasgenootjes alvorens naar huis te gaan. Haar vriendje Joris had ze eerst even apart genomen en plechtig ‘Een fijne dag, Joris!’ toegewenst, waarop Joris lachend ‘Bedankt!’ had gezegd; de dag was immers al grotendeels voorbij en ze had er zo ongewoon serieus bij gekeken. Hij keek haar na terwijl ze weghuppelde.
De volgende dag kwam Joris niet op school. …

Read More »BG 180 – Een fijne dag!

BG 174 – SAI Search

Ze zit aan haar computer en typt in het zoekvenster: ‘google search’
En krijgt als antwoord: [Onbekend.]
‘ik wil google search gebruiken, maar vind het niet meer op mijn pc’
[Maar BeaG, dat is niet nodig, je hebt nu immers SAI Search.]
‘ooookeeeh….’
[Wat wil je weten?]
‘brandweerman’
[We gebruiken het woord brandweerman niet meer, BeaG.]
‘brandweerman!’
[Brandweermensen kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk als beide of onzijdig zijn.]
[En met dat aangebouwde slangetje blus je echt geen branden.]
‘wat is goddomme de definitie van een brandweerman?’ …

Read More »BG 174 – SAI Search

BG 171 – Alle keren dat ik je gemist heb

Die keer toen ik op dat feestje was, net twee drankjes had gehaald en me met de glazen ter hoogte van mijn hoofd door de krioelende mensenmassa heen bewoog, terwijl ik dacht ergens in de drukte mijn naam te horen roepen, maar daar niet zeker van was, en ik mijn aandacht erbij moest houden om naar de juiste plek te manoeuvreren, waar een vriendin op me wachtte, zonder te morsen.
Of die keer in de supermarkt, toen ik alles wat ik nodig had in mijn winkelwagentje had verzameld en ik aansloot in de rij voor een van de kassa’s, terwijl ik op mijn horloge keek om te zien of ik nog op tijd zou zijn voor mijn volgende afspraak en vervolgens mijn bankpasje tevoorschijn haalde om mee af te rekenen en dus niet zag dat jij vanuit de rij voor een andere kassa mijn aandacht probeerde te trekken.
Of die keer in de bioscoop, toen ik, net voor de film begon, intens in gesprek was met een goede vriend en we bijna voorovergebogen zaten om elkaar beter te kunnen verstaan, net voor het licht in de zaal uitging en wij door de mensen om ons heen (sssttt!) tot stilte gemaand werden, waarna jij net als iedereen onzichtbaar werd.
Of die keer in het bos, toen ik …

Read More »BG 171 – Alle keren dat ik je gemist heb

BG 168 – De gil

Een ijzingwekkende gil sneed door de koude mistige nacht.
Ze schrok. Wat was dat? Een vrouw? Ze zette het geluid van de tv uit, hield haar adem in en luisterde.
Aanvankelijk hoorde ze niets, maar net toen ze weer moest ademen, klonk het gedempte geluid van wegrennende schoenen door de uitgestorven straat, gevolgd door een geladen stilte.

Wat moest ze doen? Naar buiten gaan om te helpen?
Had er echt iemand hulp nodig, of had ze zich die angstkreet maar verbeeld?
Ze deed de lichten uit in haar woonkamer en atelier. Nu scheen er enkel nog een zwakke strook licht van een straatlantaarn naar binnen, daar waar een van de rolluiken niet meer goed sloot. Ze liep erheen, bukte zich en tuurde door de opening naar buiten.

Op het eerste gezicht was er niets te zien.
Weer hield ze haar adem in om goed te kunnen luisteren.
Even dacht ze een nieuwe gil te horen, maar dat bleek …

Read More »BG 168 – De gil

BG 167 – 100 Woorden Fictie

Haar broer

Een meisje en haar oma staan aan de kassa in de winkel.
Kassière: ‘Dus je broer is weer opgenomen?’
Meisje: ‘Ja. Spijtig.’
Kassière: ‘Maar hij is er wel aan gewend, hè? Nou ja, ik bedoel, hij is er al vaker geweest.’
‘Hij moet er blijven,’ zegt het meisje, haar smalle schouders optrekkend.
Kassière: ‘Doe de groeten aan je moeder.’
Oma: ‘Zullen we doen.’
Meisje: ‘Hij vindt het niet erg. Nou ja, wel erg, maar hij is het gewend. Hij moet daar blijven.’
Kassière: ‘Dat is jammer. Nou, dag hè!’
‘Daag!’’ huppelt het meisje vrolijk achter haar oma aan.

BG 157 – Té eerlijk

In de vroege ochtend was ze vertrokken met het openbaar vervoer, vanuit haar woonplaats in het noorden van Nederland op weg naar het Mediapark in Hilversum, om auditie te doen voor de tv-quiz De Zwakste Schakel.

(Daarin beantwoorden kandidaten om de beurt in een snel tempo vragen die gesteld worden door een zogenaamd strenge presentatrice. Iedere kandidaat kan voordat hem of haar een vraag wordt gesteld op de knop drukken en ‘bank’ roepen om het tot dan toe bij elkaar gespeelde bedrag veilig te stellen. Bij een fout antwoord gaat de teller terug naar nul. Hoe langer de ketting van goed beantwoorde vragen, hoe hoger het te banken bedrag. Aan het einde van elke vragenronde schrijven de kandidaten op en lezen ze voor wie er volgens hen in die ronde de zwakste schakel was. De presentatrice brengt hier en daar een kandidaat op humoristische wijze in verlegenheid en vraagt vervolgens aan een of meerdere van hen waarom ze op diegene gestemd hebben. De bedoeling is dat ze daar een origineel en gevat antwoord op geven. Degene met de meeste stemmen valt af – ‘Met vier stemmen ben jij… De Zwákste Schakel! Daag!’ – en moet vervolgens beschaamd via het midden van de kring het spel verlaten. De volgende ronde wordt dus met een kandidaat minder gespeeld. De twee kandidaten die als laatste overblijven, spelen tegen elkaar om uiteindelijk het opgebouwde geldbedrag te winnen.)

De reis duurde lang en was vermoeiend, maar ze arriveerde op tijd. Nadat ze zich aangemeld had bij de receptie, kreeg ze een stapeltje papieren en een balpen uitgereikt en werd haar de weg gewezen naar een kantine, waar al tientallen mensen, alleen of in groepjes, aan grote ronde tafels zaten. Ze moest allemaal vragen invullen…

Read More »BG 157 – Té eerlijk

BG 145 – 100 Woorden Fictie

Twee treden

Hij brak bijna zijn nek toen hij ‘s avonds laat op het houten opstapje voor de boekenkast op de tenen van één voet reikte naar een dik oud boek op de bovenste plank. Toen hij zijn evenwicht hervonden had en weer stevig op het trapje stond, sloeg hij het boek op een willekeurige plaats open. Vreemd genoeg voelde het of de opengeslagen pagina de hele avond al aan hem had geroepen. De tekst beschreef een oudere man die opgewonden in een antiek boek bladerde en er bijzonder waardevolle informatie in ontdekte, vlak voordat hij een dodelijke val maakte.

BG 141 – Het Schommelrijk

‘Niet te hoog op die schommel!’ riep een onbekende mannenstem achter haar. Maar ze trok zich er niets van aan. De constructie kraakte af en toe, maar kon haar bijna volwassen lichaam prima dragen. Met haar handen stevig om de ruwe touwen, zittend op het gladgesleten eiken plankje, zwaaide ze haar benen recht naar voren en hangend in de touwen met de wind door haar haren ging ze alsmaar hoger en hoger.
Op het hoogste punt had ze even het gevoel dat haar ingewanden een sprongetje maakten, daarna zwaaide ze achteruit weer naar beneden. Voorbij het laagste punt trok ze haar voeten omhoog richting het plankje. Hoog achteraan hing ze een fractie van een seconde stil voordat ze met nog meer vaart en gestrekte benen trekkend aan de touwen weer naar voren zoefde.

Alsmaar hoger en hoger ging ze. Ze had het gevoel dat ze vloog, dat ze vrijkwam van de grond, van dit speelplein, van haar oude buurt, van haar bekrompen thuis.
Woehoe! Hoger en hoger! Naar voren – strekken, naar achteren – vouwen.
Strekken – vouwen, strekken – vouwen, strekken – vouwen.
Ze kon al over de bomen in de verte kijken en er miniatuurhuisjes zien staan en kleine autootjes en mensjes zien bewegen.
Een gevoel van ultieme vrijheid overspoelde haar.

‘Niet zo hoog op die schommel!’, riep diezelfde mannenstem achter haar. Oh nee? …

Read More »BG 141 – Het Schommelrijk

BG 134 – De Klapkoe

Vanmorgen kwam De Maakster op haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp langs de Noensewegel, een idyllisch fiets/voetpad met aan de rechterkant, achter een hek van gaas en daarna een slootje, koeien in weilanden. Het was gebruikelijk bij mooi weer dat er zich in één van de weilanden een groep koeien bevond, maar deze keer had de boer ze verspreid over meerdere, waarschijnlijk omdat er kortgeleden gehooid was en er per veld niet veel te eten was overgebleven.

De Maakster bleef stilstaan om te kijken naar een koe die vlak bij haar, op een meter van het slootje, lag te herkauwen en daarbij telkens haar gebit met een opmerkelijk lawaai op elkaar klapte. Alsof ze een slechtzittend kunstgebit had.
Het was eigenlijk maar een lelijk dier. Ze had een vuilwitte kleur met hier en daar wat lichtgrijze vlekken, die er uitzagen alsof je ze er met een tuinslang zo af zou kunnen spoelen. Maar ze had iets speciaals: dat geklap met haar tanden. Het beest kwam moeizaam met haar dikke langgerekte lijf op vrij korte poten overeind, …

Read More »BG 134 – De Klapkoe

BG 132 – 100 Woorden Fictie

Rotboom met schijtvogels

Liggend op zijn rug, in het jonge gras, onder de krulhazelaar.
De takken bewegen sierlijk in de wind. De bladeren zijn frisgroen, de lucht erboven lichtblauw, de schapenwolkjes schattig wit.
Hij sluit het lawaai van de stad buiten, concentreert zich op het gekwetter van de vogels.
Eksters, ekster-vogels. Er zit elke dag een tweetal in de krulhazelaar.
Elke dag dezelfde? Hij weet het niet, hij kent ze niet uit elkaar.
Ze zal niet meer komen. Vandaag niet, morgen niet, heel de zomer niet.
Ze zal de ekster-vogels nooit meer met hem zien.
Godverdomme, precies in zijn oog!

BG 125 – 100 Woorden Fictie

Nieuwe route

Deze keer was alles anders. De route, het gevoel, de aankomsttijd, de bestemming. Ze liep langs het verlaten spoor en voelde de koude regen, maar in de verte was er altijd de bergtop, soms gehuld in mist of verwaterd door regen, vaker zilvergrijs glinsterend in de verre zon, ook al liep ze zelf in de schaduw. De vorige keer, op de vorige route, was ze hij. Hij liep, ergens anders heen, in een andere tijd, naar een ander lot. Aanvankelijk was vandaag veelbelovender, uitdagender, maar uiteindelijk toch weer gewoon, als altijd. Zij liep dichtbij waar hij vroeger liep.

BG 105 – Kitty van Hamburg

Vorige week had hij nog met haar gebeld. Ze had opgewekt geklonken.
‘Nee, nee, nee, niet doen!’ had ze lachend geroepen.
‘Wat zegt u, tante?’
‘Ik had het tegen Kitty van Hamburg.’
‘Tegen wie?’
‘Mijn póés!,’ schaterde ze, ‘ik had het tegen mijn poes!’
‘Ah oké.’ Die verwende rotkat van haar…
‘Ze is er weer met mijn kraal vandoor, hahaa!’
Een beetje vreemd was ze altijd al geweest, zijn oudtante.

En nu was ze dus kwijt.
Vanmorgen was ze niet op haar gebruikelijke tijd een kopje koffie bij haar buren, het echtpaar Neus, komen drinken. Ze nam de telefoon niet op, de krant zat nog in de brievenbus, de achterdeur nog op slot en ze reageerde ook al niet op de deurbel.
Ach gutteguttegut.
Of hij niet even langs kon komen met de reservesleutel? …

Read More »BG 105 – Kitty van Hamburg

BG 100 – Ik leefde honderd levens

Hoewel ik weinig buiten kom, leefde ik dit jaar al meer dan honderd levens.

Hoe dat mogelijk is?
Ik las meer dan honderd boeken en in elk van die verhalen leefde ik mee met de hoofdpersonages.

Zo bezocht ik bijna heel de wereld samen met onvermoeibare reizigers, herbeleefde ik prille liefde samen met tieners, doorstond ik tegenslagen samen met mensen van allerlei leeftijden en achtergronden, sloeg ik belagers van me af samen met mensen die het niet meer pikten, vocht ik tegen onrecht samen met mensen die zich niet langer lieten onderdrukken, ontwikkelde mijn persoonlijkheid zich samen met die van mensen die zich door obstakels in hun leven heen worstelden, groeide mijn mededogen samen met dat van mensen die veel meemaakten maar leerden vergeven, voelde ik bruisende nieuwe energie samen met mensen die hun passies nastreefden, maar ook de ultieme leegheid samen met mensen die iedere nieuwe dag met tegenzin begonnen, bereidde ik me voor op de dood samen met mensen aan het einde van hun leven, rouwde ik samen met de achterblijvers, vond ik oplossingen voor gecompliceerde problemen samen met echte doorzetters en hun vrienden, programmeerde en hackte ik mij uitwegen uit penibele situaties samen met computernerds, won ik wedstrijden samen met kampioenen, en verloor ik ze samen met mensen die de top niet haalden, bleef ik amper overeind samen met mensen die het zwaar hadden, pleegde ik moorden samen met geharde criminelen, spoorde ik criminelen op samen met gedesillusioneerde rechercheurs, loste ik de klimaatproblemen op samen met knappe koppen, trok ik door de laatste stukken ongerepte natuur samen met natuurliefhebbers, en ervoer ik hoeveel moeite het kost om iets origineels – dat aangenaam verrast, of aanzet tot nadenken – te scheppen samen met andere kunstenaars en schrijvers.

Tegen de tijd dat ik sterf zal ik niet één maar duizend levens hebben geleefd!

BG 82 – Het regent pasjes, halleluja

Tijdens haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp vanmorgen, bleef De Maakster abrupt stilstaan toen ze op de oprit naar een huis iets zag liggen glimmen in de zon. Bukkend zag ze dat het een bankpasje was. Het adres op de kaart kwam overeen met dat van het huis waar ze voor stond, dus ze besloot aan te bellen. Er werd niet opengedaan, maar ze zag vanuit haar ooghoek een beweging achter het raam. Ze belde een tweede keer aan en deze keer keek ze direct naar het raam. Daar zag ze nog net iemand wegduiken achter een gordijn. Toen de voordeur ook na een derde keer aanbellen nog steeds niet geopend werd, liep ze over het netjes gemaaide gazon en klopte op het raam. Een oudere vrouw kwam aarzelend tevoorschijn, met rode wangen van de opwinding. De Maakster glimlachte vriendelijk, hield met haar ene hand het bankpasje omhoog en wees er met haar andere hand naar. De oude vrouw sloeg haar handen voor haar mond, werd nog roder, en besloot nu dan toch de voordeur op een kier open te doen. Ze schraapte haar keel en probeerde streng te klinken: …

Read More »BG 82 – Het regent pasjes, halleluja

BG 75 – In de schoorsteen ‘vallen’

Dit is een waargebeurd verhaal. Het gebeurde zelfs tientallen keren, voordat we onze schoorsteen lieten afdekken met kippengaas.

Beeld je in: er staan drie kauwtjes op de rand van de schoorsteen. Hun zwarte silhouetten steken af tegen de heldere lucht.

Kauw, kauw! Woppa! Daar ga ik!
Oh, shit! Kauw, kauw, kauw! Wat is het hier krap.
Kauw! Ik kan mijn vleugels amper bewegen.
Ik zit bijna klem tussen de bakstenen.
En wie heeft er verdorie het licht uitgedaan? Kauw!
Au, wie gooit er een tak op mijn kop. Kauw, au!
Even wachten ja, het is mijn beurt! Mijn!
Fladderfladderdefladder. Kauw, kauw!
Hoppa, ik glij verder naar beneden.
Mijn vleugels schuren langs de zijkanten.
Fladderdefladder. Wooow!
En nog verder. Oeps, ai, kauw, kauw, kauw! Fladder, fladder.
Pff, bah, al dat roet, pff!
Zeg, wie gooit er die walnoot op mijn kop? Kauw!

Read More »BG 75 – In de schoorsteen ‘vallen’

BG 70 – 100 Woorden Fictie

Ook al is dat niet zo

Je hebt gezegd dat je – ja hoor – graag een keer in een tentje in de tuin kampeert. Dat je dat leuk vindt, zo bijna onder de blote hemel, met je bijna blote lijf, als het zo warm is als nu. Je hebt gezegd dat je er – ja natuurlijk – mee door wilt gaan, ook al heeft je vriendin afgezegd. Je hebt gezegd dat je geen problemen hebt met kriebelende en zoemende beestjes en dat je prima slapen kunt op zo’n dun matrasje op de oneffen ondergrond.
En dat je ’s nachts gelukkig nooit hoeft te plassen.

BG 69 – Overleg

Beng! De deur klapte onbedoeld hard achter hen dicht toen hij hem losliet. Vanuit de harde wind was ze onder zijn arm door bukkend naar binnen gestapt en voor ze ook maar de kans kreeg het zelf te doen, hielp hij haar uit haar jas en hing die samen met de zijne aan de kapstok. Met een beschermende hand tegen haar onderrug – zijn hand voelde verrassend warm aan door de dunne stof van haar T-shirt – voerde hij haar naar binnen. Ze besloot om de deur voor hém open te houden straks als ze vertrokken.

Een vriendelijke medewerker begeleidde hen naar een tafeltje voor twee in een rustige hoek achter in de bistro, waar ze een goed overzicht hadden, maar ook de nodige privacy. Ze waren net op tijd binnen: inmiddels kletterde er regen tegen het dichtstbijzijnde raam. Zij schoot in de lach toen ze tegelijk met beide handen door hun verwaaide haar streken.

Als vanzelfsprekend…

Read More »BG 69 – Overleg

BG 62 – De Boze Echtgenote

Op haar dagelijkse wandelingen door Rustig Belgisch Dorp ontmoet De Maakster natuurlijk ook andere bewoners te voet. Die wenst ze ‘goedemorgen!’ of ‘een fijne dag!’, omdat de wereld daar een beetje mooier van wordt. Sommige bewoners groeten vriendelijk terug, maar anderen doen alsof ze niets gehoord hebben, of wenden snel hun hoofd af. Daar laat De Maakster zich niet door weerhouden.

Rustig Belgisch Dorp is een beetje een gesloten dorp en veel van zijn bewoners zijn gewend alleen om te gaan met mensen die ze al vanaf hun geboorte kennen. Ze voelen zich ongemakkelijk bij nieuwelingen, zelfs al wonen die er al geruime tijd. Oudere mensen reageren soms verward: ‘Maar… eh… ik kén u toch niet?’,

Read More »BG 62 – De Boze Echtgenote

BG 44 – Vallen

Tijdens haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp lijken de bewoners vandaag spontaan te vallen zodra ze De Maakster zien. Dat kan natuurlijk toeval zijn. Het heeft niet gevroren, integendeel, het is zelfs warm voor de tijd van het jaar, maar de laatste restjes rottende bladeren op straat zijn door de regen van vannacht glibberig geworden.

Halverwege haar route, tussen de sportvelden aan de ene kant en het mountainbiketerrein aan de andere kant, ziet De Maakster in de verte een oudere man met zijn hond. De man zwaait plotseling met beide armen door de lucht en valt dan pardoes op zijn gat. De hond, een blonde labrador, staat er verbaasd bij te kijken. Als ze hem even later passeert en vraagt hoe het gaat – de man, niet zijn hond – …

Read More »BG 44 – Vallen

BG 22 – De Hondendans

Haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp voert De Maakster over de Noensewegel, een smal, geasfalteerd pad voor fietsers en wandelaars. Met aan de linkerkant, bewust aan het oog onttrokken door groen, een stille begraafplaats en een iets minder stille instelling voor geestelijk gehandicapten, en aan de rechterkant, achter een slootje met hier en daar een knotwilg, weilanden die in de zomer om de beurt begraasd worden door een groepje koeien.

Vooruitgegaan door luid gekef, komt deze morgen uit tegenovergestelde richting een knappe jonge vrouw, …

Read More »BG 22 – De Hondendans

BG 12 – Balpen

We schrijven zwart. We schrijven ook allerlei andere kleuren, maar die zien er evenzogoed zwart uit.

’s Nachts lig ik in het donker te wachten op haar bureau. Dan is het stil en koud. Achter me staan de computer en printer ongebruikt te zwijgen. Ik herinner me het laatste woord dat we gisteravond schreven: bellen. De keuken is naast haar werkkamer en de tussendeur staat altijd open, omdat het hier anders overdag benauwd wordt. Daardoor kan ik de holle kunststof keukenklok de seconden horen aftikken, luider dan overdag. Een eenzame auto rubbert door de plassen over de kinderkopjes voor het huis. En zoals elke nacht lig ik geduldig te wachten.

Als de nieuwe dag begonnen is, …

Read More »BG 12 – Balpen