BG 353 – Gedeeld verdriet
Verdriet is wat hen verbindt. Zonder dat ze het weten. Ze kennen elkaar immers niet.
Ze zitten tegenover elkaar aan het raam, met een klein tafeltje tussen hen in, in de voortrazende trein. Buiten begint het al te schemeren en binnen is er gedempte verlichting aangegaan. Vanzelf. Vanzelf ook brengt de trein hen naar het beoogde station.
De vrouw van middelbare leeftijd is geslagen door rauw verdriet. Drie dagen geleden was ze op de begrafenis van haar dochter. Haar leven staat stil sinds men haar kwam vertellen over dat onverwachtse ongeluk.
De jonge vrouw rouwt zwijgend. Om haar geliefde. Drie dagen geleden was ze op de begrafenis. Waar ze vrijwel niemand kende. Ze waren er nog niet aan toegekomen. Elkaar te laten kennismaken met ouders, vrienden en familieleden. Ze waren nog te veel bezig met elkaar te leren kennen. Maar hun liefde was al zo groot geweest, zo allesomvattend. En nu was het weg. In één klap verloren. Voorgoed voorbij. Ze had geen tranen meer over. Ze had geen energie meer over, geen zin om te leven, om dingen te doen. Ze zat in de trein. Op weg naar huis. Haar lege huis. Haar nog veel legere huis dan gedurende die jaren dat ze vrolijk alleen was. Vrolijk alleen zijn. Hoe deed je dat ook alweer? Zou ze dat ooit nog kunnen?
De vrouw tegenover haar zit gevangen in haar eigen verdriet. Heeft haar dochter verloren. En heeft nu alleen nog een zoon over. Een zoon van tweeëndertig, in Singapore. Waar ze weinig contact mee heeft. En een echtgenoot. Natuurlijk. Natuurlijk heeft ze haar echtgenoot nog. Tenminste… Heeft ze die eigenlijk nog? Of leven ze toevallig nog in dezelfde woning? Langs elkaar heen, na al die jaren.
De jonge vrouw. Tegenover haar. Die ze net even stilletjes heeft aangekeken. Die zag dat niet, die staarde naar buiten. Die lijkt ook erg verdrietig. Wat zou die nu al meegemaakt kunnen hebben? In haar nog zo jonge leven. Waarom was die verdrietig? Ze leefde nog! Zou ze zich dat wel realiseren? Hoe gelukkig ze zich mocht prijzen dat ze niet plotseling op de fiets geschept was door een roekeloze automobilist? Ze had er vast geen idee van hoe dat zou zijn. Voor haarzelf. In een klap verdwenen. Voor haar moeder. Al dat verdriet.
De jonge vrouw dacht hetzelfde, maar dan over een geliefde, in plaats van een moeder.
Ze wisten het niet. Wisten niet dat ze dezelfde begrafenis hadden bijgewoond.
Dat ze dezelfde jonge vrouw zo harstochtelijk hadden liefgehad.
Dat ze hetzelfde overweldigende verdriet deelden.