kort verhaal

BG 353 – Gedeeld verdriet

Verdriet is wat hen verbindt. Zonder dat ze het weten. Ze kennen elkaar immers niet.
Ze zitten tegenover elkaar aan het raam, met een klein tafeltje tussen hen in, in de voortrazende trein. Buiten begint het al te schemeren en binnen is er gedempte verlichting aangegaan. Vanzelf. Vanzelf ook brengt de trein hen naar het beoogde station.
De vrouw van middelbare leeftijd is geslagen door rauw verdriet. Drie dagen geleden was ze op de begrafenis van haar dochter. Haar leven staat stil sinds men haar kwam vertellen over dat onverwachtse ongeluk.
De jonge vrouw rouwt zwijgend. Om haar geliefde. Drie dagen geleden was ze op de begrafenis. Waar ze vrijwel niemand kende. Ze waren er nog niet aan toegekomen. Elkaar te laten kennismaken met ouders, vrienden en familieleden. Ze waren nog te veel bezig met elkaar te leren kennen. Maar hun liefde was al zo groot geweest, zo allesomvattend. En nu was het weg. In één klap verloren. Voorgoed voorbij. Ze had geen tranen meer over. Ze had geen energie meer over, geen zin om te leven, om dingen te doen. Ze zat in de trein. Op weg naar huis. Haar lege huis. Haar nog veel legere huis dan gedurende die jaren dat ze vrolijk alleen was. Vrolijk alleen zijn. Hoe deed je dat ook alweer? Zou ze dat ooit nog kunnen?
De vrouw tegenover haar zit gevangen in haar eigen verdriet. Heeft haar dochter verloren. En heeft nu alleen nog een zoon over. Een zoon van tweeëndertig, in Singapore. Waar ze weinig contact mee heeft. En een echtgenoot. Natuurlijk. Natuurlijk heeft ze haar echtgenoot nog. Tenminste… Heeft ze die eigenlijk nog? Of leven ze toevallig nog in dezelfde woning? Langs elkaar heen, na al die jaren.
De jonge vrouw. Tegenover haar. Die ze net even stilletjes heeft aangekeken. Die zag dat niet, die staarde naar buiten. Die lijkt ook erg verdrietig. Wat zou die nu al meegemaakt kunnen hebben? In haar nog zo jonge leven. Waarom was die verdrietig? Ze leefde nog! Zou ze zich dat wel realiseren? Hoe gelukkig ze zich mocht prijzen dat ze niet plotseling op de fiets geschept was door een roekeloze automobilist? Ze had er vast geen idee van hoe dat zou zijn. Voor haarzelf. In een klap verdwenen. Voor haar moeder. Al dat verdriet.
De jonge vrouw dacht hetzelfde, maar dan over een geliefde, in plaats van een moeder.
Ze wisten het niet. Wisten niet dat ze dezelfde begrafenis hadden bijgewoond.
Dat ze dezelfde jonge vrouw zo harstochtelijk hadden liefgehad.
Dat ze hetzelfde overweldigende verdriet deelden.

BG 340 – De Roltrap

Zucht… De vrouw van middelbare leeftijd staat nog steeds keurig rechtop, haar boodschappentas met beide handen tegen zich aan houdend, halverwege de stilstaande roltrap. Bijna alle lichten in de winkel zijn al uit…

Ruim een uur geleden had ze overdacht dat deze kledingwinkel, die haar ooit zo vertrouwd was geweest, wel erg veranderd was sinds zij er jaren geleden voor het laatst kwam. De kwaliteit van de kledingstukken was opvallend achteruit gegaan, vond ze, terwijl de prijzen juist flink gestegen waren. En het personeel – dat er in haar ogen wel érg jong uitzag – had niet eens aangeboden om hen te helpen! Het liep inmiddels tegen sluitingstijd en terwijl ze zich naar de roltrap begaf, zag ze dat ze de enige klant was die nog naar boven wou gaan. Nog snel even naar de schoenenafdeling. Althans, dat was wat ze haar nieuwe buurvrouw had wijsgemaakt. De (jongere) buurvrouw die dringend naar huis had gemoeten, omdat ze straks na het avondeten nog naar een vergadering moest – naar een vergadering! – en die haar bezorgd, of betuttelend, had gevraagd of het wel zou gaan, alleen naar boven gaan op die moderne roltrap en daarna alleen terug naar huis, met de bus. Natuurlijk zou dat wel gaan! Hou oud dacht ze wel dat zij was? In werkelijkheid ging ze trouwens helemaal niet naar de schoenenafdeling, maar naar de grote matenafdeling, die ook boven was.

De twee blouses die ze eerder die middag in een andere kledingwinkel had gekocht onder het goedkeurende oog van de buurvrouw en waarvan ze drommels goed wist dat ze haar twee maten te klein waren, ook al had ze ze meegenomen in een pashokje en net gedaan alsof ze ze gepast had, zou ze begin volgende week wel een keer terugbrengen. Gelukkig had haar buurvrouw haar nog niet zonder haar ruime lichtgrijze zomerjas of die oude slobberige sweater van gisteren gezien. Na een lichte aarzeling drukte ze op de knop en ja hoor, het groene licht ging aan en de roltrap kwam geruisloos in beweging.

Die roltrap was trouwens ook een opvallende verandering hier. Op een groot bord ernaast werd uitgelegd dat …

Read More »BG 340 – De Roltrap

BG 338 – De leerling

Uitkijkend over het open, groene en waterrijke polderlandschap woonde Jannes de schaapherder met zijn trouwe zwartwitte border collie Ian.
Ian was geen gewone herdershond. Hij was snel en slim en hij begreep zijn baasje nog voordat die uitgesproken was. Iedere morgen trokken de twee er samen op uit om de kudde te begeleiden door rustige natuurgebieden, langs historische slootkanten en over groene dijken.

Op een late ochtend in het vroege voorjaar, toen Jannes met zijn leren hoed op, zijn woeste baard, zijn hoge leren schoenen en zijn gevorkte herdersstaf over het terrein liep, zag hij dat er iets niet klopte. Een van de schapen ontbrak.
Hij telde opnieuw en kwam weer tot negenennegentig.
‘Kom op Ian,’ zei Jannes. ‘Laten we haar zoeken.’

Ian spitste zijn oren en hij schoot er vandoor, langs struikgewas en slootjes en over open weiden. Ze zochten de hele middag, maar het ontbrekende schaap was nergens te vinden. Toen de zon al begon onder te gaan, Jannes z’n maag begon te rammelen, en het stilaan tijd werd om terug te keren naar de stal, stond Ian plotseling stil. Hij hield zijn kop een beetje scheef en snuffelde aan de lucht. Toen schoot hij er vandoor.
‘Wacht op mij!’ riep Jannes.

Ian verdween in de verte. Jannes haastte zich …

Read More »BG 338 – De leerling

BG 331 – U moet wel meewerken!

Een half jaar na mijn landverhuizing liep ik tegen een betonnen muur op. Een figuurlijke betonnen muur. Jarenlange niet of te laat erkende chronische gezondheidsproblemen en alles wat er komt kijken bij het afhandelen van een permanente verhuizing naar het buitenland eisten hun tol. Het ambulancepersoneel dat mijn man nog net op tijd had opgetrommeld redde, zo heb ik pas achteraf geweten, die dag mijn leven. Ik werd opgenomen op de afdeling medium care van het dichtsbijzijnde ziekenhuis in de nabije stad.

Van het ambulancepersoneel herinner ik me vooral dat ze meubels en mijn man opzij schoven om plaats te maken om mij op een brancard vast te binden. Ze praatten tegen me, dan weer kalm, dan weer urgent, maar hun woorden drongen niet tot me door. De rit naar het ziekenhuis, met zwaailichten en sirenes, leek ongeveer twee minuten te duren. Het zal in werkelijkheid een kwartier geweest zijn. Telkens weer klonken meerdere alarmen door elkaar heen in de krappe ruimte waar men tijdens het rijden probeerde mijn toestand te stabiliseren. De harde geluiden waren voor mijn gevoel nooit langer dan een uitademing achter elkaar stil.

Ik herinner me ook dat me naar mijn naam gevraagd werd. ‘Bea’ zei ik, trots dat ik de vraag begrepen had en zelfs het antwoord wist. Ik moest het een aantal malen herhalen voordat men me verstond. Na wat voor mij als drie seconden stuiteren over een kasseienweg aanvoelde, vroeg men weer naar mijn naam. ‘Nog steeds Bea’ antwoordde ik nu duidelijker. Dat was waarschijnlijk het moment waarop men wist dat ik het ging halen. Pas dagen later werd het me duidelijk dat ik in een diabetische shock had verkeerd en dat het ambulancepersoneel me net op tijd had weten te redden voordat ik weggegleden zou zijn in een onomkeerbare coma. Mij leek dat allemaal wat overdreven. Ik was gewoon moe geweest, ontzettend moe. Het leven had net wat te veel uitdagingen over me uitgestort.

Na een nacht en een halve dag op de medium care afdeling werd ik …

Read More »BG 331 – U moet wel meewerken!

BG 322 – Milde kunstkritiek

Ik had die namiddag, kort voordat ik moest rusten, heel gezellig vier jonge kinderen op bezoek. Een buurmeisje en buurjongetje van zeven, en twee zusjes van zeven en negen die bij dat buurjongetje op bezoek waren.

Toen ik even daarvoor wat water had gedronken bij de kraan in de keuken en naar buiten keek door het grote keukenraam, had ik een groepje kinderen naar me zien zwaaien vanachter het hekje achter in onze diepe tuin, in het kippentuintje, waar al jaren geen kippen van ons meer lopen, maar wel kippen van de buren, zodat ze het onkruid er mooi kort kunnen houden.

Toen ik terugzwaaide, kwamen ze naar me toe. Ze sloten het hekje van het kippentuintje netjes achter zich en toen ze het achterste gazon hadden overgestoken sloten ze ook het hekje naar het voorste gazon weer netjes achter zich. Toen liepen ze over dat gras en over het terras van asfalt naar me toe bij de achterdeur. Ik hoorde het buurmeisje en jongetje al van ver opscheppen over dat ik zo mooi kon tekenen. Ze vroegen allemaal druk door elkaar heen of ze mochten komen kijken. Natuurlijk! Moesten ze wel eerst even hun vieze laarzen en schoenen uitdoen.

Het werd heel gezellig. De kinderen waren …

Read More »BG 322 – Milde kunstkritiek

BG 321 – Doe es aan

Ons huurhuis, dat wij huren van particulieren, is nogal groot, zeker als je nagaat dat wij er maar met z’n tweeën in wonen, en heeft daardoor, of misschien door een merkwaardige bouwplanning, nogal veel deuren, gangen en lichtknopjes.

Zo is er een gangetje dat, hoewel het maar kort is, vanuit onze woonkeuken leidt naar – eerste rechts – onze tweede douche (de eerste bevindt zich in de badkamer op de bovenverdieping) en dan naar – tweede rechts – ons ‘waskot’, waarin zich onder andere de wasmachine en de recycleerkast bevinden, en ook (’s nachts en een deel van de namiddag) onze kater Leo, en tenslotte naar – recht vooruit – onze eerste wc (boven, in de badkamer is er nog een). Het is er dus één en al deuren.

Het gangetje was aanvankelijk nogal donker. En het was ook eigenlijk te veel gedoe om er telkens het licht aan en uit te doen, terwijl we er met een paar passen doorheen zijn. Dus bedacht ik ooit dat het een goed idee zou zijn om er een muurlamp met bewegingsmelder te installeren, zodat het licht vanzelf aan en weer uit gaat als het beweging detecteert. Daar hebben we al veel gemak van gehad.

De sensor staat niet al te strak afgesteld, zodat …

Read More »BG 321 – Doe es aan

BG 316 – Vind de dief

Om precies vijf uur sloot ze haar computer af, trok ze haar jas aan, en hing ze haar tas over haar schouder. Het kantoor was verder al uitgestorven. Haar collega’s hadden zoals gewoonlijk enkele minuten van hun werktijd afgesnoept. Op hun enthousiaste uitroepen als ‘fijne avond!’ en ‘tot morgen!’ had ze al die jaren niet gereageerd en niemand verwachtte dat nu nog van haar. Zo had ze het liever. Geen persoonlijk contact. Het administratieve werk dat ze deed was eenvoudig en geestdodend. Tenminste, als ze nog een geest gehad zou hebben om te doden. Maar ze kon er haar rekeningen mee betalen.

Zoals op de meeste dagen nam ze de bus naar het stadscentrum, waar ze in een goedkoop restaurant snel een eenvoudige maaltijd naar binnen werkte. En daarna begon ze aan haar dagelijkse missie: het bezoeken van boekwinkels en, als die na zeven uur allemaal gesloten waren, de plaatselijke openbare bibliotheek. Pas als die ook dicht ging, om tien uur, nam ze een andere bus terug naar het kleine appartement dat ze huurde. Ze hield natuurlijk van boeken, maar dat was niet de eigenlijke reden van haar frequente speurtochten. Ze was dringend naar iemand op zoek. Acht jaar geleden had Laura de Vries van de eigenaars van het kleine, succesvolle bedrijf waarvoor ze werkte veel geld gestolen en was vervolgens spoorloos verdwenen, met achterlating van haar gezin. En zij zou haar vinden! Ze zou ervoor zorgen dat ze dat hele bedrag terugbetaalde!

In een rommelige en slecht verlichte tweedehandsboekhandel plofte ze …

Read More »BG 316 – Vind de dief

BG 308 – Moeders huisdierhandeltje

Aanvankelijk hadden ze het niet ruim gehad, haar ouders, haar broers en zij. Haar vader zat vast in een saaie kantoorbaan en besteedde zijn vrije tijd aan drinken.
Maar haar moeder was een intelligente, humoristische en inventieve vrouw.
Ruim vier jaar geleden zette zij, tot verbazing van haar omgeving, een snel groeiend handeltje op, waarbij de kinderen meehielpen, en waar het hele gezin wel bij voer.
Voor maar 5 euro per stuk verkocht ze kleine, speciale huisdieren, die ouders en grootouders gretig aanschaften voor hun (klein)kinderen.
De beestjes veroverden binnen korte tijd het hele land.
Sinterklaas en de Kerstman konden er maar met moeite voldoende aanslepen.
Bij aankoop zaten ze in een schattig kartonnen doosje, met een handvatje waar precies twee vingers door pasten en met luchtgaatjes in het dekseltje.
Er zat ook een koordje aan het doosje, met behulp waarvan kinderen het huisdiertje rond hun nek mee naar buiten konden nemen om het uit te laten.
En verder hadden ze er vrijwel geen omkijken naar.
Ze konden de beestjes kunstjes leren. Vooral ‘zit!’ en ‘lig stil!’ deden het goed.
‘Rol om!’ werkte ook, maar dan moesten ze wel een handje meehelpen.
Toen de door haar moeder verkochte huisdieren het hoogtepunt van hun populariteit bereikt hadden, waren de geldzorgen van hun gezin voorgoed verleden tijd.
En zoals dat gaat met rages, ging ook deze stilletjes voorbij.
Haar moeder kreeg weer tijd om andere dingen te gaan doen en ook zij kon weer beschikken over haar eigen vrije tijd.
En als een eigenaartje het speciale huisdier beu werd, geen nood: dan kon hij of zij Rocky gewoon ergens in de tuin leggen.

BG 306 – Blad

Net uit de boom gewaaid en geland op nat gras en andere natte bladeren. De randen al afgestorven, in donkerbruin tot zwart, maar het midden nog oranje en geel, met rond de nerven restjes leven in helder groen. Prachtige kleuren! Stervend na een goed leven, maar toch nog niet opgevend. Plekjes, wondjes, donkerbruin en zwart, in de nog felle kleuren in het midden. Op weg om uiteen te vallen in steeds kleinere deeltjes en te dienen als voedsel voor de volgende generatie frisgroene bladeren in het voorjaar. In de tussentijd knisperend onder onze schoenzolen en een lust voor het oog.

BG 304 – Eksters

‘Tjakketjakketjakketjak, gjew gjew. Hé Kjew!’
‘Ja Kai?’
‘Zullen we kijken of ze het water al bijgevuld hebben? Tjakketjakketjakketjak, gjew.’
‘Ja, laten we dat maar doen.’
Ze verlaten hun boomtak en vliegen dichter naar het huis.
‘Gjew, gjew, kijk, daar heb je die sukkel! Mwoeha!’
‘Die leeuw, bedoel je?’
‘Tjakketjakketjakketjak, gjew, gjew. Ja zeg, hahaa, die Leo-kat! Snap jij waarom zijn mensen hem leeuw genoemd hebben?’
‘Geen idee.’
‘Hij is niet bepaald zo dapper als een leeuw. Kom, dan plagen we hem nog wat! Gjew, gjew, tjakketjakketjakketjak.’
Ze vliegen vlak achter elkaar over Leo’s hoofd. De kater rent van schrik weg en verstopt zich angstig onder het tafeltje in de hoek waarop zijn waterbakje staat.
‘Gjew, gjew, hmmm, lekker water! Fijn dat die mensen dat op tijd bijvullen.’
‘Je weet toch dat ze dat voor die Leo doen, hè?’
‘Ja, natuurlijk, …

Read More »BG 304 – Eksters

BG 298 – Ad blocker

Hun oude grootmoeder, die (tegen ruime betaling) door een weduwe op leeftijd die naast haar woonde liefdevol verzorgd werd, besloot enthousiast om voor haar zesentachtigste verjaardag haar eerste computer aan te schaffen.
Een desktop, met een groot scherm, een toetsenbord en een muis, want al die kleinere apparaatjes hadden volgens haar veel te kleine knopjes.
Tot hun aller verbazing werd Oma al snel handig met het apparaat. Ze overstelpte hen met e-mails, deelde interessante dingen die ze op het internet gevonden had en scande, printte en kopieerde naar hartenlust met dat handige apparaat dat ze erbij gekocht had.
De oudste van haar vier kleinkinderen had de boel voor haar geïnstalleerd en zorgde voor het onderhoud.
Hun enige zorg was dat Oma het slachtoffer zou worden van oplichters. Ze was immers niet opgegroeid met spam, scams en andere online manipulatie. Gelukkig had haar verzorgster daar wel ervaring mee, en die maakte Oma erop alert.
Dat ging lang goed.
Tot de kleinkinderen op een dag op bezoek kwamen en zagen …

Read More »BG 298 – Ad blocker

BG 294 – Pipetje

[Uitdaging: op mijn verzoek schreef Marc vijf willekeurige woorden op, die ik moest gebruiken in een kort verhaal. Eén van de woorden moest het begin vormen van het verhaal, een ander het slot, en de resterende drie woorden moest ik verspreid in de tekst gebruiken. De woorden die Marc voor me koos: boomhut, verfomfaaid, poedel, kruisraket, pipetje.]

Pipetje was het onooglijk mormeltje dat voor een hondje door moest gaan bij onze naaste buren. Ze was een luidruchtig keffertje en ze kroop regelmatig op haar lelijke buikje onder onze haag door, zodat ze van nog dichterbij tegen me tekeer kon gaan. Het beestje had een onbestemde kleur: een vuil soort beige, met hier en daar wittige plukjes en rond haar kwijlende bekje vies donkerbruin. Uit haar loensende oogjes, die roodomrand waren van venijn, lekte een eveneens viezig bruin vocht, tot in geultjes naast haar merkwaardig lelijke, plakkerige neusje.

Voor Agnes en Theo, onze bejaarde buren, was het beestje het middelpunt van hun dagen. Door hun grenzeloze liefde voor Pipetje, of wellicht doordat ze niet zo goed meer zagen, viel het hen niet op hoe verfomfaaid het mormel er uitzag. En hun reukvermogen was waarschijnlijk ook niet al te best meer, want ze leken niet te merken dat het nogal stonk. Ik had hen herhaaldelijk voorgesteld om hun lieverdje af en toe eens een fijn bad te geven, maar dan legden ze uit dat Pipetje niet van schuimend water hield. Ja zeg, ze moest het ook niet opdrinken, hè! Ik had ooit overwogen om het gruweltje desnoods dan zélf een keer in bad te doen, maar dan zou ik het ten eerste moeten vasthouden (bah!) en ten tweede zou het dan de hele buurt bij elkaar krijsen en dus mijn oude buurtjes ongerust maken. Volgens mij was het hondje van onbestemde herkomst, een vuilnisbakkenrasje, maar haar eigenaars hielden dapper vol dat het een poedel was. Dus, vooruit dan maar, dan deden we maar net of het een poedel was.

Toen het zomer werd …

Read More »BG 294 – Pipetje

BG 291 – Voetgangersbrug in de schemering

In de avondschemering loopt een jonge vrouw gehaast over de voetgangersbrug bij het museum. Hoewel ze er met haar opvallende paarse krullen, roodomrande bril en kleurrijke kleren uitziet alsof ze nog maar zestien is, is ze in werkelijkheid twee keer zo oud.
Halverwege blijft ze stilstaan aan de reling, diept een glimmend zwart kiezelsteentje op uit haar jaszak, kijkt er nog een keer verlangend naar en werpt hem dan resoluut in de rivier. Zodra hij het water raakt, spat hij uiteen in een regenboog van kleuren, die een paar seconden later, als ze haar tranen wegknippert, weer verdwenen zijn.
Een half jaar geleden kreeg ze van haar dierbare grootmoeder – haar laatst overgebleven familielid – op diens sterfbed het mysterieuze steentje. Het kostbare kleinnood kon, zo legde oma uit, als ze er in de geborgenheid van een jas- of broekzak met haar vingers over wreef, dromen doen uitkomen. Dromen van haarzelf of van mensen die haar dierbaar waren.
Maar, zo waarschuwde oma Betty, de steen zoekt altijd naar evenwicht!
Voordat ze haar om meer uitleg had kunnen vragen, had oma helaas haar laatste adem uitgeblazen.
Ze huilt omdat ze haar oma mist, maar vooral ook om het leed dat ze onbedoeld heeft aangericht. Want hoewel ze sindsdien veel mooie dromen van zichzelf en van anderen heeft laten uitkomen, gebeurden er telkens rond diezelfde momenten erge dingen in haar omgeving, zoals plotselinge ziektes, stormen, ongelukken en zelfs sterfgevallen.
Eerst had ze die aan het toeval toegeschreven, maar inmiddels begrijpt ze dat ze al die ellende zelf heeft veroorzaakt! Het evenwicht van het steentje!
Ze veegt haar laatste tranen weg, verlaat met afgezakte schouders de brug en sjokt  door de donker wordende straten terug naar huis.

BG 285 – 100 Woorden Fictie

Geparkeerde auto

Op het parkeerterrein van het winkelcentrum stond, in de brandende zomerzon, een donkere Mercedes, met een raam op een kiertje en een briefje op het raam.
Recent had de politie meerdere honden uit veel te hete auto’s moeten bevrijden – de arme beesten! – dus ik besloot toch even te gaan kijken.
Dit is wat ik las:

Wees niet ongerust!
Ik ben aan het winkelen.
Hij heeft airconditioning, water en zijn favoriete snoepjes.
Hij heeft het liever zo!

De ramen waren getint, dus ik gluurde door de open kier.
Er lag een grote, volwassen man in de auto te slapen…

BG 281 – Boekenrevolutie

In een tijd lang, lang geleden, nog voor het begin van de automatisering, werden er veel boeken gelezen. En toen de mensheid dan eindelijk die donkere tijden van onwetendheid en eenzaamheid achter zich liet, en zich via digitale schermen wereldwijd met elkaar in verbinding stelde, was er een relatief korte periode waarin boeken niet meer populair waren.

Logisch natuurlijk, want onze nieuwe schermen brachten ons vele andere bronnen van informatie en vermaak. En het was allemaal nog nieuw, dus we hadden nog niet geleerd te doseren. We verloren tijdelijk het vermogen om ons langer dan dertig seconden op iets te concentreren en we waren bang dat als we iets voor onszelf zouden doen, zoals het lezen van een boek, we dingen zouden missen en daardoor niet meer bij de groep zouden horen. Bij de groep? Hoor ik je denken. Ja, echt! Want hoewel we toen dus eindelijk de mogelijkheden hadden om ons wereldwijd met alle mensen te verbinden, vonden de meeste mensen dat beangstigend en wilden ze meer dan ooit voorheen bij een groep gelijkgestemden horen.
Enfin, de geschiedenis leert ons de ernstige gevolgen van dat gedrag.

Schermen werden in een snel tempo onmisbaar. Ik hoor je nu in de lach schieten, maar echt, er was een periode waarin de meeste mensen dag en nacht hun schermen afspeurden en je overal om je heen de piepjes van telefoons uit broekzakken of handen hoorde klinken. Er gebeurden ook veel onnodige ongelukken doordat mensen constant, lopend op straat of tijdens het besturen van een voertuig, op hun schermen tuurden of er tegen spraken.
Veel mensen droegen zelfs permanent hun telefoon in hun hand of …

Read More »BG 281 – Boekenrevolutie

BG 279 – Samen door één deur

Je hebt donkere kroegen en je hebt extreem donkere kroegen.
De Kraaiende Kip bij ons in de stad is er een uit die laatste categorie en het is onze favoriete uitgaansplek op drukke zaterdagavonden.
Wij zorgen er altijd voor dat we er op tijd zijn, zodat onze vaste plaats aan het einde van de lange toog nog vrij is, vanwaar we in het licht van een kaal peertje boven de deur een goed uitzicht hebben op wie er binnenkomt en wie er vertrekt en waar we bovendien in een grote spiegel aan de wand tegenover ons vaag kunnen zien wat er in het schaarse licht achter ons gebeurt.
Zo hebben we het graag: zitten in het semi-donker, maar onze omgeving toch in de gaten kunnen houden.

Onze heftige ruzie van deze namiddag is geluwd en we kunnen weer samen door één deur. Dus hebben we toch weer de bus naar hier genomen.
We komen altijd met de bus en gaan als het laat wordt met een taxi terug naar huis.
Het is zó druk in De Kip op zaterdagavond dat ik amper ruimte heb om naar de wc te gaan. En mijn tweelingzus Mirra moet dan natuurlijk mee.
De waard, Bolle Berend, kent ons goed en houdt ondertussen altijd onze barkruk voor ons bezet. Een goede vent is het, die Bolle. Wel jammer dat hij zo dik is.
Zelf geniet hij ook net iets te veel van de verschillende tapbieren en jenevertjes die hij scheutig schenkt voor vaste klanten en voor de vele toeristen, die zelfs als het buiten donker is toch de opvallende rode voordeur in de zwarte voorgevel van het pand weten te vinden. Dat er een grote …

Read More »BG 279 – Samen door één deur

BG 274 – Oud papier

Nee hè! Er wordt aan de deur gebeld op de vroege zaterdagochtend, om, wacht even, even op de wekker kijken: half acht! Wat is er verdorie aan de hand?
Kan een mens dan niet eens ongestoord uitslapen in zijn vrije weekend?
Mijn vrouw maak het niet uit, die slaapt zoals gewoonlijk overal doorheen.
Ik kom toch maar mijn bed uit, voor het geval er brand is ofzo. Ik doe mijn badjas en pantoffels aan, strompel de trap af, breek net niet mijn nek, en open de voordeur.
Op de stoep staan twee bleke kinderen, in druilerige motregen.
Ze praten desondanks luid en enthousiast door elkaar heen.
In mijn ogen wrijvend mopper ik ‘Wat moeten jullie? Wat is er aan de hand?’
Ze willen papier voor opa.
– Papier?
– Ja, voor opa!
– Voor ópa? Waar hébben ze het over?
– Ja, zeggen ze stralend, alsof ze verdomme niet doorhebben dat ze de hele buurt uit z’n bed bellen.
– Huh?
– Voor O.P.A.: de Oud Papier Actie voor de Gereformeerde Kerk, verduidelijkt een van hen met een hoog stemmetje.
Nee hè, die schijnheiligaards! Moest ik daarvoor mijn bed uit? Ik zal ze terugpakken!
– Wat voor soort papier?
– Oud papier!
– Ja, maar wat voor soort oud papier?
– Kranten enzo.
– Ik heb geen kranten!
Ze halen teleurgesteld …

Read More »BG 274 – Oud papier

BG 267 – Koolmeesjes

Onze tuin wordt veel bezocht door allerlei soorten vogels, waaronder kleintjes, zoals koolmeesjes en roodborstjes. Ook in de winter, wanneer we vetbolletjes met zaden voor hen ophangen. Dat vinden wij en onze kater Leo om verschillende redenen erg leuk. Rechts naast ons grote keukenraam begint er een houten schutting als erfafscheiding, die verderop overgaat in een beukenhaag die helemaal doorloopt tot achter in onze diepe tuin. Links van het midden staat onze vrijstaande garage, die helaas een flink stuk van onze tuin aan het zicht onttrekt en zo onhandig is geplaatst ten opzichte van onze oprit dat we hem enkel als opslagruimte gebruiken. Aan de muur van de garage hangt een nestkastje dat gemaakt is uit een stukje berkenstam. De opening ervan heeft blijkbaar een formaat dat speciaal geschikt is voor koolmeesjes. Die zijn al vanaf begin december (!) druk bezig om er in en uit te vliegen. Ze doen dat trouwens op een heel spectaculaire manier: vanaf de beukenhaag of de schutting vliegen ze rechtstreeks naar binnen, zonder eerst te stoppen bij de ingang. Vaak vliegen ze met z’n tweeën en landt de tweede op het dak van het huisje. Leuk dat ze er steeds in vliegen, maar ik heb het opgezocht: koolmeesjes nestelen gewoonlijk van eind april tot begin mei. Dus deze lijken behoorlijk in de war. Gelukkig zijn ze in deze periode van nachtvorst ook nog geen nestje aan het bouwen, want ze hebben nooit iets in hun snavel. En ze schuilen er ook niet voor de kou, want daarvoor zijn ze niet lang genoeg binnen. We hebben voor de zekerheid de binnenkant een keer gecontroleerd en die bleek leeg. Zou het kunnen dat ze op deze manier alvast aanspraak maken op het nestkastje? Zo van: deze hier is van ons, als het eenmaal tijd is om te nestelen? Misschien dat ze er hun geur achterlaten, al weet ik eigenlijk niet hoe goed koolmeesjes kunnen ruiken. Of misschien blijven ze gewoon aan en af vliegen om op die manier de boodschap af te geven: dit hier is van óns! Maar dan ga ik er wel vanuit dat het telkens dezelfde koolmeesjes zijn, want eerlijk gezegd ken ik ze niet uit elkaar. Misschien is er wel een grote concurrentiestrijd gaande, ver voor het broedseizoen, en vliegt er telkens een ánder koolmeesje zo spectaculair het nestkastje in. Hoe dan ook, als ik ze zo zie gaan, vanaf de haag of de schutting een meter of zes overbruggend en dan rechtstreeks naar binnen vliegend, stel ik me voor dat ze telkens – pok! –  tegen de achterwand aan vliegen en vervolgens even verdwaasd op de bodem blijven zitten alvorens weer te vertrekken. Misschien doen ze dat wel voor de lol. Misschien hebben koolmeesjes gewoon een erg vreemd gevoel voor humor.

BG 263 – Kruisjuwelen

Bent u of kent u een breedzitter?
Dan bent u bij ons aan het juist adres voor wat – als het aan ons ligt – de nieuwste rage gaat worden: kruisjuwelen!
Wij verkopen sinds kort unieke kruisjuwelen!
Kruisjuwelen voor de kleine portemonnee, duurdere ‘koninklijke’ kruisjuwelen en extravagante kruisjuwelen.

Wat zijn breedzitters?
U kent ze vast wel: breedzitters zijn mannen die, als ze op een vrijstaande comfortabele stoel zitten – denk bijvoorbeeld aan visite op een verjaardagsfeestje, of deelnemers aan een tv-kwis – met hun benen zo wijd mogelijk zitten.
Bij voorkeur duwen ze hun knieën, mits de armleuningen daar voldoende ruimte voor vrijlaten, tot voorbij de zijkanten van hun stoel, zodat de andere aanwezigen, of de kijkers thuis, een goed zicht op hun kruis hebben.

Een fraaie oplossing: kruisjuwelen!
Mannen, wij kunnen ons voorstellen dat het voor u lastig is om uw benen beschaafd dichter bij elkaar te houden als u die extra ruimte nodig hebt, of nodig denkt te hebben, of als u de neiging hebt daar veel te zweten. Toch is het geen mooi zicht, die breedzit. En daar hebben wij sinds kort iets op gevonden: kruisjuwelen!
Geef uw toeschouwers …

Read More »BG 263 – Kruisjuwelen

BG 258 – Kresfees

Toen ik deurbel hoorde, had ik net buikje gevuld in keuken en ben ik boven in kresboom geklommen. Ze roepten mij – Poesiewoesie! – maar ze konden mij niet vinnen, want ik kan heel goed verstop. Ik heb nog meer namen: meestal noemen ze mij Lievetim en soms roepen ze mij Neetim! of Niedoentim! Veel namen, veel lief!

Het is héle grote kresboom, dus ik kan krestafel met grote poesiedeken en mooie kres-etensbakjes goed zien, zonder zij mij zien. Ieder jaar zetten mijn mensdieren deze boom in grotekamer, maar ik begrijp niet waarom ze noemen hem boom. Hij ruikt niet als boom, ik kan mijn nagels niet aan slijpen en heeft onderaan geen kattenbak. Maar heeft wél heleboel kleine ligjus en mooie gekleurde kresballen. Midden op grote krestafel branden witte kaarsen. Zó feest!

Ik furtel van verder nu. Mijn man-mensdier en mijn vrouw-mensdier zitten met bezoek-mensdieren aan tafel. En bijna allemaal zijn ze iets furgeten. Kleinoudvrouw-mensdier die ze Oma noemen is haar goorapparaat furgeten. Dochter-mensdier, met twee klein-mensdieren is furgeten dat ze zou zorgen voor dessert. Mijn man-mensdier is furgeten de kalkoen op tijd uit oven halen. En zoon-mensdier en zijn …

Read More »BG 258 – Kresfees

BG 256 – 100 Woorden Fictie

Superslim slijm

WY – eencellige wezens die in immense, plakkerige groepen in de oceanen leven – spreken geen mensentalen. Maar WY dénken toch in ieder geval de acht meest gesproken mensentalen. WY observeren en WY communiceren met elkaar door splitsing en samenvoeging. WY mogen dan geen computers en internet hebben en door de mens gezien worden als viezig slijm zonder bewustzijn, maar WY hebben een hoge groepsintelligentie. WY denken, dus WY bestaan. WY overwegen om de planeet en alle andere levende wezens te helpen met het decimeren, of misschien wel helemaal uitroeien, van de invasieve en destructieve soort die zichzelf MENS noemt.

BG 252 – Misschien

Misschien kan ze straks nog even
als ze klaar is met de
Wacht! Misschien moet ze eerst nog dat van gisteren
En misschien heeft ze dan nog nét voldoende tijd
Dat gaat misschien wel lukken.

En wat haar vriend betreft
die, nou ja die kan ze misschien voorzichtig uitleggen
dat ze misschien toch niet mee kan gaan naar
Of anders kunnen ze misschien een andere keer samen gaan
Dan zal het misschien ook mooier weer zijn.

En haar werk, daar kan ze misschien
de plannen voor veranderen, zodat
Misschien moet het groter, echt heel veel groter
of misschien juist wel meer ingetogen
Maar dan misschien wel met meer impact, meer oempf!

En voor het eten kan ze misschien …

Read More »BG 252 – Misschien

BG 250 – Hoeft nergens heen

Terwijl de zon haar onbedekte schouders aangenaam verwarmt, bladert ze door het kwetsbare oude boek dat ze net tussen de anderen op een tafel op de tweedehands-boekenmarkt heeft ontdekt. Het is niet zomaar een stoffig oud boek, integendeel, ze is er al jaren naar op zoek en zou het graag aan haar verzameling toevoegen. Voorzichtig slaat ze de pagina’s om, leest hier en daar een stukje en bekijkt aandachtig het portret van de schrijfster voor in het boek. Haar hart stokt even als ze eronder een verbleekte handtekening ontdekt. Zacht volgt ze met haar wijsvinger de tere lijntjes. Met een glimlach en een zucht legt ze het boek terug. Helaas, het is te duur voor haar.

Soms kijkt ze even op van de boeken, naar de andere bezoekers van de markt. Ze pikt ze er direct uit, de echte boekenliefhebbers. Die hebben een rugzakje om, of sleuren een boodschappentas op wieltjes mee. Een rugzakje volstaat vandaag voor haar, ze is niet van plan om veel boeken te kopen. Alleen de meest bijzondere mogen, als ze betaalbaar zijn, met haar mee naar huis. Je kunt natuurlijk nooit te veel boeken hebben, maar wel op den duur te weinig plaats om ze nog op te bergen.
Ze is bezig aan haar tweede ronde langs de tafels en dozen vol boeken, om zich ervan te verzekeren dat ze niets gemist heeft. Ze geniet met volle teugen van het heerlijke zomerweer, maar misschien had ze beter geen mouwloos topje aangetrokken, want haar bleke huid verbrandt snel.

Aan de overkant ziet ze een intrigerende man van ongeveer haar leeftijd staan. Hij is verdiept in een stapeltje oude boeken en draagt gelukkig ook een rugzakje. Hij heeft een warme lichtbruine huid, die mooi afsteekt tegen zijn mosgroene T-shirt. En hij heeft een volle bos halflang donker haar, waarvan steeds een lok voor zijn ogen valt, die hij er dan gedachteloos weer wegstrijkt. Als hij zijn hoofd opheft, …

Read More »BG 250 – Hoeft nergens heen

BG 248 – Pok, pok, pokpok

Kraak, pok, kraak, kraak. Oh, hallo, goedemorgen! Pok. Hoe (pok) gaat het met jou? Mooi! Ja, redelijk met mij. Ja (pok), ik ben ons Gratis Biebje (pok) aan het bijvullen en opruimen (pok). Leuk initiatief? Bedankt! Pok. We doen het met (pok, pok) veel (pok) plezier. En er wordt echt veel gebruik (pok) van gemaakt. Dus jij (pok, pok) bent aan de (pok) wandel? Ja, ik ga (pok, pok) straks ook nog even. Pok, pokpok, pok. Au! Die was raak. Leuk hè, die (pok) eikenbomen in onze (pokpok, pok) straat? De herfst (pok, pok) is echt aangebroken! Pok!

BG 243 – Halverwege gestaakt

Het mooie zomerweer sloeg om en er werd voor die namiddag en avond noodweer voorspeld: heftige regenbuien met veel wind en een grote kans op onweer en hagel.
De autoriteiten besloten een aantal evenementen stop te zetten, of niet te laten starten, om de deelnemers niet in gevaar te brengen.
Zo werd een zwemwedstrijd over het grootste meer van het land halverwege gestaakt.
Halverwege gestaakt…?
In gedachten zag ik honderden mensen midden op het meer, wanhopig watertrappelend in het noodweer…

BG 242 – Bezig in mijn atelier

Begonnen met een plaat hout. Een vierkant stuk berkentriplex. Of nee, het waren meer dan drie lagen, multiplex dus. Ik had er een aantal op maat laten zagen, 60 bij 60 cm. Vervoerd op de fiets, natuurlijk. Ik had toen nog geen auto. Voordat ik ze in gebruik nam, heb ik de randen met schuurpapier rond een blokje kurk bijgeschuurd.

Toen het kippengaas. Kippengaas op een rol. Een stuk afgerold, afgeknipt en met werkhandschoenen aan vervormd – want lessen geleerd van diepe krassen van een vorige keer. Geplooid, gebogen, mee in gevecht geweest. Uiteindelijk overwonnen, tevreden. Over hoe het paste, op het hout.

Het gaas vastgeniet. Op veel plaatsen. Het nietapparaat haperde natuurlijk af en toe. En een enkele niet, wel, ja maar toch niet, zat scheef. Moest ik een tangetje gaan zoeken om dat verdomde ding er weer uit te trekken. Mopper mopper. Heb ze allemaal vol overtuiging met een hamer een klap na gegeven.

Vervolgens repen krantenpapier geknipt. Krantenpapier is, in tegenstelling tot toen ik jonger was, sinds de introductie van het internet niet gemakkelijk meer …

Read More »BG 242 – Bezig in mijn atelier

BG 238 – 100 Woorden Fictie

Elektrische banden

Op een prachtige zomerdag fietste hij naar een park een half uurtje bij hem vandaan. Daar genoot hij even op een bankje van de mooie natuur, het zonnetje en een ijsje. Dichtbij stonden twee oudere vrouwen met hun fietsen. Er was een band leeggelopen en de eigenaresse mopperde dat haar dure fiets niet eens een fietspomp had. Die bleek er wel te zijn, ze had hem gewoon nog niet ontdekt. Toen zijn ijsje op was, bood hij met zijn fietspomp in de hand hulp aan. Waarop de vrouw vroeg: ‘Zal dat wel gaan? Ik heb een elektrische fiets!’

BG 236 – Dit is nu mijn leven

Vroeg in de avond riepen we onze twee katten binnen voor de nacht. Daisy kwam er direct aangerend, maar Leo was nergens te bekennen. Enfin, het was mooi weer, dus misschien wou hij nog wat langer buiten blijven. Toen ik vlak voor middernacht naar bed wou gaan, controleerde ik nog een keer of hij al thuis was. En ja hoor, hij lag op de onderste verdieping van een van onze houten tuintafeltjes. Hij keek me opgewekt aan en ik kon hem van afstand horen spinnen, maar hij kwam niet naar de deur. Nu, Leo is soms een beetje een sukkel en hij heeft, acht jaar oud, waarschijnlijk ook last van pijnlijke gewrichten, dus ik ben hem maar gaan halen. Maar tot mijn schrik zakte hij binnen op de deurmat direct weer door zijn poten en bleef hij zo met zijn kinnetje plat op de mat liggen. Ik heb eerst de deur afgesloten en het rolluik ervoor laten zakken, en hem toen onderzocht. Ik ben begonnen bij zijn nek, want hij heeft al vaak aan gevechten met andere katers wonden en abcessen overgehouden. Onze lokale dierenarts verdient goed aan hem, of eigenlijk aan ons dus. Het viel me op dat hij veel kleine korstjes had rond zijn halsbandje. Toen ik hem opnieuw op zijn poten wou zetten, zakte hij er direct weer doorheen. Ondertussen bleef hij vrolijk spinnen. Maar dat betekent niks bij Leo, die ook gewoon vrolijk spint als je een teek bij hem verwijdert, als je een wond van hem behandelt, of als hij op de onderzoekstafel van de dierenarts zit. Zalig onwetend. Ik was ongerust en heb Marc geroepen, die al een tijdje lag te slapen. Die constateerde al gauw wat ik tot nu toe vanaf Leo’s rugzijde gemist had: de sufferd had zijn rechter voorpootje door zijn halsbandje gestoken. Daardoor kon hij dus waarschijnlijk al heel de avond niet meer staan of lopen, en daarom had hij de huid rond zijn halsbandje kapot gekrabd. En, in plaats van dat pootje weer tussen het bandje en zijn keel uit te trekken had hij blijkbaar besloten ‘dit is nu mijn leven’.

BG 234 – Wat wil je drinken, lieverd?

Zoals vaak op vrijdagochtend, zat ik aan een tafeltje in een lokale horecagelegenheid, waar men – enkel overdag – thee, koffie en andere drankjes serveerde, verschillende soorten gebak, en ook een klein assortiment belegde broodjes. De meeste klanten kwamen er vooral om op hun gemak een praatje te maken.
Die ochtend kwam er een jonge moeder met twee kleine kinderen binnen. Ze had een wandelwagentje buiten laten staan en ging, met één kind op haar heup en de ander met een armpje rond haar been geklemd, op zoek naar een kinderstoel. Die vond ze, en gelukkig kreeg ze hulp van een van de andere klanten om het ding voor haar aan een vrij tafeltje te zetten. Ze zette het kleinste kind erin, dat nadat ze van haar jasje bevrijd was direct haar duimpje in de mond stak en met grote ogen om zich heen begon te kijken. Daarna probeerde ze het andere kind, een jongetje, dat ze met wat meer moeite van zijn jasje had ontdaan, ervan te overtuigen om zelf op een stoel te klimmen. Die wou daar niet van weten. Hij begon te jengelen en mama moest hem optillen en op de stoel zetten.
Toen ze haar eigen jas over de rugleuning van haar stoel had gehangen en ook was gaan zitten, kwam de eigenaresse van de zaak, Annie, bij haar staan met een notitieblokje en een pen om haar bestelling op te nemen. Ze wou een koffie alsjeblieft, zei ze. En toen draaide ze zich om naar het jongetje, dat misschien net drie jaar oud was, en vroeg ‘Wat wil jij drinken, lieverd?’
Toen het jochie niet direct antwoord gaf, wendde ze zich tot het meisje, dat beslist niet ouder dan een jaar was: ‘En jij, lieverd, wat wil jij drinken?’
Ik bekeek het tafereeltje van een afstandje enigszins verbaasd en geamuseerd.
De moeder bleef haar kinderen maar vragen …

Read More »BG 234 – Wat wil je drinken, lieverd?

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand