korte essay

BG 346 – Intelligentie

Alle dieren, en misschien wel álle levende wezens, ook die zonder een aanwijsbaar brein, hebben intelligentie, of zo je wilt cognitie; zijn derhalve intelligent.
Het is niet omdat wij zo beperkt zijn dat wij hun intelligentie (nog) niet begrijpen dat ze die niet zouden hebben.
Zelfs eencelligen vertonen rudimentair intelligent gedrag, zoals het verwerven (via zintuigen), verwerken, opslaan en gebruiken van informatie.

BG 343 – Handel in gebakken lucht

Aandelenmarkten (‘handel in gebakken lucht’) zijn gebaseerd op de gezamenlijke overtuiging van alle handelaren dat de huidige prijs van een specifiek aandeel FOUT is.
En hoewel beide partijen de beschikking hebben over exact dezelfde informatie (handelen ‘met voorkennis’ is immers strafbaar!), vinden VERKOPERS de huidige prijs te hoog, en denken ze dat die gaat zakken, terwijl KOPERS de prijs juist te laag vinden, en denken dat die gaat stijgen!
Dus, hoewel er eigenlijk niks mis is met de huidige prijs van een aandeel – daar zorgt de marktwerking immers voor – verdienen BELEGGINGSADVISEURS veel geld door beleggers met behulp van hun ‘kennis en ervaring’ te adviseren over de verkoop en aankoop van aandelen.
Uit uitgebreid onderzoek is gebleken dat hun advies waardeloos is en je zelfs meer geld doet verliezen dan als je gewoon de markt zijn werk had laten doen.
Zij halen hun riante inkomen dus inderdaad uit ‘gebakken lucht’.
Ja, natuurlijk, een heel enkele keer hebben jij en je adviseur geluk en maak je als aandelenbezitter een grote winst! Die droom is tenslotte waarom je het spel speelt. Maar realiseer je wel dat dat betekent dat een heleboel andere beleggers op dat moment geld verliezen.
Gemiddeld genomen wordt niemand rijk van ‘handel in gebakken lucht’, behalve dan die ‘financiële specialisten’.

BG 341 – Waarom?

Peuters en kleuters blijven je soms maar de oren van je hoofd vragen. De hele dag door vragen ze je aandacht met ‘Waarom…?’
‘Waarom is er zoveel lawaai?’
‘Er komt een grote auto aan.’
‘Waarom is die groot?’
‘Het is een vuilniswagen.’
‘Waarom heet hij vuilniswagen?’
‘Omdat hij ons vuilnis komt ophalen.’
‘Waarom haalt hij ons vuilnis op?’
‘Omdat we niet kunnen wonen tussen allemaal vuilnis.’
‘Waarom haalt hij dat dan op?’
‘Om het weg te brengen.’
‘Waarom weg brengen?’
‘Naar de vuilnisbelt.’
‘Waarom naar de vuilnisbelt?’
‘Omdat dat is waar ze onze vuilnis heen brengen.’
’Wat is een vuilnisbelt?’ (Slimmer kind, met een variatie op waarom!)
‘Een groot stuk land met grote bulten stinkend vuilnis erop.’
‘Waarom stinkend?’
‘Omdat vuilnis nu eenmaal stinkt.’
‘Waarom?’
‘Omdat het oude troep is, die verrot.’
’Waarom?’
‘Hou nu verdorie toch eindelijk eens op met dat waarom!’
’Waarom?’
Enfin, je herkent het vast wel…
Nu, als je je er weer eens mateloos aan ergert, bedenk dan dat wat het kind doet heel nuttig is voor haar toekomst. Wij volwassenen zijn immers ook voortdurend geïnteresseerd in de redenen waarom iemand doet wat zij doet, en waarom we zelf doen wat we doen. In gesprekken vragen we vaak naar redenen en online zoeken we naar redenen. We willen redenen, we willen oorzaken en verbanden, om orde te scheppen in de chaos van het leven en om er houvast in te vinden.
En die kleine hummeltjes? Die zijn dat alvast aan het oefenen!

BG 337 – Hoezo intelligent?

Hoezo denken wij, vrij domme mensen, dat wij kunstmatige ‘intelligentie’ kunnen ontwikkelen, die zichzelf verder ontwikkelt – razendsnel – en dan… ‘superintelligent’ wordt?
Waar halen wij het idee vandaan dat wij superintelligentie zouden kunnen creëren?
We begrijpen nog maar amper een fractie van onze eigen intelligentie en ons eigen bewustzijn!
Zo begrijpen we blijkbaar ook nog niet dat we die zogenaamd slimme software alleen moeten gebruiken om ons te assisteren en te adviseren, en dat we die natuurlijk geen autonome uitvoerende macht moeten geven, want dat dat een gegarandeerd recept voor onheil is.
Het is een feit: we zijn nogal dommig.

BG 333 – De ware

Hoewel het natuurlijk vaak een kwestie lijkt van een mix van factoren, is er meestal een overkoepelende oorzaak voor het niet standhouden van een eerste lange relatie of huwelijk.
De hersenen van jonge mensen zijn, mede door een gebrek aan ervaring, nog erg flexibel en passen zich gemakkelijk aan een andere persoon aan.
Zodra ze verliefd op iemand zijn, bedenken ze allerlei redenen waarom nu net die persoon de juiste partner voor hen zou zijn.
Ze voelen zich tot diegene aangetrokken door hun vermeende overeenkomsten, die maken dat ze hem/haar erg sympathiek vinden.
Maar ze voelen zich ook tot diegene aangetrokken door hun verschillen, die ze zien als elkaar aanvullende eigenschappen, en die ze in de ander bewonderen en respecteren.
Verliefdheid is een heerlijk gevoel en dus een sterke drijfveer.
Zo kan een toevallige ontmoeting met één van de meer dan acht miljard mensen op aarde hen ervan overtuigen dat ze in deze persoon nu juist die ene ‘ware’ gevonden hebben.
En vervolgens blijft diegene vaak jarenlang, zelfs een heel huwelijk lang, hun ware, door de krachten van gewoonte en herinneringen.
Totdat hun hersenen meer gerijpt zijn en ze zich beginnen te realiseren dat er misschien toch andere en betere vissen in de zee zwemmen.
Vaak is de situatie dan al gecompliceerd en zijn er kinderen.
De natuur zorgt er namelijk voor dat we, door gevoelens van verliefdheid en lust, net lang genoeg ons verstand uitschakelen om onze genen te kunnen doorgeven aan het nageslacht.

BG 324 – Denigrerend

Dat vrouwen en mannen nog altijd ongelijk behandeld worden, ook in onze zogenaamd vooruitstrevende Westerse wereld, moge duidelijk zijn.
Afgezien van het verschil in kansen en beloningen is ook het verschil in respect opvallend.
Zo worden vrouwen veel vaker dan mannen, ook in een professionele omgeving, ongevraagd bij hun voornaam genoemd. En ze worden ook veel vaker genegeerd en in de rede gevallen.
En alleen aan vrouwen wordt semi-bezorgd gevraagd hoe ze denken het met ‘thuis’ te kunnen combineren, als ze een baan met veel verantwoordelijkheid nastreven.
Verder is het opvallend dat voor vrouwen veel vaker dan voor mannen verkleinwoordjes worden gebruikt. Volwassen vrouwen worden vaak meisjes genoemd (op zich al een verkleinwoordje), terwijl volwassen mannen niet vaak jongens (laat staan kleine jongens) worden genoemd.
En breek me de bek niet open over alle manieren waarop vrouwen hun eigen sekse denigreren! Velen van hen hebben daar niet eens mannen voor nodig.
Tijdens mijn eerste huwelijk – ergens in de Middeleeuwen – noemde mijn ex-man mij tijdens ruzies vaak meisje. Als reactie noemde ik hem dan jongetje.
Hij werd daar razend van. Allicht, ik ook.

BG 273 – Zomertijd

Afgelopen weekend, in de nacht van zaterdag op zondag, is de zomertijd weer ingegaan.
Wij besloten om ‘op de normale tijd’ te gaan slapen en op te staan, en pas op zondagochtend de klokken een uur vooruit te zetten.
Zo werd die ochtend dus een uur korter dan normaal, wat ik altijd nog beter vond dan een kortere nacht.
Het is niet zo dat mijn biologische klok zomaar magisch een uur kan verliezen of winnen en ook de duur van de werking van mijn medicijnen verandert niet zomaar.
Ons lichaam wil liever gewoon doorgaan in het ritme dat het gewend is.
Wat mij betreft mag de zomertijd dan ook zo snel mogelijk afgeschaft worden.
Maar hij is natuurlijk, zoals veel menselijke uitvindingen, bedacht voor de opvoering van de productiviteit en dus voor het genereren van meer geld.
De EU wil de zomertijd graag houden en het zou onhandig zijn als naburige landen in verschillende tijdzones leefden, dus kunnen EU-landen hem niet op eigen houtje afschaffen.
Heel dat concept van ‘een extra uur zonlicht’ is natuurlijk onzin.
De uren zonlicht blijven gelijk, we schuiven alleen maar met de kloktijd.
En daar zijn wij mensen eigenlijk helemaal niet op gebouwd.
Natuurlijk is ‘de kloktijd’ ook maar een verzonnen tijd, maar dan wel die waaraan ons lichaam en onze hersenen gewend zijn.
Kloktijd is een manier om vat te krijgen op de voortschrijdende tijd en om die in handige stukjes te kunnen verdelen.
In het verleden, met de opkomst van de industrialisatie, was het de manier om ervoor te zorgen dat iedereen op tijd bij de fabriek kon zijn, om tegelijk te beginnen met werken.
En, ook prettig, een manier om te zien wanneer men mocht stoppen met werken en weer naar huis mocht gaan.
Maar goed, het is weer zomertijd dus, zodat we even een paar dagen, hooguit weken, het gevoel hebben dat het ’s avonds iets langer licht blijft.
En daarvoor betalen we dan de prijs dat het ’s ochtends iets langer donker blijft.
Zoals ik al zei: van mij hoeft het niet.

BG 231 – Uitvindingen

Tot nu toe hebben de meeste grote uitvindingen van de mensheid als doel om zoveel mogelijke andere mensen vanaf veilige afstand te doden. Laten we daar verandering in brengen en voortaan uitvindingen doen om de klimaatramp een halt toe te roepen en onze planeet de kans te geven zich te herstellen. Daar mag wat mij betreft ook best een uitvinding tussen zitten die ervoor zorgt dat er minder mensen geboren worden, in plaats van dat er meer gedood worden.