BG 289 – Een thriller in 33 woorden
Ze heeft hem bezocht in zijn ziekenhuiskamer en gelukkig gaat het goed met hem. Geduldig wacht ze tot de liftdeur opengaat en stapt gedachteloos in. Maar er… er is geen… geen lift! Aaaaaaaah!
Ze heeft hem bezocht in zijn ziekenhuiskamer en gelukkig gaat het goed met hem. Geduldig wacht ze tot de liftdeur opengaat en stapt gedachteloos in. Maar er… er is geen… geen lift! Aaaaaaaah!
Zij was veertien, hij veel ouder. In het donker wachtte hij haar op. Wat hij wou maakte haar woedend. Ze was hijgend, zwetend en trillend ontsnapt, en hij lag dubbelgeklapt van de pijn.
Ze was alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. De schaarse geluiden waren dagen geleden al verstomd. Er kwam niemand meer. Er klonken geen schrapende voetstappen of rinkelende sleutelbos meer buiten haar krappe, donkere cel.
Hij had heerlijk diep geslapen en knipperde met zijn ogen tegen het felle licht.
Toen hij zich tevreden probeerde om te draaien, bleken zijn polsen vastgebonden.
Verschrikt keek hij in een kwaadaardig gezicht.