Ze maakt het papier, dat ze rondom met tape op een stevig stuk karton heeft vastgezet, gedeeltelijk nat met de punt van haar in schoon water gedompelde penseel, zodat plasjes water en droge stukken papier elkaar afwisselen; ze doopt haar penseel vervolgens in een kleur aquarelverf en later, nadat ze hem in een andere pot water uitgespoeld heeft, in een andere kleur, en zo nog een keer, en telkens dept ze met de punt van haar penseel op verschillende plaatsen van iedere kleur wat op het papier en in de poeltjes water, waarmee het zich mengt en waardoor prachtige patronen ontstaan van de door haar gebruikte kleuren en van nieuwe kleuren, die ontstaan doordat de oorspronkelijke kleuren zich mengen; en zo verschijnen er, eigenlijk zonder dat ze ze gepland heeft, prachtige wilde bloemen, die samen een feestelijk boeket vormen, zodat ze enkel nog een vaas, wat takken en een paar bladeren hoeft te schilderen om het kunstwerk af te maken.