BG 254 – Een leugentje om bestwil
Eerlijkheid en integriteit zijn eigenschappen die ik hoog in het vaandel draag.
Desondanks ontkom ik er niet aan om af en toe een leugentje om bestwil te gebruiken. De waarheid kan immers soms nogal lomp of kwetsend overkomen.
En soms kun je iemand ook gewoon blij maken met zo’n onschuldig leugentje.
Blijft de vraag of ‘onschuldig’ wel een passend bijvoeglijk naamwoord is bij ‘leugen’, zelfs als je er ‘-tje’ achter zet.
Als een vriendin je vraagt wat je van haar nieuwe bloes vindt, dan vind je die mooi, punt uit. Ook als dat niet waar is. In zulke gevallen bedenk ik een complimentje dat ik kan geven zonder te moeten liegen. Eerst maak ik een instemmend geluid, wat niet letterlijk betekent ‘oh, wat vind ik die bloes mooi’, maar wat eerder een bevestiging is van haar blijdschap over haar nieuwe aankoop. Vervolgens zeg ik bijvoorbeeld dat de kleur haar goed staat, of dat hij mooi past bij de broek die ze draagt. In ieder geval bevestig ik haar enthousiasme, zonder oneerlijk te hoeven zijn.
Maar als ze onraad ruikt en nogmaals nadrukkelijk wil weten wat ik van haar nieuwe bloes vind, dan schat ik in of ik eerlijk kan zeggen dat ik hem niet mooi vind – waar ze zich dan natuurlijk niets van aan hoeft te trekken, het is tenslotte enkel een kwestie van persoonlijke smaak – of ik ‘lieg’ om haar een plezier te doen dat ik hem wel degelijk mooi vind en verander daarna direct van onderwerp.
Lastiger wordt het als …