literaire zin

BG 219 – Zinvol

Hij had haar gevraagd of ze na afloop van de groepstherapiesessie nog even tijd had voor een een-op-eengesprek met hem in zijn kantoortje en ze had gedacht ‘druk, druk, druk’ en gezegd ‘natuurlijk, geen probleem, ik kan wel een bus later naar huis nemen’, en daar zaten ze nu dus; hij had voor hen elk een kopje thee gehaald en een koekje, en hij vroeg haar wat ze van de sessie gevonden had en zij zei dat ze het goed had gevonden en dat er een aantal deelnemers veel baat bij gehad hadden, met name A en F, en dat zij zelf er ook wel wat van opgestoken had, en hij adviseerde haar om zich voortaan meer te focussen op haar eigen problemen, waarop zij, nadat ze een hap van haar koekje had weggekauwd, verbaasd vroeg wat hij daarmee bedoelde, en hij haar uitlegde dat hij de indruk had dat ze telkens van minstens drie mensen tegelijk in de gaten had gehad wat er in hen omging, hoe ze in hun vel zaten, wat ze zeiden, fluisterend of luidop, en zelfs wat ze nog niet zeiden, maar waarschijnlijk wel graag hadden willen zeggen, waarop ze bevestigde dat dat zo was, dat ze inderdaad alles om haar heen meekreeg, zonder daar bewust voor te kiezen: wat er in de hoofden van de anderen omging bijvoorbeeld en wat voor emoties ze voelden, al dan niet onderdrukt, waarna ze een slok van haar thee nam, en …

Read More »BG 219 – Zinvol

BG 102 – Zinvol

Omdat je als je opstaat alsmaar langer, maar korter ook, op de stoel gezeten, dat je de dingen vanuit een hoger perspectief, maar vanuit een kleinere hoek, van omhoog, naar naar beneden, ja, twee keer naar, bekijkt, maar net niet ziet, omdat je als je opstaat en alsmaar langer wordt, blijft, blijft op dezelfde plaats; je kunt je voorstellen dat je neer, dat je naar beneden, of weer op de stoel misschien zelfs, maar echt niet te lang, en toen zei ze, want je moet nog, jij, vandaag, nog zoveel doen en bedenken, en toen zei ze, maar daarvoor heb je, dat je geen tijd hebt om op, nee néér, om op néér te zitten, maar je moet nu eigenlijk gaan, of te dalen, maar dat je vandaag, dat je nu, liever opdaalt dan neerstijgt.

BG 91 – Zinvol

Het was haar opgevallen dat de jongere vrouw in de hoek van de benauwde woonkamer telkens een beetje zat te schuifelen op de haar toegewezen strenge harde stoel, en dat ze gedurende de lange saaie gesprekken van de oudere dames om haar heen, die zich tussen het praten door koelte toewapperden, danwel wensten dat zij iets hadden meegenomen om zich koelte mee toe te kunnen wapperen, afwisselend de bandjes van haar bh onopvallend herschikte en op het scherm van de in haar handpalm verborgen telefoon hoopvol speurde naar binnengekomen berichtjes, onderwijl de schijn ophoudend van buitengewoon goed te luisteren en het al knikkend en glimlachend beleefd eens te zijn met wat het ook was dat de oudere vrouw die haar op dat moment vertrouwelijk toesprak – zucht – stellig beweerde.

BG 76 – Zinvol

Gillen deed ze normaal niet, dus de andere kinderen, die in een kring om haar heen stonden, hadden dat nooit eerder gehoord; maar het werd volgens haar hoog tijd dat de volwassenen in hun brave rijtjeshuizen achter hun pasgemaaide tuintjes aan weerszijden van de straat zich realiseerden dat zij, de jeugd van tegenwoordig, er ook nog waren, dus zette ze zich schrap en liet ze de luidste en langste gil horen die technisch gezien met menselijke stembanden geproduceerd kon worden, waarna ze tevreden vaststelde dat er over de saaie straat een oorverdovende stilte viel.