BG 300 – Onze machowereld
Ik behoor tot dat deel van de mensheid dat er iets meer dan de helft van uitmaakt, maar waarvan de leden veelal als onbelangrijk en minderwaardig worden beschouwd.
Ik ben een vrouw.
‘Mankind’ is hoe de mensheid in het Engels heet. Dat klinkt alsof mannen eigenlijk de enige juiste menssoort zijn, wat niet echt ‘kind’ (aardig) is.
Gelukkig gebruiken wij Nederlandstaligen een vriendelijker woord, wat helaas niet inhoudt dat vrouwen hier een betere positie hebben.
Van oudsher zijn het mannen die de koers van de mensheid bepalen.
Zij strijden, plunderen, vechten competities uit en oorlogen, ze moorden, ze zijn helden, ze zijn overwinnaars, leiders, managers, bestuursvoorzitters, grootaandeelhouders, presidenten, dominees, burgemeesters, en hoofden van families.
Zij vinden het belangrijk dat ze de beste, de snelste, de sterkste, de machtigste, de rijkste en de invloedrijkste zijn, en ze willen de knapste en gewilligste vrouwen aan hun zijde, om hen te dienen, hun ego’s te strelen en hun zonen te produceren.
Ik ben dus eigenlijk een inferieur soort man.
Competities vind ik namelijk best aardig, maar dan graag met een brede finishlijn, waar we samen hand in hand overheen gaan.
Ik hecht waarde aan intelligentie, kracht, gezondheid, talent en geluk, maar wens dat ook mijn medemensen toe.
En waar ik ook van hou is kalm en zacht zijn, alleen of samen met anderen.
Ik hoef geen macht en invloed, tenzij om goed te doen. Om de klimaatramp een halt toe te roepen en de natuur te herstellen. Om welvaart en welzijn eerlijk over alle mensen te verdelen. Macht zonder agressie dus, macht ten bate van alle levende wezens.
Rijk hoef ik ook niet zo nodig te zijn. Zolang ik alles heb wat nodig is voor een menswaardig bestaan, en af en toe iets extra’s, ben ik tevreden. Want ik begrijp dat het oppotten van rijkdom, net als het oppotten van macht, ten koste gaat van grote aantallen andere mensen, en dat wil ik niet.
Dus word ik door mannen niet als gelijkwaardig gezien. Wat hen betreft …