Nederlandse taal

BG 235 – Tussen

Wij Nederlanders gebruiken het woord ‘tussen’ soms op vreemde manieren.

Zo zeggen we bijvoorbeeld ‘Au, ik kreeg mijn vingers tussen de deur!’
‘Tussen de deur’ en wat dan…? Ik neem aan tussen de deur en het deurkozijn, maar dat zeggen we dus niet.
En als we onze vingers ‘tussen de la’ krijgen (ook pijnlijk!), bedoelen we uiteraard tussen de la en het kastje waar die inschuift.
Ons gestuntel met het woord ‘tussen’ lijkt hier aan te sluiten bij ons gestuntel met genoemde deuren en lades.

Een ander voorbeeld: laatst werd er in een nieuwbericht opgesomd hoe vaak iets gebeurd was ‘tussen 2021 en 2022’. Uh, tussen 2021 en 2022…? Daar zit helemaal niets tussen! Die jaren sloten zoals gebruikelijk naadloos op elkaar aan.
Net als dat je iets niet ‘tussen dinsdag en woensdag’ kunt gaan doen. Ook daar zit immer niets tussen. Je bedoelt waarschijnlijk dat je dat of op dinsdag of op woensdag, of misschien zelfs in de nacht van dinsdag op woensdag gaat doen.

En dan hebben we nog het merkwaardige ‘tussen de middag’. Hoewel dat heel vreemd klinkt, is het toch correct Nederlands. Maar tussen de middag en wat dan…? We bedoelen rond lunchtijd, dus tussen de ochtend en de namiddag, zo rond 12:00-13:00 uur, maar we zeggen ‘tussen de middag’. Raar toch?

Meer logische manieren om het woord ‘tussen’ te gebruiken zijn: op een moment na het eerstgenoemde tijdstip – maar voor het volgende; of op een plaats met aan de ene kant iets of iemand en aan de andere kant iets of iemand anders; of op een plaats in het midden van of omringd door bijvoorbeeld mensen of bomen; of in vergelijkende uitdrukkingen zoals ‘het verschil tussen een tafel en een stoel’, of ‘tussen twee vuren zitten’ (moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden). Ja, die uitleg staat ‘tussen haakjes’.

BG 52 – Schrijver (v/m/x)

Ik ben schrijver.
Ik ben ook kunstenaar, ontwerper en maker.

(Maar niet van beroep. Sinds het begin van dit millennium ben ik – vanwege hardnekkige gezondheidsproblemen – arbeidsongeschikt.)

Ik ben dus schrijver, als in de genderneutrale vorm van schrijfster.
En ook kunstenaar, ontwerper en maker, als in de genderneutrale vormen van kunstenares, ontwerpster en maakster.
Het woord schrijver mag van oudsher mannelijk zijn, maar dat betekent niet dat de schrijver zélf dat ook moet zijn.

Dat is anders bij bijvoorbeeld timmerman. Ik zou mezelf geen timmerman of, geforceerd, timmervrouw noemen, maar voor het neutrale timmeraar kiezen.

Bij het benoemen van mijn bezigheden lijkt het me niet van belang wat mijn sekse of gender is.
Ik noem mezelf dus geen schrijfster, tenzij in een context waarin het gewenst is onderscheid te maken tussen vrouwelijke, mannelijke en genderneutrale schrijvers.