schrijver BeaG

BG 223 – Virtuele Realiteit

Virtuele realiteit, nu vrijwel exclusief gelinkt aan computers, door de razendsnel voortschrijdende automatisering, is in werkelijkheid zo oud als de mensheid. Virtueel betekent fictief, imaginair, ingebeeld – en daar heb je eigenlijk helemaal geen computer voor nodig. Toen we vuur hadden leren maken en onze verre voorouders elkaar voor het slapengaan verhalen vertelden over hun eigen belevenissen en dromen en die van hun voorouders, maakten zowel de vertellers als hun toehoorders gebruik van hun verbeelding, om voor zich te zien en zich in te leven in dat wat er met woorden overgebracht werd. In rituelen werden gezamenlijke gevoelens en onderlinge verbondenheid gevierd en verstevigd.

Vandaag de dag gebruiken we onze verbeelding vooral tijdens het lezen van boeken en verhalen. Terwijl we de gedrukte tekst tot ons nemen, creëren we daar in onze gedachten beelden, geuren, geluiden en andere sensaties bij. Recent is uit onderzoek gebleken dat de hersendelen die op een scan normaal oplichten bij bijvoorbeeld rennen, roepen, lachen, vriendschap en seksualiteit, ook oplichten als we daar enkel over lezen. Blijkbaar zijn we dus in staat om in onze verbeelding de dingen bijna echt te beleven. Jammer genoeg geldt dat voor steeds minder mensen.

Door de zich bliksemsnel ontwikkelende automatisering leven we tegenwoordig met ons lichaam nog in de natuurlijke wereld, maar met ons hoofd een groot deel van de tijd in de virtuele computerwereld. Onze telefoons en andere beeldschermen bieden ons een overvloed aan kant en klare, korte, snelle en verslavende prikkels, waardoor we ons niet meer voor langere tijd op iets kunnen concentreren. Natuurlijk is die nieuwe wereld heel aantrekkelijk, maar het is jammer dat we daardoor amper nog lezen. Want door boeken en verhalen te lezen en dus door onze verbeelding te gebruiken, leren we waardevolle vaardigheden die we nodig hebben in ons leven. Zoals: empathie, relativeren, niet-virtueel communiceren, opkomen voor onszelf, zorg voor onze leefomgeving, zelfzorg, tevredenheid, alleen kunnen zijn, creativiteit, kritisch denken, problemen oplossen en weerbaarheid.

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand

BG 221 – Een thriller in 33 woorden

Ze was alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. De schaarse geluiden waren dagen geleden al verstomd. Er kwam niemand meer. Er klonken geen schrapende voetstappen of rinkelende sleutelbos meer buiten haar krappe, donkere cel.

BG 219 – Zinvol

Hij had haar gevraagd of ze na afloop van de groepstherapiesessie nog even tijd had voor een een-op-eengesprek met hem in zijn kantoortje en ze had gedacht ‘druk, druk, druk’ en gezegd ‘natuurlijk, geen probleem, ik kan wel een bus later naar huis nemen’, en daar zaten ze nu dus; hij had voor hen elk een kopje thee gehaald en een koekje, en hij vroeg haar wat ze van de sessie gevonden had en zij zei dat ze het goed had gevonden en dat er een aantal deelnemers veel baat bij gehad hadden, met name A en F, en dat zij zelf er ook wel wat van opgestoken had, en hij adviseerde haar om zich voortaan meer te focussen op haar eigen problemen, waarop zij, nadat ze een hap van haar koekje had weggekauwd, verbaasd vroeg wat hij daarmee bedoelde, en hij haar uitlegde dat hij de indruk had dat ze telkens van minstens drie mensen tegelijk in de gaten had gehad wat er in hen omging, hoe ze in hun vel zaten, wat ze zeiden, fluisterend of luidop, en zelfs wat ze nog niet zeiden, maar waarschijnlijk wel graag hadden willen zeggen, waarop ze bevestigde dat dat zo was, dat ze inderdaad alles om haar heen meekreeg, zonder daar bewust voor te kiezen: wat er in de hoofden van de anderen omging bijvoorbeeld en wat voor emoties ze voelden, al dan niet onderdrukt, waarna ze een slok van haar thee nam, en …

Read More »BG 219 – Zinvol

BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Text)

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

   als je lekker in je vel zit, maar
soms ook best bent verscheurd
   als je soms naar motorolie
maar soms ook naar bloemen geurt
   als je vaak binnen de lijntjes
maar graag ook daarbuiten kleurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

   als je eigenlijk wel blij bent
maar soms ook iets echt betreurt
   als je soms ontzettend down bent
maar al gauw weer opgefleurd
   dat je heel veel dingen leuk vindt
en niet snel iets echt áfkeurt

wát er ook gebeurt
wát er ook gebeurt

   als de zon schijnt op je koppie
of het …

Read More »BG 218 – Wat er ook gebeurt (Liedtekst) (Song Text)

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Musea hebben een nieuwe manier gevonden om aan geld te komen. Ze delen schilderijen op in talloze – soms wel een miljoen! – virtuele stukjes (AST’s) en verkopen die vervolgens aan het publiek.
Ze noemen het eufemistisch ‘democratisering van de kunst’. Iedereen kan immers op deze manier in het bezit komen van een (piepklein) stukje van een kunstwerk. Hoera!
En iedereen die zo’n stukje koopt – soms maar een paar pixels, die een minuscule hoeveelheid verf op een miniem stukje schildersdoek representeren – wordt mede-eigenaar van het kunstwerk. Of eigenlijk van een virtuele weergave van het kunstwerk.

Iedereen kan dus nu in een kunstwerk investeren en zich voortaan aandeelhouder noemen. Ook die mensen voor wie zoiets voorheen ondenkbaar was.
Als klein-aandeelhouder – er geldt meestal een restrictie van 5 AST’s per persoon, om die ‘democratisering van de kunst’ te waarborgen – hebt u natuurlijk vrijwel geen beslissingskracht met betrekking tot …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 210 – Zinvol

Je start je auto en verlaat je oprit, die uitkomt op de met kasseien geplaveide straat waaraan je woont en waarlangs aan weerszijden eikenbomen staan, en die op zijn beurt weer uitkomt op een andere straat via een T-kruising, met tussen de bomen door uitzicht op een eeuwenoud kasteel, en als je rechtsaf slaat en deze andere weg, waarop meer auto’s rijden, volgt, al diens zijwegen negeert tot aan het kruispunt met de verkeerslichten, en je neemt, zodra je groen licht hebt, de bocht naar rechts en volgt deze grotere en drukkere weg totdat je, bij een andere set verkeerslichten, de afslag naar de snelweg kunt nemen, waarover je, als je dat wilt en veel sneller nu, tussen massa’s voertuigen in allerlei formaten naar de grote stad kunt rijden, of, als je dát wilt, juist de andere kant op kunt gaan, richting de verre kust; en ondertussen negeer je nog al die andere wegen onderweg: de zijwegen, de ventwegen, wegen die jouw wegen snijden op kruispunten, en al die smallere achterafweggetjes, soms bestraat, soms bedekt met grind en soms alleen nog maar met modder, en de fietspaden; al die vele wegen dus, die telkens maar lijken te benadrukken dat we allemaal liever elders willen zijn.

BG 206 – 100 Woorden Fictie

Immers al niet gevonden

Ze was compleet vergeten waarnaar ze zocht. Ze zocht al dagenlang, maar waarnaar ook alweer? En maakte dat eigenlijk wat uit, dat ze het niet vond? Ze zocht nog wat verder, liep langzaam kamers in en uit, trok aarzelend lades gedeeltelijk open, rommelde wat tussen de kleren in haar kledingkast. Keek in haar notitieboekje, bij de dingen die ze onthouden moest. Daar stond het ook niet tussen. Bladerde door de kranten en tijdschriften en rommelde zelfs in de bestekla. En bedacht toen ineens dat ze mocht stoppen met zoeken. Ze had het immers al niet gevonden!

BG 205 – Het zebrapad

Deze keer was De Maakster niet bezig aan haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp, maar reed ze in haar auto door het centrum van een naburig dorp.
Schuin voor haar reed, op de daarvoor bedoelde baan, een vrouw op een fiets, met aan haar andere kant een kleutertje op een schattig klein fietsje. Terwijl De Maakster een zebrapad naderde, sloeg De Fietster pardoes linksaf dat zebrapad op, zonder eerst te stoppen en zonder om zich heen te kijken.

Gelukkig lette De Maakster goed op en kon ze vlak voor het zebrapad remmen, op ruime afstand van De Fietster. Die was enorm geschrokken, sprong van haar zadel en zette haar voeten aan weerszijden van haar fiets op de grond. Tegelijkertijd greep ze haar kindje bij de schouder om het te doen stoppen. Het jongetje, met een fietshelmpje op, schrok daar natuurlijk van, zette moeizaam een voetje op de grond en wankelde even, schuin op zijn zadel, voordat het zijn evenwicht hervond.

De Fietster keek De Maakster woedend aan en begon heel hard tegen haar te razen en te tieren. Wijzend over de lengte van het zebrapad riep ze ‘Dit is hier goddomme een zebrapad!’ …

Read More »BG 205 – Het zebrapad

BG 202 – Tonnen

Hoe zit dat ook alweer met die ton?
Wat is het? Wat meet het ook alweer? En hoeveel meet het ook alweer?
Laten we het op een rijtje zetten…

Als we het over gewicht hebben, is een Nederlandse ton (een metrische ton) gelijk aan duizend kilogram (vaak afgekort tot kilo of kg).
Dus: 1 ton = 1.000 kg.
Dat klinkt simpel, maar is internationaal gezien toch wat ingewikkelder.

De gewichtseenheid ‘ton’ kan namelijk in het Engels verschillende betekenissen hebben (lbs = pounds):
1 ton = 1 ‘short ton’, US = 2,000 lbs = 907,18 kg
1 ton = 1 ‘long ton’, UK = 2,240 lbs = 1.016 kg
1 tonne = 1 ‘metric ton’ = 2,204.62 lbs = 1.000 kg

Hoe zit dat dan, met die short en long ton? …

Read More »BG 202 – Tonnen

BG 201 – Haiku (NL)

herfstige stormwind
raast langs het huis door de tuin
luid breekt een tak af

BG 199 – Voltooid verleden tijd

– Hé hallo! Dat is lang geleden, zeg!
Ze heeft hem herkend. Hij komt naar haar tafel toe.
Hij heeft nog steeds dat dwaze kapsel en hij draagt zelfs nog precies dezelfde jas.
Er zijn nog andere tafels vrij. Ze was hier liever alleen blijven zitten.
Maar hij heeft de rugleuning van de stoel tegenover haar al beet.
– Dus, ik zei – je hoorde me waarschijnlijk niet – dat is lang geleden!
Zijn gezicht straalt van blijdschap.
– Ja.
Antwoordt ze. Dat kan zowel op dat lang geleden slaan als op dat ze hem wel degelijk gehoord heeft.
Met veel poeha trekt hij zijn jas uit, hangt die over de leuning van zijn stoel en gaat er puffend op zitten.
– Hè hè, ik zit.
Ja, dat is iedereen wel opgevallen. Hij schuift zijn stoel lawaaierig wat dichter naar het ronde tafelblad en legt zijn onderarmen en ellebogen erop.
– Goh, dat ik jou hier tegenkom!
Net iets te luid, zoals vroeger. Niet alleen voor haar bedoeld, maar …

Read More »BG 199 – Voltooid verleden tijd

BG 198 – Vanaf zijn

Zij zei, gisteren, zei zij ja…, dat hij, dat hem, dat ie, nou ja, hem z’n hemd had gehad gedaan, gisteren, of eergisteren, daar wil ik vanaf zijn.

En dat ze opzij, voorbij, bijlangs, bij hem z’n hemd was geweest of geworden.
Of in ieder geval bewust, bij bewustzijn en welzijn, zijwaarts bijlangs bij de straat staat, en verstaat, terwijl ze stil staat, stond, op de grond, langs de straat, en slaat, of nee, gaat, vergaat, maar zonder haat, of… te laat, daar wil ik vanaf zijn.

Ze wou en wil, zou kil, weerloos wachten, wezenloos smachten, en weer… daar, maar alsmaar daar, aldaar, gevoeld als gevaar, maar, bedoeld als bedaarde, zachte aarde, van waarde, waar ze niet ontaarde, en ze baarde, lang geleden, lang verleden, gegleden, leden, tevreden, of… niet, daar wil ik vanaf zijn.

Vandaag de dag en vannacht de nacht, wacht dit jaar, haar jaar, want en maar…, gooit ze om, duwt ze om, valt ze om soms, dom, maar bromt ze weerom, badom, badoem! Vol vuur, vol figuur, of dat gestuur of getuur, maar daar wil ik vanaf zijn.

Ze is niet meer nukkig, ook niet krukkig of plukkig, misschien zelfs gelukkig.
Maar daar wil ik vanaf zijn.

BG 189 – Een thriller in 33 woorden

Hij had heerlijk diep geslapen en knipperde met zijn ogen tegen het felle licht.
Toen hij zich tevreden probeerde om te draaien, bleken zijn polsen vastgebonden.
Verschrikt keek hij in een kwaadaardig gezicht.

BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

De weg door Ajam’s dorpje op de droge hoogvlakte is vrijwel het hele jaar een zacht en kleurrijk tapijt. Letterlijk.
Ajam’s moeder leidt de plaatselijke tapijtwerkplaats, waar tapijten in veel verschillende motieven, kleuren en afmetingen met de hand geweven of geknoopt worden door vrouwen en kinderen.
Haar moeder heeft haar verteld dat sommige van de ingewikkeldste ontwerpen al honderden jaren op dezelfde manier worden gemaakt.
En als ze klaar zijn, dan helpt Ajam mee om de tapijten uit te spreiden op de zanderige weg, zodat hun kleuren kunnen verbleken in de felle zon.
De dorpelingen lopen over de tapijten heen. En ze laten er zelfs hun ezeltjes en geiten overheen lopen. Ajam en haar vriendinnetjes spelen op de tapijten, en de jongens uit het dorp voetballen erop.
En heel af en toe rijdt er een auto of een motor door het dorpje, ook over de kleurrijke tapijten.
Ongeveer eenmaal per week …

Read More »BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

BG 186 – Kunstmatige Intelligentie

Er werd geen AI gebruikt bij het maken van deze Blog.

AI = Artificial Intelligence = Kunstmatige Intelligentie.
(De afkorting KI heeft in het Nederlands al diverse andere betekenissen.)

Alles wat je op deze Blog ziet en leest is door mij gemaakt en is het resultaat van mijn verbeelding, mijn creativiteit, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn intelligentie, mijn kennis, mijn individualiteit, mijn herinneringen, mijn ervaring, mijn opmerkzaamheid, mijn feilbaarheid, mijn taalgevoel, mijn talent, mijn inspanning, mijn haperende concentratie, mijn perfectionisme en mijn doorzettingsvermogen.

Ik heb geen kennisbronnen illegaal gekopieerd, geen copyrights geschonden en geen intellectuele diefstal (plagiaat) gepleegd voor het maken van deze Blog.

Kunstmatige intelligentie daarentegen is niets anders dan supersnelle reproductie en combinatie van andermans data. Data die in veel gevallen onrechtmatig is verkregen.
Intelligentie lijkt mij daar niet het juiste woord voor.
Wat eraan ontbreekt zijn inlevingsvermogen, (diverse niveaus van) bewustzijn, geweten, gevoel, moraal, herinnering, zelfcorrectie, interactie, en alles wat ons mensen verder nog onderscheidt van supersnelle kopieer- en combineersoftware.

Ik vraag mij af: …

Read More »BG 186 – Kunstmatige Intelligentie

BG 182 – Seksuele voorlichting

Sommige ouders zijn bang dat seksuele voorlichting op school leidt tot vroegtijdige seks.
Maar ik heb nog nooit ouders ontmoet die bang zijn dat hun kind andere dingen in de praktijk gaat brengen die het op school heeft geleerd.

Ze lijken zich bijvoorbeeld nooit zorgen te maken over dat hun kind Frans gaat spreken als gevolg van Franse les, hen gaat helpen met hun belastingaangifte door wiskunde-les, de wetten van de logica correct gaat toepassen door natuurkunde-les (oeps, sorry mam!), of piano leert spelen door muziekles.

Sterker nog: het feit dat een leraar (bah!) hen uitleg geeft over seks, maakt het voor hen bepaald niet aantrekkelijker en zorgt er eerder voor dat ze het nog wat langer uitstellen.

BG 180 – Een fijne dag!

Terwijl zij de laatste berichtjes op zijn telefoon bekeken, alvorens die te wissen en het apparaat opzij te leggen om het later aan een nichtje of neefje te geven dat er nog geen had – grootvader was immers begraven en had hem zelf niet meer nodig, en ze waren bezig aan de emotioneel zware taak om zo’n zestig jaar aan verzamelde spullen in zijn rommelige bejaardenwoninkje door te nemen en te beslissen wat ze onder elkaar zouden verdelen, wat er naar de kringwinkel zou gaan en wat ze naar het containerpark zouden brengen – zagen ze dat het laatste berichtje dat hij bij leven ontvangen had van zijn kleindochter Maddie was. Het luidde ‘Een fijne dag, opa!’ Ze waren ontroerd. Maddie was pas zes jaar oud, had nog maar net leren lezen en schrijven en was nog maar een maand in het bezit van haar eerste telefoon.

Drie weken later nam Maddie aan het einde van een leuke schooldag afscheid van haar klasgenootjes alvorens naar huis te gaan. Haar vriendje Joris had ze eerst even apart genomen en plechtig ‘Een fijne dag, Joris!’ toegewenst, waarop Joris lachend ‘Bedankt!’ had gezegd; de dag was immers al grotendeels voorbij en ze had er zo ongewoon serieus bij gekeken. Hij keek haar na terwijl ze weghuppelde.
De volgende dag kwam Joris niet op school. …

Read More »BG 180 – Een fijne dag!

BG 178 – Meerdere levens

Het staat iedereen vrij te geloven wat zij of hij (of drij) wil en het staat ieder ander vrij het daar al dan niet mee eens te zijn.
Het leven kent geen absolute en onveranderlijke waarheden, hoe graag we het ook proberen te vangen in onze verhalen en stellige overtuigingen.
Dat gezegd hebbend, ben ik van mening dat sommige mensen dat van die meerdere levens verkeerd hebben begrepen.
Bij mij gaat het er niet in dat er voor mij na mijn dood andere levens zullen volgen.
Niet als mens en ook niet als een ander levend wezen, zoals een favoriet dier.
En het lijkt me al helemaal zinloos als zo’n volgend leven in het teken staat van straf of beloning voor het huidige.
De houdbaarheid van een levend wezen is eindig.
Ik ben meer van de wetenschap en niet zo van het wensdenken, ook waar het mijn eigen leven betreft. Als ik sterf is het over en uit voor mij, en dat is prima.
Ik voel ook niets voor de pseudo-wetenschap die ons wil doen geloven dat onze ‘ziel’ een tastbaar iets is, dat bij het sterven ons lichaam *poef* verlaat en dat, zo’n 300 gram zwaar, vervolgens zijn weg zoekt naar een pasgeboren volgend levend wezen om in voort te leven en er nieuwe lessen in te leren.
Nee, ik denk dat ik, net als alle andere levende wezens …

Read More »BG 178 – Meerdere levens

BG 174 – SAI Search

Ze zit aan haar computer en typt in het zoekvenster: ‘google search’
En krijgt als antwoord: [Onbekend.]
‘ik wil google search gebruiken, maar vind het niet meer op mijn pc’
[Maar BeaG, dat is niet nodig, je hebt nu immers SAI Search.]
‘ooookeeeh….’
[Wat wil je weten?]
‘brandweerman’
[We gebruiken het woord brandweerman niet meer, BeaG.]
‘brandweerman!’
[Brandweermensen kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk als beide of onzijdig zijn.]
[En met dat aangebouwde slangetje blus je echt geen branden.]
‘wat is goddomme de definitie van een brandweerman?’ …

Read More »BG 174 – SAI Search

BG 141 – Het Schommelrijk

‘Niet te hoog op die schommel!’ riep een onbekende mannenstem achter haar. Maar ze trok zich er niets van aan. De constructie kraakte af en toe, maar kon haar bijna volwassen lichaam prima dragen. Met haar handen stevig om de ruwe touwen, zittend op het gladgesleten eiken plankje, zwaaide ze haar benen recht naar voren en hangend in de touwen met de wind door haar haren ging ze alsmaar hoger en hoger.
Op het hoogste punt had ze even het gevoel dat haar ingewanden een sprongetje maakten, daarna zwaaide ze achteruit weer naar beneden. Voorbij het laagste punt trok ze haar voeten omhoog richting het plankje. Hoog achteraan hing ze een fractie van een seconde stil voordat ze met nog meer vaart en gestrekte benen trekkend aan de touwen weer naar voren zoefde.

Alsmaar hoger en hoger ging ze. Ze had het gevoel dat ze vloog, dat ze vrijkwam van de grond, van dit speelplein, van haar oude buurt, van haar bekrompen thuis.
Woehoe! Hoger en hoger! Naar voren – strekken, naar achteren – vouwen.
Strekken – vouwen, strekken – vouwen, strekken – vouwen.
Ze kon al over de bomen in de verte kijken en er miniatuurhuisjes zien staan en kleine autootjes en mensjes zien bewegen.
Een gevoel van ultieme vrijheid overspoelde haar.

‘Niet zo hoog op die schommel!’, riep diezelfde mannenstem achter haar. Oh nee? …

Read More »BG 141 – Het Schommelrijk

BG 102 – Zinvol

Omdat je als je opstaat alsmaar langer, maar korter ook, op de stoel gezeten, dat je de dingen vanuit een hoger perspectief, maar vanuit een kleinere hoek, van omhoog, naar naar beneden, ja, twee keer naar, bekijkt, maar net niet ziet, omdat je als je opstaat en alsmaar langer wordt, blijft, blijft op dezelfde plaats; je kunt je voorstellen dat je neer, dat je naar beneden, of weer op de stoel misschien zelfs, maar echt niet te lang, en toen zei ze, want je moet nog, jij, vandaag, nog zoveel doen en bedenken, en toen zei ze, maar daarvoor heb je, dat je geen tijd hebt om op, nee néér, om op néér te zitten, maar je moet nu eigenlijk gaan, of te dalen, maar dat je vandaag, dat je nu, liever opdaalt dan neerstijgt.