schrijver

BG 235 – Tussen

Wij Nederlanders gebruiken het woord ‘tussen’ soms op vreemde manieren.

Zo zeggen we bijvoorbeeld ‘Au, ik kreeg mijn vingers tussen de deur!’
‘Tussen de deur’ en wat dan…? Ik neem aan tussen de deur en het deurkozijn, maar dat zeggen we dus niet.
En als we onze vingers ‘tussen de la’ krijgen (ook pijnlijk!), bedoelen we uiteraard tussen de la en het kastje waar die inschuift.
Ons gestuntel met het woord ‘tussen’ lijkt hier aan te sluiten bij ons gestuntel met genoemde deuren en lades.

Een ander voorbeeld: laatst werd er in een nieuwbericht opgesomd hoe vaak iets gebeurd was ‘tussen 2021 en 2022’. Uh, tussen 2021 en 2022…? Daar zit helemaal niets tussen! Die jaren sloten zoals gebruikelijk naadloos op elkaar aan.
Net als dat je iets niet ‘tussen dinsdag en woensdag’ kunt gaan doen. Ook daar zit immer niets tussen. Je bedoelt waarschijnlijk dat je dat of op dinsdag of op woensdag, of misschien zelfs in de nacht van dinsdag op woensdag gaat doen.

En dan hebben we nog het merkwaardige ‘tussen de middag’. Hoewel dat heel vreemd klinkt, is het toch correct Nederlands. Maar tussen de middag en wat dan…? We bedoelen rond lunchtijd, dus tussen de ochtend en de namiddag, zo rond 12:00-13:00 uur, maar we zeggen ‘tussen de middag’. Raar toch?

Meer logische manieren om het woord ‘tussen’ te gebruiken zijn: op een moment na het eerstgenoemde tijdstip – maar voor het volgende; of op een plaats met aan de ene kant iets of iemand en aan de andere kant iets of iemand anders; of op een plaats in het midden van of omringd door bijvoorbeeld mensen of bomen; of in vergelijkende uitdrukkingen zoals ‘het verschil tussen een tafel en een stoel’, of ‘tussen twee vuren zitten’ (moeten kiezen tussen twee onaangename mogelijkheden). Ja, die uitleg staat ‘tussen haakjes’.

BG 232 – Altijd met mij mee (Liedtekst) (Song Lyrics)

jij bent…
altijd met mij mee
altijd met mij mee

altijd in mijn hoofd, of nee
dieper… in mijn hart

waar ik ook naartoe ga
we zijn altijd met z’n twee

je hoofd gaat in de auto
maar je lijf kan weer niet mee

jij bent…
altijd met mij mee
altijd met mij mee

ze denken dat je lui bent
maar begrijpen het niet, nee

je wilt wel maar je kunt niet
want je lijf dat kan niet mee

de pijn, de last, het moe zijn

Read More »BG 232 – Altijd met mij mee (Liedtekst) (Song Lyrics)

BG 231 – Uitvindingen

Tot nu toe hebben de meeste grote uitvindingen van de mensheid als doel om zoveel mogelijke andere mensen vanaf veilige afstand te doden. Laten we daar verandering in brengen en voortaan uitvindingen doen om de klimaatramp een halt toe te roepen en onze planeet de kans te geven zich te herstellen. Daar mag wat mij betreft ook best een uitvinding tussen zitten die ervoor zorgt dat er minder mensen geboren worden, in plaats van dat er meer gedood worden.

BG 229 – Inspiratie

Als schrijver (en ook als kunstenaar, ontwerper en maker) krijg je vaak de vraag:
‘Waar haal jij je inspiratie vandaan?’ of ‘Waar haal jij je ideeën vandaan?’
Alsof er ergens een obscure website, een verborgen strandje, of een onopvallend supermarktje is waar je inspiratie en ideeën kunt gaan ‘halen’.

Aanvankelijk verbaasde ik me over zulke vragen.
Hoezo, waar haal ik mijn inspiratie vandaan? Die IS er gewoon en is er altijd al geweest. Is dat bij andere mensen niet zo, dan? Zo lang als ik me kan herinneren is mijn (on)bewustzijn al gevuld met allerlei creatieve ideeën die erom vragen ooit een keer uitgewerkt te worden, tot bijvoorbeeld een kort verhaal, een essay, of een gedicht. Ik hoef mijn inspiratie niet ergens te gaan ‘halen’.

Ik denk dat schrijvers vooral opmerkzame mensen zijn, die veel lezen en die in veel dingen geïnteresseerd zijn. Die hun zintuigen goed gebruiken en veel van de wereld om zich heen in zich opnemen. Die de humor zien of bijvoorbeeld de verwondering in kleine gebeurtenissen, waar andere mensen amper aandacht aan besteden. Die bewust leven en die van taal houden. En omdat ik niet zo’n goed geheugen heb, maak ik regelmatig even een aantekening over iets waarvan ik denk dat ik er ooit over wil schrijven. Of ik kom een webpagina tegen over een onderwerp waar ik ‘ooit iets mee wil doen’ en …

Read More »BG 229 – Inspiratie

BG 225 – Applaus voor jezelf

Er valt me de laatste tijd iets bijzonders op als ik kijk naar bijvoorbeeld een kwis op tv.
Zodra iemand een ronde van de kwis, of heel de kwis, gewonnen heeft, en de andere aanwezigen voor haar of hem klappen, klapt de persoon in kwestie gewoon mee.
Blijkbaar werkt dat klappen aanstekelijk en doet de winnaar automatisch mee, in plaats van met een dankbaar knikje of glimlach de lof in ontvangst te nemen.
Waarom toch dat applaudisseren voor jezelf?
Hebben ze er dan geen idee van dat het applaus voor hén bedoeld is, en volgen ze gewoon gedachteloos de rest, als een kuddedier?
Of kiezen ze er bewust voor om voor zichzelf te klappen?
Ben ik de enige die dat een beetje vreemd vindt?

BG 223 – Virtuele Realiteit

Virtuele realiteit, nu vrijwel exclusief gelinkt aan computers, door de razendsnel voortschrijdende automatisering, is in werkelijkheid zo oud als de mensheid. Virtueel betekent fictief, imaginair, ingebeeld – en daar heb je eigenlijk helemaal geen computer voor nodig. Toen we vuur hadden leren maken en onze verre voorouders elkaar voor het slapengaan verhalen vertelden over hun eigen belevenissen en dromen en die van hun voorouders, maakten zowel de vertellers als hun toehoorders gebruik van hun verbeelding, om voor zich te zien en zich in te leven in dat wat er met woorden overgebracht werd. In rituelen werden gezamenlijke gevoelens en onderlinge verbondenheid gevierd en verstevigd.

Vandaag de dag gebruiken we onze verbeelding vooral tijdens het lezen van boeken en verhalen. Terwijl we de gedrukte tekst tot ons nemen, creëren we daar in onze gedachten beelden, geuren, geluiden en andere sensaties bij. Recent is uit onderzoek gebleken dat de hersendelen die op een scan normaal oplichten bij bijvoorbeeld rennen, roepen, lachen, vriendschap en seksualiteit, ook oplichten als we daar enkel over lezen. Blijkbaar zijn we dus in staat om in onze verbeelding de dingen bijna echt te beleven. Jammer genoeg geldt dat voor steeds minder mensen.

Door de zich bliksemsnel ontwikkelende automatisering leven we tegenwoordig met ons lichaam nog in de natuurlijke wereld, maar met ons hoofd een groot deel van de tijd in de virtuele computerwereld. Onze telefoons en andere beeldschermen bieden ons een overvloed aan kant en klare, korte, snelle en verslavende prikkels, waardoor we ons niet meer voor langere tijd op iets kunnen concentreren. Natuurlijk is die nieuwe wereld heel aantrekkelijk, maar het is jammer dat we daardoor amper nog lezen. Want door boeken en verhalen te lezen en dus door onze verbeelding te gebruiken, leren we waardevolle vaardigheden die we nodig hebben in ons leven. Zoals: empathie, relativeren, niet-virtueel communiceren, opkomen voor onszelf, zorg voor onze leefomgeving, zelfzorg, tevredenheid, alleen kunnen zijn, creativiteit, kritisch denken, problemen oplossen en weerbaarheid.

BG 222 – Op het strand

Het primitieve bankje in de felle zon op het strand, gemaakt van een ruwe plank op twee ingegraven palen, is niet echt geschikt om prettig op te zitten. Maar het is dát of met zijn zware lichaam rechtstreeks op het gloeiendhete zand neerploffen. Hij heeft geprobeerd zich in de schaduw terug te trekken, op de grond met zijn rug tegen een van de palmbomen, maar al snel ontdekt dat daar allemaal vervelende kriebelende en stekende beestjes leven. Zijn korte broek en T-shirt zijn bezweet en gekreukt, er zit constant zand tussen zijn opgezwollen voeten en de zolen van zijn leren sandalen, zijn bleke huid is roodverbrand, hij heeft last van jeukende insectenbeten, en zijn rug doet pijn. Hadden ze het bankje niet op z’n minst van een rugleuning kunnen voorzien? Puffend trekt hij de vuile zakdoek met in iedere hoek een knoop van zijn kalende hoofd en wrijft er maar weer eens het zweet mee van zijn gezicht.

Ze hebben hem een soort van hutje toegewezen voor de nacht. Meer een platformpje eigenlijk. Het staat op palen, is gemaakt van ruwe boomstammetjes en heeft een schuin dak van grote gedroogde bladeren. Een oude, vieze doek op een laagje kriebelige kokosvezels dient als matras, maar hij kan er niet comfortabel op liggen. In het midden onder het afdak is een klamboe bevestigd, waarvan hij de hoeken aan haken in het hout kan vastmaken. Maar het gaas sluit niet goed en weerhoudt de vreemde insecten die hier vooral ’s nachts actief zijn er niet van om te drinken van zijn zweet en soms ook van zijn bloed. Een ondiepe kuil in het zand, zo’n tien meter achter zijn hutje, met daarnaast een paal om zich aan vast te houden, doet dienst als toilet. Ondanks dat hij het na gebruik afdekt met een laagje zand, dringt de geur ’s nachts tot zijn slaapplaats door.

En overdag zit hij dus op het bankje, in de brandende zon, met zijn ogen half dichtgeknepen te turen over het water in de hoop dat er binnenkort een schip zal verschijnen. …

Read More »BG 222 – Op het strand

BG 221 – Een thriller in 33 woorden

Ze was alle gevoel voor tijd kwijtgeraakt. De schaarse geluiden waren dagen geleden al verstomd. Er kwam niemand meer. Er klonken geen schrapende voetstappen of rinkelende sleutelbos meer buiten haar krappe, donkere cel.

BG 219 – Zinvol

Hij had haar gevraagd of ze na afloop van de groepstherapiesessie nog even tijd had voor een een-op-eengesprek met hem in zijn kantoortje en ze had gedacht ‘druk, druk, druk’ en gezegd ‘natuurlijk, geen probleem, ik kan wel een bus later naar huis nemen’, en daar zaten ze nu dus; hij had voor hen elk een kopje thee gehaald en een koekje, en hij vroeg haar wat ze van de sessie gevonden had en zij zei dat ze het goed had gevonden en dat er een aantal deelnemers veel baat bij gehad hadden, met name A en F, en dat zij zelf er ook wel wat van opgestoken had, en hij adviseerde haar om zich voortaan meer te focussen op haar eigen problemen, waarop zij, nadat ze een hap van haar koekje had weggekauwd, verbaasd vroeg wat hij daarmee bedoelde, en hij haar uitlegde dat hij de indruk had dat ze telkens van minstens drie mensen tegelijk in de gaten had gehad wat er in hen omging, hoe ze in hun vel zaten, wat ze zeiden, fluisterend of luidop, en zelfs wat ze nog niet zeiden, maar waarschijnlijk wel graag hadden willen zeggen, waarop ze bevestigde dat dat zo was, dat ze inderdaad alles om haar heen meekreeg, zonder daar bewust voor te kiezen: wat er in de hoofden van de anderen omging bijvoorbeeld en wat voor emoties ze voelden, al dan niet onderdrukt, waarna ze een slok van haar thee nam, en …

Read More »BG 219 – Zinvol

BG 213 – BeaG Security Token (BST)

Musea hebben een nieuwe manier gevonden om aan geld te komen. Ze delen schilderijen op in talloze – soms wel een miljoen! – virtuele stukjes (AST’s) en verkopen die vervolgens aan het publiek.
Ze noemen het eufemistisch ‘democratisering van de kunst’. Iedereen kan immers op deze manier in het bezit komen van een (piepklein) stukje van een kunstwerk. Hoera!
En iedereen die zo’n stukje koopt – soms maar een paar pixels, die een minuscule hoeveelheid verf op een miniem stukje schildersdoek representeren – wordt mede-eigenaar van het kunstwerk. Of eigenlijk van een virtuele weergave van het kunstwerk.

Iedereen kan dus nu in een kunstwerk investeren en zich voortaan aandeelhouder noemen. Ook die mensen voor wie zoiets voorheen ondenkbaar was.
Als klein-aandeelhouder – er geldt meestal een restrictie van 5 AST’s per persoon, om die ‘democratisering van de kunst’ te waarborgen – hebt u natuurlijk vrijwel geen beslissingskracht met betrekking tot …

Read More »BG 213 – BeaG Security Token (BST)

BG 210 – Zinvol

Je start je auto en verlaat je oprit, die uitkomt op de met kasseien geplaveide straat waaraan je woont en waarlangs aan weerszijden eikenbomen staan, en die op zijn beurt weer uitkomt op een andere straat via een T-kruising, met tussen de bomen door uitzicht op een eeuwenoud kasteel, en als je rechtsaf slaat en deze andere weg, waarop meer auto’s rijden, volgt, al diens zijwegen negeert tot aan het kruispunt met de verkeerslichten, en je neemt, zodra je groen licht hebt, de bocht naar rechts en volgt deze grotere en drukkere weg totdat je, bij een andere set verkeerslichten, de afslag naar de snelweg kunt nemen, waarover je, als je dat wilt en veel sneller nu, tussen massa’s voertuigen in allerlei formaten naar de grote stad kunt rijden, of, als je dát wilt, juist de andere kant op kunt gaan, richting de verre kust; en ondertussen negeer je nog al die andere wegen onderweg: de zijwegen, de ventwegen, wegen die jouw wegen snijden op kruispunten, en al die smallere achterafweggetjes, soms bestraat, soms bedekt met grind en soms alleen nog maar met modder, en de fietspaden; al die vele wegen dus, die telkens maar lijken te benadrukken dat we allemaal liever elders willen zijn.

BG 206 – 100 Woorden Fictie

Immers al niet gevonden

Ze was compleet vergeten waarnaar ze zocht. Ze zocht al dagenlang, maar waarnaar ook alweer? En maakte dat eigenlijk wat uit, dat ze het niet vond? Ze zocht nog wat verder, liep langzaam kamers in en uit, trok aarzelend lades gedeeltelijk open, rommelde wat tussen de kleren in haar kledingkast. Keek in haar notitieboekje, bij de dingen die ze onthouden moest. Daar stond het ook niet tussen. Bladerde door de kranten en tijdschriften en rommelde zelfs in de bestekla. En bedacht toen ineens dat ze mocht stoppen met zoeken. Ze had het immers al niet gevonden!

BG 205 – Het zebrapad

Deze keer was De Maakster niet bezig aan haar dagelijkse wandeling door Rustig Belgisch Dorp, maar reed ze in haar auto door het centrum van een naburig dorp.
Schuin voor haar reed, op de daarvoor bedoelde baan, een vrouw op een fiets, met aan haar andere kant een kleutertje op een schattig klein fietsje. Terwijl De Maakster een zebrapad naderde, sloeg De Fietster pardoes linksaf dat zebrapad op, zonder eerst te stoppen en zonder om zich heen te kijken.

Gelukkig lette De Maakster goed op en kon ze vlak voor het zebrapad remmen, op ruime afstand van De Fietster. Die was enorm geschrokken, sprong van haar zadel en zette haar voeten aan weerszijden van haar fiets op de grond. Tegelijkertijd greep ze haar kindje bij de schouder om het te doen stoppen. Het jongetje, met een fietshelmpje op, schrok daar natuurlijk van, zette moeizaam een voetje op de grond en wankelde even, schuin op zijn zadel, voordat het zijn evenwicht hervond.

De Fietster keek De Maakster woedend aan en begon heel hard tegen haar te razen en te tieren. Wijzend over de lengte van het zebrapad riep ze ‘Dit is hier goddomme een zebrapad!’ …

Read More »BG 205 – Het zebrapad

BG 199 – Voltooid verleden tijd

– Hé hallo! Dat is lang geleden, zeg!
Ze heeft hem herkend. Hij komt naar haar tafel toe.
Hij heeft nog steeds dat dwaze kapsel en hij draagt zelfs nog precies dezelfde jas.
Er zijn nog andere tafels vrij. Ze was hier liever alleen blijven zitten.
Maar hij heeft de rugleuning van de stoel tegenover haar al beet.
– Dus, ik zei – je hoorde me waarschijnlijk niet – dat is lang geleden!
Zijn gezicht straalt van blijdschap.
– Ja.
Antwoordt ze. Dat kan zowel op dat lang geleden slaan als op dat ze hem wel degelijk gehoord heeft.
Met veel poeha trekt hij zijn jas uit, hangt die over de leuning van zijn stoel en gaat er puffend op zitten.
– Hè hè, ik zit.
Ja, dat is iedereen wel opgevallen. Hij schuift zijn stoel lawaaierig wat dichter naar het ronde tafelblad en legt zijn onderarmen en ellebogen erop.
– Goh, dat ik jou hier tegenkom!
Net iets te luid, zoals vroeger. Niet alleen voor haar bedoeld, maar …

Read More »BG 199 – Voltooid verleden tijd

BG 198 – Vanaf zijn

Zij zei, gisteren, zei zij ja…, dat hij, dat hem, dat ie, nou ja, hem z’n hemd had gehad gedaan, gisteren, of eergisteren, daar wil ik vanaf zijn.

En dat ze opzij, voorbij, bijlangs, bij hem z’n hemd was geweest of geworden.
Of in ieder geval bewust, bij bewustzijn en welzijn, zijwaarts bijlangs bij de straat staat, en verstaat, terwijl ze stil staat, stond, op de grond, langs de straat, en slaat, of nee, gaat, vergaat, maar zonder haat, of… te laat, daar wil ik vanaf zijn.

Ze wou en wil, zou kil, weerloos wachten, wezenloos smachten, en weer… daar, maar alsmaar daar, aldaar, gevoeld als gevaar, maar, bedoeld als bedaarde, zachte aarde, van waarde, waar ze niet ontaarde, en ze baarde, lang geleden, lang verleden, gegleden, leden, tevreden, of… niet, daar wil ik vanaf zijn.

Vandaag de dag en vannacht de nacht, wacht dit jaar, haar jaar, want en maar…, gooit ze om, duwt ze om, valt ze om soms, dom, maar bromt ze weerom, badom, badoem! Vol vuur, vol figuur, of dat gestuur of getuur, maar daar wil ik vanaf zijn.

Ze is niet meer nukkig, ook niet krukkig of plukkig, misschien zelfs gelukkig.
Maar daar wil ik vanaf zijn.

BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

De weg door Ajam’s dorpje op de droge hoogvlakte is vrijwel het hele jaar een zacht en kleurrijk tapijt. Letterlijk.
Ajam’s moeder leidt de plaatselijke tapijtwerkplaats, waar tapijten in veel verschillende motieven, kleuren en afmetingen met de hand geweven of geknoopt worden door vrouwen en kinderen.
Haar moeder heeft haar verteld dat sommige van de ingewikkeldste ontwerpen al honderden jaren op dezelfde manier worden gemaakt.
En als ze klaar zijn, dan helpt Ajam mee om de tapijten uit te spreiden op de zanderige weg, zodat hun kleuren kunnen verbleken in de felle zon.
De dorpelingen lopen over de tapijten heen. En ze laten er zelfs hun ezeltjes en geiten overheen lopen. Ajam en haar vriendinnetjes spelen op de tapijten, en de jongens uit het dorp voetballen erop.
En heel af en toe rijdt er een auto of een motor door het dorpje, ook over de kleurrijke tapijten.
Ongeveer eenmaal per week …

Read More »BG 187 – Ajam en haar Oosterse tapijten

BG 186 – Kunstmatige Intelligentie

Er werd geen AI gebruikt bij het maken van deze Blog.

AI = Artificial Intelligence = Kunstmatige Intelligentie.
(De afkorting KI heeft in het Nederlands al diverse andere betekenissen.)

Alles wat je op deze Blog ziet en leest is door mij gemaakt en is het resultaat van mijn verbeelding, mijn creativiteit, mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn intelligentie, mijn kennis, mijn individualiteit, mijn herinneringen, mijn ervaring, mijn opmerkzaamheid, mijn feilbaarheid, mijn taalgevoel, mijn talent, mijn inspanning, mijn haperende concentratie, mijn perfectionisme en mijn doorzettingsvermogen.

Ik heb geen kennisbronnen illegaal gekopieerd, geen copyrights geschonden en geen intellectuele diefstal (plagiaat) gepleegd voor het maken van deze Blog.

Kunstmatige intelligentie daarentegen is niets anders dan supersnelle reproductie en combinatie van andermans data. Data die in veel gevallen onrechtmatig is verkregen.
Intelligentie lijkt mij daar niet het juiste woord voor.
Wat eraan ontbreekt zijn inlevingsvermogen, (diverse niveaus van) bewustzijn, geweten, gevoel, moraal, herinnering, zelfcorrectie, interactie, en alles wat ons mensen verder nog onderscheidt van supersnelle kopieer- en combineersoftware.

Ik vraag mij af: …

Read More »BG 186 – Kunstmatige Intelligentie

BG 184 – Voorgoed veranderd

Ze hebben hem veranderd,
de stoep voor hun huis.
Ze hebben er een boekenkastje
geplaatst, hun ‘Gratis Biebje’.

Daarmee hebben ze de beleving
van de wandelaars en fietsers op
die stoep voorgoed veranderd.
Voortaan zullen die, of ze willen

of niet, denken aan boeken,
aan lezen, aan zal ik wel of
zal ik niet, aan eigenlijk heb ik
haast, en geen tas mee.

Of aan: …

Read More »BG 184 – Voorgoed veranderd

BG 183 – Haiku (NL)

opeens door gaten
in het frisgroen bladerdak
felle zomerzon

BG 180 – Een fijne dag!

Terwijl zij de laatste berichtjes op zijn telefoon bekeken, alvorens die te wissen en het apparaat opzij te leggen om het later aan een nichtje of neefje te geven dat er nog geen had – grootvader was immers begraven en had hem zelf niet meer nodig, en ze waren bezig aan de emotioneel zware taak om zo’n zestig jaar aan verzamelde spullen in zijn rommelige bejaardenwoninkje door te nemen en te beslissen wat ze onder elkaar zouden verdelen, wat er naar de kringwinkel zou gaan en wat ze naar het containerpark zouden brengen – zagen ze dat het laatste berichtje dat hij bij leven ontvangen had van zijn kleindochter Maddie was. Het luidde ‘Een fijne dag, opa!’ Ze waren ontroerd. Maddie was pas zes jaar oud, had nog maar net leren lezen en schrijven en was nog maar een maand in het bezit van haar eerste telefoon.

Drie weken later nam Maddie aan het einde van een leuke schooldag afscheid van haar klasgenootjes alvorens naar huis te gaan. Haar vriendje Joris had ze eerst even apart genomen en plechtig ‘Een fijne dag, Joris!’ toegewenst, waarop Joris lachend ‘Bedankt!’ had gezegd; de dag was immers al grotendeels voorbij en ze had er zo ongewoon serieus bij gekeken. Hij keek haar na terwijl ze weghuppelde.
De volgende dag kwam Joris niet op school. …

Read More »BG 180 – Een fijne dag!

BG 178 – Meerdere levens

Het staat iedereen vrij te geloven wat zij of hij (of drij) wil en het staat ieder ander vrij het daar al dan niet mee eens te zijn.
Het leven kent geen absolute en onveranderlijke waarheden, hoe graag we het ook proberen te vangen in onze verhalen en stellige overtuigingen.
Dat gezegd hebbend, ben ik van mening dat sommige mensen dat van die meerdere levens verkeerd hebben begrepen.
Bij mij gaat het er niet in dat er voor mij na mijn dood andere levens zullen volgen.
Niet als mens en ook niet als een ander levend wezen, zoals een favoriet dier.
En het lijkt me al helemaal zinloos als zo’n volgend leven in het teken staat van straf of beloning voor het huidige.
De houdbaarheid van een levend wezen is eindig.
Ik ben meer van de wetenschap en niet zo van het wensdenken, ook waar het mijn eigen leven betreft. Als ik sterf is het over en uit voor mij, en dat is prima.
Ik voel ook niets voor de pseudo-wetenschap die ons wil doen geloven dat onze ‘ziel’ een tastbaar iets is, dat bij het sterven ons lichaam *poef* verlaat en dat, zo’n 300 gram zwaar, vervolgens zijn weg zoekt naar een pasgeboren volgend levend wezen om in voort te leven en er nieuwe lessen in te leren.
Nee, ik denk dat ik, net als alle andere levende wezens …

Read More »BG 178 – Meerdere levens

BG 174 – SAI Search

Ze zit aan haar computer en typt in het zoekvenster: ‘google search’
En krijgt als antwoord: [Onbekend.]
‘ik wil google search gebruiken, maar vind het niet meer op mijn pc’
[Maar BeaG, dat is niet nodig, je hebt nu immers SAI Search.]
‘ooookeeeh….’
[Wat wil je weten?]
‘brandweerman’
[We gebruiken het woord brandweerman niet meer, BeaG.]
‘brandweerman!’
[Brandweermensen kunnen zowel mannelijk als vrouwelijk als beide of onzijdig zijn.]
[En met dat aangebouwde slangetje blus je echt geen branden.]
‘wat is goddomme de definitie van een brandweerman?’ …

Read More »BG 174 – SAI Search

BG 136 – Muziek en Tijd

Eén van de redenen waarom wij mensen zo van muziek houden, is dat we daarmee grip krijgen op de tijd. De tijd die ons vaak een machteloos gevoel geeft, door meedogenloos voorbij te vliegen. Met muziek grijpen we hem vast, verbinden we hem aan tonen, aan ritmes en aan melodieën. We geven structuur aan de tijd en arrangeren die zo dat we ervan kunnen genieten. De basis van muziek is meestal een fundamenteel ritme, net als onze hartslag, of, op een grotere schaal, het komen en gaan van uren, dagen en seizoenen. Dat ritme, die variabele beat, dicteert het tempo en houdt de tijd voor ons bij. Juist omdat het leven zo vluchtig is, houden we van nature van patronen en herhalingen, van herkenbare ritmes en arrangementen en van onverwachte afwijkingen daarvan. Muziek heeft invloed op onze hartslag en maakt emoties bij ons los. We kunnen met behulp van muziek onze perceptie van de tijd beïnvloeden en die naar ons eigen genoegen vormgeven. En we kunnen, in tegenstelling tot de kloktijd, die alweer achter ons ligt voordat we ons van hem bewust zijn, muziek telkens opnieuw beleven wanneer we maar willen.

BG 105 – Kitty van Hamburg

Vorige week had hij nog met haar gebeld. Ze had opgewekt geklonken.
‘Nee, nee, nee, niet doen!’ had ze lachend geroepen.
‘Wat zegt u, tante?’
‘Ik had het tegen Kitty van Hamburg.’
‘Tegen wie?’
‘Mijn póés!,’ schaterde ze, ‘ik had het tegen mijn poes!’
‘Ah oké.’ Die verwende rotkat van haar…
‘Ze is er weer met mijn kraal vandoor, hahaa!’
Een beetje vreemd was ze altijd al geweest, zijn oudtante.

En nu was ze dus kwijt.
Vanmorgen was ze niet op haar gebruikelijke tijd een kopje koffie bij haar buren, het echtpaar Neus, komen drinken. Ze nam de telefoon niet op, de krant zat nog in de brievenbus, de achterdeur nog op slot en ze reageerde ook al niet op de deurbel.
Ach gutteguttegut.
Of hij niet even langs kon komen met de reservesleutel? …

Read More »BG 105 – Kitty van Hamburg

BG 102 – Zinvol

Omdat je als je opstaat alsmaar langer, maar korter ook, op de stoel gezeten, dat je de dingen vanuit een hoger perspectief, maar vanuit een kleinere hoek, van omhoog, naar naar beneden, ja, twee keer naar, bekijkt, maar net niet ziet, omdat je als je opstaat en alsmaar langer wordt, blijft, blijft op dezelfde plaats; je kunt je voorstellen dat je neer, dat je naar beneden, of weer op de stoel misschien zelfs, maar echt niet te lang, en toen zei ze, want je moet nog, jij, vandaag, nog zoveel doen en bedenken, en toen zei ze, maar daarvoor heb je, dat je geen tijd hebt om op, nee néér, om op néér te zitten, maar je moet nu eigenlijk gaan, of te dalen, maar dat je vandaag, dat je nu, liever opdaalt dan neerstijgt.

BG 94 – We zijn allemaal schrijvers

Eigenlijk zijn we allemaal schrijvers. We gebruiken allemaal taal om dingen die we meegemaakt hebben op een zo interessant mogelijke manier aan anderen te vertellen. Zelfs als dat wat we meemaakten – juist als dat wat we meemaakten – op zich niet zo interessant leek. We maken er met onze zelfgekozen woorden en zinnen een interessant verhaal van, om indruk op onze luisteraars te maken.
Er schuilt een woordkunstenaar in ieder van ons.

BG 65 – Zinvol

Maakt ze zich groter en breder dan ze eigenlijk is, stapt ze zó dicht op de belediger af dat hij vergeet wat persoonlijke ruimte ook alweer betekent, pakt ze eindelijk het glas bier aan dat ze tot dan toe keer op keer geweigerd had, trekt het halfopenstaande witte overhemd van de jongeman onder zijn zwartleren jasje naar voren, en giet sierlijk de inhoud over zijn vrijwel onbehaarde borst, met een allervriendelijkste glimlach gevolgd door een stellig ‘ik zei NEE’.

BG 52 – Schrijver (v/m/x)

Ik ben schrijver.
Ik ben ook kunstenaar, ontwerper en maker.

(Maar niet van beroep. Sinds het begin van dit millennium ben ik – vanwege hardnekkige gezondheidsproblemen – arbeidsongeschikt.)

Ik ben dus schrijver, als in de genderneutrale vorm van schrijfster.
En ook kunstenaar, ontwerper en maker, als in de genderneutrale vormen van kunstenares, ontwerpster en maakster.
Het woord schrijver mag van oudsher mannelijk zijn, maar dat betekent niet dat de schrijver zélf dat ook moet zijn.

Dat is anders bij bijvoorbeeld timmerman. Ik zou mezelf geen timmerman of, geforceerd, timmervrouw noemen, maar voor het neutrale timmeraar kiezen.

Bij het benoemen van mijn bezigheden lijkt het me niet van belang wat mijn sekse of gender is.
Ik noem mezelf dus geen schrijfster, tenzij in een context waarin het gewenst is onderscheid te maken tussen vrouwelijke, mannelijke en genderneutrale schrijvers.

BG 1 – Zie hier mijn blog

Is het leven leuk? Natuurlijk! Dat beslis je zelf.
Jij beslist waarnaar je kijkt en luistert, jij beslist waar je je aandacht op richt.
Heb ik alle antwoorden? Welnee – ik rommel ook maar wat aan.
Maar dit weet ik wel: wie zich uitleeft in creativiteit heeft geen ruimte voor doemdenkerij.
Zie hier mijn blog.