zinvol

BG 210 – Zinvol

Je start je auto en verlaat je oprit, die uitkomt op de met kasseien geplaveide straat waaraan je woont en waarlangs aan weerszijden eikenbomen staan, en die op zijn beurt weer uitkomt op een andere straat via een T-kruising, met tussen de bomen door uitzicht op een eeuwenoud kasteel, en als je rechtsaf slaat en deze andere weg, waarop meer auto’s rijden, volgt, al diens zijwegen negeert tot aan het kruispunt met de verkeerslichten, en je neemt, zodra je groen licht hebt, de bocht naar rechts en volgt deze grotere en drukkere weg totdat je, bij een andere set verkeerslichten, de afslag naar de snelweg kunt nemen, waarover je, als je dat wilt en veel sneller nu, tussen massa’s voertuigen in allerlei formaten naar de grote stad kunt rijden, of, als je dát wilt, juist de andere kant op kunt gaan, richting de verre kust; en ondertussen negeer je nog al die andere wegen onderweg: de zijwegen, de ventwegen, wegen die jouw wegen snijden op kruispunten, en al die smallere achterafweggetjes, soms bestraat, soms bedekt met grind en soms alleen nog maar met modder, en de fietspaden; al die vele wegen dus, die telkens maar lijken te benadrukken dat we allemaal liever elders willen zijn.

BG 142 – Zinvol

Ze had haar zinnen erop gezet en was niet van het idee af te brengen, ze zou en moest ze kopen, ook al moest ze er eerst nog maanden voor sparen, en ik begreep het maar niet, en zij begreep mij dan weer niet, bozig, en ik begreep niet waarom ze zichzelf bewust gehandicapt wou maken, zich kwetsbaar wou maken, waarom ze zich zo wou beperken dat ze niet meer snel weg kon komen als dat nodig mocht zijn, waarom ze ervoor zou kiezen om niet meer te kunnen lopen of staan zonder te wankelen en zonder pijn, en zij vond dat grote onzin, waarom ze voortaan alleen nog aan de arm van iemand anders, waarschijnlijk van een knappe man, over oneffen straatstenen zou willen lopen, wat haar een goed idee leek, en waarom ze vond dat ze veel aantrekkelijker zou zijn als ze haar lichaam in een onnatuurlijke houding dwong, maar ze vond dat dat wel meeviel; en waarom ze toch zo nodig tien centimeter groter wou lijken, want wat was er nou eigenlijk mis met haar eigen lengte en houding, ze vond zichzelf te klein en te onopgemerkt; en ik begreep maar niet waar ze dat ongemak en die pijn voor over had, waarom ze voortaan na het uitgaan vloekend die dingen in een hoek zou smijten en keer op keer haar nieuwste blaren en wonden zou verzorgen, maar zij vond dat belachelijk want sterk overdreven; en ik begreep maar niet waarom ze zoveel geld wilde uitgeven aan dingen die slecht waren voor haar lichaam: voor haar voeten, haar gewrichten, haar ruggenwervels en nekwervels; omdat ze zo mooi waren, beweerde ze; en ik begreep maar niet waarom ze dacht dat ze alle aandacht waar ze naar smachtte zou krijgen, en dat vond ze een gemene steek onder water, als ze voortaan haar voeten zou persen in veel te dure schoenen met torenhoge naaldhakken; en wat daar dan toch mis mee was, vroeg ze, en waar ik me toch mee bemoeide, vroeg ze bozer, en ik vroeg haar wat er dan toch mis was met gewoon zonder fratsen en zonder pijn te kunnen lopen, en wat er mis was met comfortabel in je eigen lijf zitten en met mensen, mannen, zonder onnodige kwetsbaarheid en onderdanigheid, maar juist sterk en trots tegemoet te treden; maar ik denk dat ze me al niet meer hoorde.

BG 102 – Zinvol

Omdat je als je opstaat alsmaar langer, maar korter ook, op de stoel gezeten, dat je de dingen vanuit een hoger perspectief, maar vanuit een kleinere hoek, van omhoog, naar naar beneden, ja, twee keer naar, bekijkt, maar net niet ziet, omdat je als je opstaat en alsmaar langer wordt, blijft, blijft op dezelfde plaats; je kunt je voorstellen dat je neer, dat je naar beneden, of weer op de stoel misschien zelfs, maar echt niet te lang, en toen zei ze, want je moet nog, jij, vandaag, nog zoveel doen en bedenken, en toen zei ze, maar daarvoor heb je, dat je geen tijd hebt om op, nee néér, om op néér te zitten, maar je moet nu eigenlijk gaan, of te dalen, maar dat je vandaag, dat je nu, liever opdaalt dan neerstijgt.

BG 76 – Zinvol

Gillen deed ze normaal niet, dus de andere kinderen, die in een kring om haar heen stonden, hadden dat nooit eerder gehoord; maar het werd volgens haar hoog tijd dat de volwassenen in hun brave rijtjeshuizen achter hun pasgemaaide tuintjes aan weerszijden van de straat zich realiseerden dat zij, de jeugd van tegenwoordig, er ook nog waren, dus zette ze zich schrap en liet ze de luidste en langste gil horen die technisch gezien met menselijke stembanden geproduceerd kon worden, waarna ze tevreden vaststelde dat er over de saaie straat een oorverdovende stilte viel.

BG 65 – Zinvol

Maakt ze zich groter en breder dan ze eigenlijk is, stapt ze zó dicht op de belediger af dat hij vergeet wat persoonlijke ruimte ook alweer betekent, pakt ze eindelijk het glas bier aan dat ze tot dan toe keer op keer geweigerd had, trekt het halfopenstaande witte overhemd van de jongeman onder zijn zwartleren jasje naar voren, en giet sierlijk de inhoud over zijn vrijwel onbehaarde borst, met een allervriendelijkste glimlach gevolgd door een stellig ‘ik zei NEE’.

BG 28 – Zinvol

Soms wou ze dat ze vroeger andere beroepsopties had overwogen, zoals diepzee-onderzoeker of archeoloog of ijssculptuurmaker, al kon ze onder water nog geen minuut haar adem inhouden, moest ze niezen van stof en trok het bloed zich terug uit de topjes van haar vingers zodra ze een kuipje boter uit de koelkast pakte.

BG 1 – Zie hier mijn blog

Is het leven leuk? Natuurlijk! Dat beslis je zelf.
Jij beslist waarnaar je kijkt en luistert, jij beslist waar je je aandacht op richt.
Heb ik alle antwoorden? Welnee – ik rommel ook maar wat aan.
Maar dit weet ik wel: wie zich uitleeft in creativiteit heeft geen ruimte voor doemdenkerij.
Zie hier mijn blog.